Rijstpudding met sinaasappel en kardemom

Heel, heel lang geleden kreeg ik wel van mijn oma rijstpudding. Dat was iets goddelijks. Smeuïg en romig en met die lekkere rijstsmaak. Zodra ik groot genoeg was om een gasfornuis aan te doen, probeerde ik het zelf te maken. Dat leek nergens op. Ik kookte rijst die was overgebleven van het eten in melk nog wat op. Dat bleef vooral rijst in melk.

Veel later ging ik wel paprijst gebruiken en risottorijst. Maar eigenlijk nauwelijks, want ik vond rijstpudding geen uitdagend concept, om het maar eens zo te zeggen.

Sinds ik deze rijstpudding heb gemaakt, van Stevie Parle, denk ik daar anders over. Het geheim is dat je de rijst héél lang moet koken. Veel langer dan je denkt. Zo lang dat de eerst krankzinnig lijkende verhoudingen, een liter melk op 100 gram risottorijst, veranderen in precies de goede verhouding. Voor een overheerlijke pudding.

Eet hem vooral koud, ook al heb je als ’ie warm is al de neiging te gaan snoepen. Koud is het lekkerste.

1 l volle melk

100 g risottorijst

100 g suiker

1 kaneelstokje

1 tl oranjebloesemwater (echt zo

weinig gebruiken!)

geraspte schil van 2 sinaasappelen

geraspte schil van 1 citroen

1 vanillestokje

1 el kardemomzaadjes

2 dl slagroom

2 eierdooiers

5 saffraandraadjes

8 dadels

Stamp de kardemomzaadjes in een vijzel fijn. Splijt het vanillestokje doormidden en schraap het merg eruit. Doe de melk, met de rijst en de suiker in een pan. Voeg het vanillestokje met het merg, kardemom, kaneel, de geraspte sinasschillen en het oranjebloesemwater toe en breng rustig aan de kook. Kook het geheel, af en toe roerend, in ongeveer 45 minuten gaar. Let op dat de rijst tegen het eind niet aanbrandt.

Haal de pan van het vuur. Klop de room met de eierdooiers en verpulver de saffraandraadjes daarboven. Roer door de rijst. Ontpit de dadels en roer die ook door de rijst. Laat afkoelen – tegen velvorming helpt het om een stuk plasticfolie op de pudding te leggen.

Haal de stokjes uit de pudding en dien op, eventueel bestrooid met pistaches, amandelen, granaatappelpitten en/of rozenblaadjes. Maar zonder iets is hij ook al heerlijk.