Rapporten in de krant: soms ook de moeite als ze 'oud nieuws' zijn

Journalisten zijn gek op rapporten: er komt vaak nieuws uit, en als het meezit, rollen er koppen. Maar ze hebben ook een hekel aan rapporten: saai, dik, en gortdroog.

Voor journalisten van een middagkrant als NRC Handelsblad komt daar de druk van een helse deadline bij. Een redacteur die een rapport ’s ochtends in handen krijgt, heeft nog maar een paar uur om soms honderden pagina’s te lezen, te verwerken en helder samen te vatten.

Dat kan dus niet. Noodgedwongen beperkt de krant zich dan eerst tot de highlights. Een uitgebreide weergave van het rapport zelf moet dan wachten tot de volgende dag.

Daar is niets mis mee, als het ook maar gebeurt. Maar ja, de volgende dag is het gekrakeel over het rapport vaak al in volle gang. En dan komt niet de rest van het rapport in de krant, maar het gekrakeel.

Drie recente voorbeelden.

Drie verslaggevers van de krant kregen de 1.500 pagina’s van het rapport-Cohen over Haren (vier delen) om 08.00 uur in handen. Ze moesten om 11.45 klaar zijn. Ze maakten een stuk voor de voorpagina, een analyse, een stuk over de jongeren die de commissie had gesproken en een kader met bevindingen uit het rapport. Verbluffend knap werk, in zulke korte tijd.

Maar ze hadden alles bij elkaar maar een kwart van het rapport echt kunnen lezen en moesten veel samenvatten. In de haast kwam trouwens ook de titel van het rapport (Twee werelden) niet in de krant.

Het was dan ook de bedoeling er de volgende dag uitgebreid op terug te komen. Maar uiteindelijk haalde alleen een kort interview met een onderzoeker de zaterdagkrant. Daarna werd de focus verlegd naar de politieke gevolgen. Begrijpelijk, maar toch jammer.

Haren was een van de grootste Nederlandse nieuwsverhalen van 2012. Dan wil je uit zo’n rapport ook veel letterlijke citaten, de diepte in met die analyse van sociale media en alcoholcultuur onder jongeren, het ‘You Only Live Once’-gevoel, namen en rugnummers (zoals over de rol van de media, en de opmerkingen in het rapport over het enthousiasme van De Wereld Draait Door en de ‘bijbehorende gelaatsuitdrukking’ van de presentator) en aardige trivia (neem de 44 manieren van jongeren die de commissie vond om ‘feestje’ te spellen). Zeker bij dit razend interessante rapport, dat niet alleen het incident onderzoekt, maar de hele maatschappelijke context ervan.

Er kwam nog een reportage uit Spijkenisse over een eerder feest, een stuk in de filmbijlage en een column van Folkert Jensma over drankgebruik. Maar ik had graag nog veel meer uit het rapport zelf gelezen – dat blijft wel even goed.

In de rapporten van de commissie-Deetman over misbruik in de kerk beet de krant zich juist vast.

Logisch, want de berichtgeving van Joep Dohmen en zijn collega van de Wereldomroep Robert Chesal was de aanleiding voor dat onderzoek. Zaterdag stelden zij pregnante vragen over omissies in het rapport (Wat Deetman niet opschreef in zijn rapport, 16 maart). Ze droegen een reeks aanwijzingen aan dat Deetman enkele zittende bisschoppen had „ontzien”.

Alleen, dan wil je ook lezen wat Deetman c.s. daarop te zeggen hebben, zo uitgebreid mogelijk. Maar alleen in een kadertje werd een „reactie” (mondeling? per e-mail?) van de commissie aangehaald, en dan nog geparafraseerd: niet één citaat. Nee, zegt Joep Dohmen, citeren had niets toegevoegd, want het was een ontwijkende reactie zonder inhoud. Kan zijn, maar mag de lezer dat ook zelf beoordelen?

Een dag later kwam een verklaring van de commissie op de site, inclusief de voorafgaande mailwisseling over het stuk. Nuttig, maar er hadden ook best passages in of bij het stuk gekund. De behoefte aan uitleg hoe een onthullend stuk tot stand is gekomen, neemt toe met de ernst van de beschuldigingen – en die waren niet mals.

Nog een ander geval, het spiegelbeeld van Haren: een interessant rapport van een luttele 17 pagina´s, dat toch de krant niet haalt.

De VN publiceerden op 6 maart een rapport over schendingen van mensenrechten tijdens het jongste Israëlische offensief tegen Gaza, waarvan de krant uitgebreid verslag heeft gedaan. Dat rapport stelt dat een 11 maanden oude baby in Gaza (hoogstwaarschijnlijk) niet werd gedood door een Israëlische raket, maar door een van Hamas. Dat incident leverde een ‘iconische’ foto op van een rouwende menigte en haalde ook de voorpagina van NRC Handelsblad (Raketten gieren en dan boem, 16 november 2012).

Dat rapport is dus relevant als follow-up, ook al heeft de krant dan geen fout gemaakt in de berichtgeving (destijds was dit niet bekend).

Het rapport gaat bovendien ook in op de executie in Gaza van zeven Palestijnse ‘verraders’, die alle trekken heeft van een publieke lynchpartij. En ja, er staan ook pijnlijke feiten in over burgerdoden die wél vielen door Israëlisch raketvuur.

Waarom miste de krant het?

Ik vroeg dat een week geleden na bij de redactie Buitenland en de simpele verklaring was: de correspondent was met verlof en de bureauredacteur Midden-Oosten was weg, op een reportagereis. Ja, dan kan er iets tussen wal en schip vallen. Ook andere media pikten het rapport niet meteen op.

Maar ook een week later meldde de krant nog niets. En nu moet het bezoek van Obama aan Israël worden verslagen. Daarna komt het mogelijk aan bod, zegt de bureauredacteur. Goed, ik hoop dan maar dat het niet als ‘oud nieuws’ tussen wal en schip blijft steken.

Mijn slotsom: je wilt als lezer graag uitvoerig weten wat er in al die rapporten staat die op televisie vaak in één minuut voorbij flitsen of meteen worden vermalen in het vaderlandse babbelcircuit. Ook nog wel een week later. Dat is de meerwaarde van een krant.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl