Tegen kleinzielige geesten

De Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe geldt als de vader van de moderne Afrikaanse literatuur. Hij overleed vrijdag in Boston op 82-jarige leeftijd.

Op een dag stuurt een volk een hondje naar hun oppergod met een belangrijke vraag: of de doden terug mogen keren op aarde. Tijdens zijn tocht loopt de hond vertraging op, waardoor een jaloerse pad – die het hele verhaal heeft afgeluisterd – eerder bij de oppergod aankomt. Hij draait de vraag om: kunnen de doden wegblijven? Wanneer de vertraagde hond aankomt en de juiste boodschap van het volk doorgeeft, is het te laat: de doden mogen nog wel terugkeren, maar dan in een andere gedaante.

De Nigeriaanse schrijver en dichter Chinua Achebe verwerkte deze Igbo-mythe in een van zijn vele essays. Een mooi tragisch verhaal over het onvermogen dat de eeuwigheid altijd in de weg zal staan.

Dat hij Afrikaanse legenden als uitgangspunt nam, typeert zijn werk: als vader van ‘de moderne Afrikaanse roman’ had hij oog voor de tragiek van zijn personages. Hij zocht bovendien altijd naar eigen verhalen over Afrika, om weg te raken van het eurocentrische beeld dat de meeste westerse schrijvers gaven. Achebe, geboren in 1930 als Albert Chinualumogu Achebe, groeide op met de Britse literatuur waarin blanken een gevoel voor verantwoordelijkheid brachten in een omgeving van zwart primitivisme. Hij was het kind van een gespleten cultuur, met christelijke ouders die Igbo spraken en ging naar een school waar Engels de voertaal was. Met zijn debuut Things Fall Apart wilde hij een tegengeluid geven tegen de westerse beelden. Dat lukte: het boek sloeg in als een bom, in Nigeria zelf, maar ook daarbuiten – de roman werd in meer dan 50 talen vertaald en verkocht 12 miljoen exemplaren in de Engelstalige wereld.

Achebe werd direct gezien als de nieuwe stem van zijn generatie, met een roman die niet alleen vanuit het perspectief van de Igbo zelf was geschreven, maar waarin de romantische visies op donker Afrika teniet werden gedaan. In Things Fall Apart komt een krijger Okonkwo na een ballingschap terug naar zijn dorp. In het dorp zijn de traditionele waarden vervangen door koloniale en christelijke ideeën. Daar kan de held Okonkwo niet leven en pleegt zelfmoord. Een blanke bestuurder zal een hoofdstuk aan hem wijden in De pacificatie van de primitieve stammen van de Beneden-Niger.

Invloedrijker zou Achebe niet meer worden, maar de romans die volgden, waaronder No Longer at Ease (1960), Arrow of God (1964) en A Man of the People (waarin Achebe een coup beschrijft die ook later daadwerkelijk zou plaatsvinden, 1966) en het mooie Anthills of Savannah (1987) maakten van Achebe lange tijd een gedoodverfde kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur. Maar toen Nigeria aan de beurt was, ging die naar zijn jongere landgenoot Wole Soyinka. Wel kreeg Achebe in 2007 nog The Man Booker Prize voor zijn hele oeuvre.

Spraakmakend werd zijn essay ‘An Image of Africa: Racism in Conrad’s Heart of Darkness’ uit 1975. Achebe hekelde hierin Conrads ‘verbeesting’ van de Afrikaan, waarin hij stelde: „Ziet nou niemand hoe belachelijk en pervers arrogant het is om Afrika te reduceren tot de achtergrond van een verhaal dat draait over één kleinzielige Europese geest?” Onder andere aan dergelijke controversiële uitspraken had Achebe het te danken dat veel van zijn werk vooral langs een politieke meetlat werd gelegd. Dat is wel begrijpelijk – zeker wanneer je bedenkt dat Achebe zelf actief werd tijdens de Biafra-oorlog, waarbij hij zich aansloot bij de opstandelingen. Hij schreef er vorig jaar zijn in Nigeria als controversieel ervaren memoires over met There was a country. A personal history of Biafra.

Maar wie buiten de boodschap leest, vindt nog steeds romans die niet alleen naar de keel grijpen, maar die zich ook kenmerken door wrange, tijdloze humor. Het is niet voor niets dat de Nigeriaanse schrijversgeneratie na Achebe benadrukt dat ze schatplichtig is aan zijn werk. Nelson Mandela omschreef hem als volgt: „Wij beiden, ieder in verschillende omstandigheden van blanke overheersing op ons continent, werden vrijheidsstrijders.”

Achebe stierf als een teleurgesteld man. In zijn laatste interview met deze krant, twee jaar geleden, zei hij tegen correspondent Koert Lindijer: „Ik ben teleurgesteld over het resultaat van de onafhankelijkheid een halve eeuw geleden.” Mocht Achebe terugkomen, al zal dat zijn in een andere gedaante, dan zal zijn geest te herkennen zijn in die van schrijvers die zowel de teleurstelling als de hoop van Nigeria omzetten in nieuwe literatuur.