Trends in advocatenland goed voor grote jongens aan de Zuidas

Minder werk, andere opdrachten en lagere prijzen. De advocatuur merkt het meteen als het crisis is bij bedrijven. Toch is er omzetgroei.

De Brauw Blackstone Westbroek prolongeert de koppositie als kantoor met de meeste advocaten in dienst. Loyens&Loeff is met afstand de nummer één op omzetgebied. En DVDW gaat naar huis met de Gouden Zandloper: het snelst groeiende advocatenkantoor van de afgelopen vijf jaar. Gisteravond werd De Stand van de Advocatuur gepresenteerd, het jaarlijkse trendonderzoek naar de Nederlandse advocatuur.

Het is een moment op de advocatenkalender die menigeen met een schuin oog volgt. Al geeft bestuursvoorzitter Fred de Hosson van Baker & Mckenzie niet veel om die aantallen. „De Stand is het ranglijstje van wie de grootste is, maar ik moet er niet aan denken dat wij de grootste zouden zijn. Wij zijn juist een advieskantoor en proberen juridische procedures te voorkomen.”

Het gaat niet om wie de meeste advocaten in dienst heeft, wil hij maar zeggen. De grote jongens aan de Amsterdamse Zuidas (met 1.927 advocaten het nog steeds groeiende juridische hart van Nederland) zijn allround spelers. Ze hebben notarissen in dienst, fiscalisten, enzovoorts. Die kantoren staan vooral banken, multinationals en andere bedrijven bij in hun zakelijke activiteiten. Of het nou gaat om een overname van een branchegenoot, een beursgang, de verkoop van een bedrijfsonderdeel of problemen vanwege een boete om kartelvorming. Vaak zijn er tientallen of honderden miljoenen euro’s en soms zelfs miljarden in het spel.

In Nederland komt 75 procent van de vraag naar juridische diensten van de overheid en bedrijven en een kwart van particulieren. Als het in het bedrijfsleven slecht gaat, heeft de advocatuur het dus ook vaak zwaar. Branchebreed is het meest heuglijke feit uit De Stand van de Advocatuur dan ook dat de cijfers van de grote kantoren een – weliswaar minieme – omzetgroei lieten zien van 0,02 procent.

„De crisis heeft in de hele juridische dienstverlening gezorgd voor minder aanbod van werk”, constateert Maarten van der Weijden, bestuursvoorzitter van Loyens & Loeff. Het werk is bovenal anders geworden. „Een bedrijf in problemen zoekt andere hulp dan een bedrijf op overnamepad.”

Een andere belangrijke ontwikkeling van de laatste jaren is de prijsconcurrentie. „De groei is uit de juridische markt. Dat betekent druk op de prijs en anders klanten werven. Het is competitiever geworden waardoor je goed moet nadenken. Dat maakt het allemaal spannend en dus leuker. Die verandering zie ik niet weggaan”, aldus Van der Weijden.

„Gezonde concurrentie”, noemt De Hosson het. „De tijd van uurtje- factuurtje is voorbij.” Kantoren moeten moeten beter hun best doen. Zo is de laatste jaren de pitch sterk in opkomst. „Dan word je bijvoorbeeld door de overheid of een multinational uitgenodigd en mag je komen vertellen waarom je kantoor onmisbaar is.” De Hosson zegt dat zijn kantoor het voordeel heeft dat het vestigingen over de hele wereld heeft. Op die manier kan het beter multinationals aan zich binden.

Het buitenland speelde ook een belangrijke rol in het goede jaar van De Brauw Blackstone Westbroek, zegt bestuursvoorzitter Martijn Snoep. „De omzetgroei komt voor het grootste deel door activiteiten van cliënten in het buitenland.” Maar er zijn ook afdelingen die groeien, zoals de tak die wordt ingeschakeld door bedrijven waar fraude heeft plaatsgevonden. „Wij voeren dan een intern onderzoek uit en adviseren zo’n bedrijf hoe bijvoorbeeld met claims om te gaan.”

De advocatuur verandert en groeit dus mee met de ontwikkelingen in de maatschappij. De Stand van de Advocatuur signaleert dat er steeds meer vraag naar specialisme is. Dat ziet ook partner Derk Lemstra, hoofd Corporate bij Stibbe. „Als reactie op de financiële crisis is er veel regelgeving bijgekomen. Daardoor zet specialisatie door. Dat sluit naadloos op onze gekozen strategie aan.”