President Cyprus bespreekt nieuw reddingsplan in Brussel

De Cypriotische president Nicos Anastasiades afgelopen week tijdens een gesprek met een van de andere politieke leiders op het eiland, Averof Neophytou. Foto Reuters / Yorgos Karahalis

De Cypriotische president Nicos Anastasiades reist vanmiddag naar Brussel om het nieuwe reddingsplan voor zijn land te bespreken met Europese leiders. Het nieuwe plan, ‘reddingsplan B’, moet een bankroet van het land afwenden en de weg vrijmaken voor Europese noodhulp.

Het parlement van Cyprus stemde gisteravond in met de belangrijkste onderdelen van het nieuwe plan. Dat zijn de oprichting van een ‘solidariteitsfonds’, herstructurering van de Laika-bank (de op een na grootste bank van het land) en een heffing op spaartegoeden. Het zou gaan om een heffing van minder dan 1 procent op alle spaartegoeden en een nog onbekende heffing over tegoeden boven de 100.000 euro. De eurogroep ziet de heffing op spaargeld als de belangrijkste bijdrage die Cyprus zelf moet leveren om noodleningen te krijgen.

Ministers eurogroep oordelen morgen over nieuw plan

De ministers van Financiën van de eurozone buigen zich morgen over het nieuwe plan. In de aanloop daarnaartoe spreken president Anastasiades en leiders van de belangrijkste politieke partijen vandaag met EU-functionarissen in Brussel. Afhankelijk van de uitkomst van die gesprekken zal het Cypriotische parlement vandaag of morgen over het volledige plan stemmen, aldus het Cypriotische staatspersbureau CNA.

De tijd dringt voor Cyprus omdat de ECB heeft aangekondigd dat ze de noodleningen aan de Cypriotische banken stopzet als er maandag geen akkoord is. De banken zijn uit vrees voor een bankrun al een week dicht.

Premier Rutte wilde gisteravond, op het moment dat het nieuws over het nieuwe reddingsplan naar buiten kwam, een faillissement van Cyprus nog niet uitsluiten. Hij noemde de eurozone eigenlijk te fragiel om het risico van een faillissement te nemen, maar Cyprus moet zelf wel alle noodzakelijke maatregelen nemen. “Uiteindelijk moet een land wel geholpen willen worden. Je kunt ze niet dwingen.”