Overheid staat op ploffen

Mijn Onbegrijpelijke Overheid. De Nationale ombudsman slaagde er woensdag met zijn jongste jaarverslag in Tweede Kamer en kabinet kernachtig in gebreke te stellen. Dat gebeurde deze keer ook licht provocerend.

De wetgever werd feitelijk opgeroepen de pen een poosje neer te leggen. U maakt te veel regels en die zijn te ingewikkeld, aldus ombudsman Alex Brenninkmeijer. De burger snapt het niet meer. De deskundige kan het niet bijhouden. De kwaliteit van dienstverlening loopt zorgwekkend terug. De wirwar is te groot geworden. Het is niet meer uit te leggen noch netjes uit te voeren.

De gevolgen beginnen onbeheersbaar te worden. Overheden werken langs elkaar, burgers worden ‘vastgeketend’ en afhankelijk gemaakt, sanctiesystemen slaan op hol, de gevolgen op individueel niveau zijn niet meer te stuiten.

Brenninkmeijer schetste feitelijk het beeld van een oververhitte motor waar gevaarlijke stoomwolken uit opstijgen. Nieuw en verontrustend was zijn praktijkobservatie dat de overheid zélf het overzicht verliest. Sommige regelsystemen zijn zo groot en complex geworden dat er „soms nog maar twee” deskundigen zijn die het geheel snappen. Inmiddels komen tot op het hoogste niveau misverstanden voor over wat er eigenlijk in de wet staat c.q. de bedoeling is.

Brenninkmeijer verdient waardering voor de heldere lijn die hij jaar na jaar trekt. Zijn conclusie werd ook nu onderbouwd met veel sprekende voorbeelden. Een dolle bureaucratie die hier en daar totalitaire trekjes begint te vertonen.

De ombudsman schetst een overheid die steeds harder, strenger en ongenaakbaarder lijkt te worden. De burger wordt gezien als een kwaadwillende, als een aspirant-profiteur, die alleen met drang en dwang in het gareel blijft.

Intussen houdt de overheid zich onbereikbaar achter callcenters en digitale portals. Het ontbreekt grote delen van de overheid aan empathie voor de mens achter het BSN- nummer, aan de bereidheid om maatwerk te leveren, aan het vermogen om gewoon Nederlands te gebruiken, aan de wil om even op te bellen. Maar ook aan de ‘beschikkingsruimte’ om de burger tegemoet te mogen komen. Vooral de kloof met de lager opgeleide, minder redzame burger groeit.

Ieder jaar biedt de ombudsman een venster op de rauwe werkelijkheid aan de andere kant van het loket. Hij confronteert de politiek met de averechtse gevolgen van de wens om het land beter, veiliger en rechtvaardiger te maken. Maar ook met de eigen bestuursstijl en het eenzijdig negatieve mensbeeld.

Zijn diagnose houdt deels ook al de therapie in. Een overheidsapparaat dat is doorgeschoten met sancties en boetes, kan ook rechtsomkeert maken en in crisistijd boetes verlagen, termijnen verruimen en stapeling voorkomen.

Het kabinet zou een grote regelschoonmaak moeten organiseren, gesouffleerd door de Raad van State en de ombudsman. Een ‘project Kafka’ waaraan overheden en instanties hun minst uitvoerbare wetten en regels ter schorsing kunnen voordragen. Eerdere pogingen om de ‘regeldruk’ te verminderen waren niet onsuccesvol. Wat voor het bedrijfsleven lukte, moet ook voor de burger kunnen. De jaarlijkse belastingaangifte is duidelijk vereenvoudigd. Het kan dus wel. De sociale zekerheid is ook aan opschoning toe. Het circus van toeslagen, teruggaven, kwijtscheldingen, kortingen en aanvullingen dat een bijstandsgerechtigde treft, lijkt rechtstreeks uit de Hel van de Goede Bedoelingen te komen.

Brenninkmeijer beschrijft een eenoudergezin met twee kinderen, een deeltijdbaan en een aanvullende uitkering dat van acht instanties twaalf inkomenselementen ontvangt en daarvoor achttien digitale formulieren invult. Het geld komt jaarlijks in táchtig porties.

De politiek, vaak opgejut door media, wil te veel regelen, is daarin weinig consistent en te impulsief. De langstudeerboete was een voorbeeld. Over de uitvoering van veel regels wordt, de goede voornemens ten spijt, slecht nagedacht. Het resultaat is grillig bestuur, verspilling, onzekerheid en cynisme.

Feitelijk was de oproep van de ombudsman aan de wetgever om eens een poosje niks te doen ook een uiting van machteloosheid. De vraag is nu of Kamer en kabinet zich laten terugfluiten. Te hopen valt van wel. Maar te vrezen valt dat de illusie van de maakbare samenleving met wetten en regels taai is. Gezocht: de moed om terug te treden en opruiming te houden.