Niets helpt nog tegen sportgeweld

Het plan tegen geweld op het veld is meer van hetzelfde, vindt Jan Janssens.

Deze week kwam de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) met het lang verwachte plan van aanpak om het geweld op en rond de velden te beteugelen.

Vrijwel tegelijkertijd maakte de bond bekend dat het aantal excessen in het najaar van 2012 ten opzichte van diezelfde periode een jaar eerder flink is gedaald. Anton Binnenmars, de directeur van het amateurvoetbal concludeerde: „De cijfers tonen aan dat de ingeslagen weg vruchten afwerpt”. Maar hij haastte zich om eraan toe te voegen dat de resultaten ook het belang van het actieplan ‘Tegen geweld, voor sportiviteit’ onderstrepen.

En dus worden de bestaande activiteiten en maatregelen aangescherpt en extra maatregelen geïntroduceerd. Er is in de politiek, in de pers en ook in de sociale media tamelijk positief gereageerd. Maar gaat het nu echt de goede kant op? En geeft het actieplan aan die positieve ontwikkeling een extra impuls? Ik ben daar niet zo zeker van.

Wat vooral opvalt is de herhaling van zetten. Wie een beetje googelt met zoektermen als ‘voetbalgeweld’ en ‘molestatie’, komt met terugwerkende kracht veel van deze hoopgevende signalen uit Zeist tegen.

Zo kopte De Volkskrant in april 1995 op gezag van de bond „Geweld neemt af tegen arbiters na strenge straffen”. De vicevoorzitter van het amateurvoetbal stelde tevreden vast: „We zijn op de goede weg”. In juli 1999 berichtte Trouw dat het aantal molestaties was afgenomen. „Met name het lik-op-stukbeleid en de zwaardere straffen blijken effectieve middelen”.

In september 2001 maakte De Telegraaf melding van de nieuwste cijfers. „Lik-op-stukbeleid werpt zijn vruchten af. Minder molestaties bij het amateurvoetbal”. Opnieuw een daling dus. Verwijzend naar de herinvoering van de spelerspas en een fairplaytraject werd vastgesteld dat „het ingezette beleid aanslaat”.

Radio Rijnmond meldde in november 2003 weer goed nieuws: „Geweld op voetbalvelden neemt af”. In september 2006 zag de KNVB opnieuw lichtpuntjes. Het Parool meldde een afname van het geweld in het amateurvoetbal en liet daarbij een KNVB official aan het woord: „Natuurlijk zijn we blij dat het aantal zware incidenten afneemt. Maar we willen de clubs erop blijven wijzen dat het nog steeds gebeurt en dat we het niet toestaan”.

In augustus 2008 wederom positieve geluiden. Het Algemeen Dagblad meldde dat er in de regio Rotterdam „minder geweld op de voetbalvelden” was en concludeerde voorzichtig „de inspanningen van de KNVB lijken vruchten af te werpen”.

En dan nu de nieuwe cijfers van de KNVB. Het totaal aantal excessen is gedaald van 256 in het najaar van 2011 naar 211 excessen in het najaar van 2012; een daling van 18 procent.

Wie inzoomt op de cijfers ziet echter merkwaardige verschillen. Het aandeel in de excessen is in sommige districten van de KNVB enorm gegroeid, in andere flink gedaald. Waarom is de KNVB in het westen van het land zo goed op weg, maar laat het kennelijk steken vallen in het oosten?

Er is een eenvoudige verklaring. In het westen van het land werden vanwege afgelastingen in het najaar van 2012 veel minder wedstrijden gespeeld dan in het najaar van 2011, terwijl er in het oosten ongeveer even vaak kon worden gevoetbald. Omdat er in het westen veel meer voetballers zijn die in de eerste seizoenshelft van 2012 veel minder in actie kwamen dan in diezelfde periode een jaar eerder, is het alleen daarom al logisch dat er landelijk gezien veel minder excessen waren. Dat is, samen met het schokeffect dat de dood van de grensrechter had, vermoedelijk dé verklaring voor de afname van het aantal excessen.

In de beoordeling van de cijfers over strafzaken en excessen door de jaren heen zijn ook andere ontwikkelingen die mee zouden moeten worden genomen.

Met name het gegeven dat steeds minder wedstrijden worden gefloten door officiële scheidsrechters. Het is algemeen bekend dat clubscheidsrechters veel minder geneigd zijn om onregelmatigheden aan de bond te rapporteren. Ook dat moet in acht worden genomen bij de beoordeling van de ontwikkeling van het aantal strafzaken.

Bij gebrek aan een kritische analyse van de cijfers, kan de illusie voortbestaan dat het eigenlijk nog niet zo slecht gesteld is op de velden, ja zelfs dat het de goede kant opgaat. En kan ook worden vastgehouden aan de ‘beproefde’ methoden om narigheid te beteugelen.

Dat laatste zien we jammer genoeg ook nu weer. Het nieuwe plan van aanpak is vooral meer van hetzelfde. Zelfs de tijdstraf die als een belangrijke nieuwe maatregel wordt gepresenteerd, is een bestaande sanctie. In plaats van vijf minuten aan de kant, wordt het nu tien minuten. En tegelijk wordt de gele kaart als extra sanctiemogelijkheid geschrapt.

Zal de preventieve of deëscalerende werking hierdoor vergroot worden? Het spelregelbewijs is wel een noviteit, maar volgens het actieplan kunnen spelers dat bewijs al bemachtigen door tien meerkeuzevragen te beantwoorden. Niet echt een cursus van gewicht. Een uitgebreidere cursus komt er alleen voor spelers die ernstig in de fout zijn gegaan, een schorsing van negen of achttien maanden (jeugd resp. senioren) hebben gekregen. Een heel kleine doelgroep.

De belangrijkste maatregel is waarschijnlijk het verbod om bij de scheidsrechter te protesteren. Mits gehandhaafd, is dat winst. Ook van sommige andere maatregelen kan natuurlijk wel enig heil worden verwacht. Maar er had zoveel meer in gezeten als de bond niet was blijven steken in de sfeer van stickers en pleisters plakken.

Als meer structurele maatregelen in het vizier waren gekomen zoals bijvoorbeeld het afschaffen van de voordeelregel, de verplichte scheidsrechtercursus voor junioren, de grensrechter alleen voor uitballen laten vlaggen, clubscheidsrechters laten rouleren of het verhalen van boetes op individuele speler en niet op de club.

Stuk voor stuk zijn dat gemiste kansen.

Jan Janssens is lector Sport, Management en Ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam.