Kraaien zonder wekker

ILLUSTRATIE IRENE GOEDE

Ku-ke-le-ku-kuuuu!! Je kent dat geluid vast wel. Een haan die kraait. Wist je dat elke haan zijn eigen typische kraai heeft? Ku-ke-ruu-kuuu! Of: Kruuu-kruuu! Hanen kraaien vooral ’s ochtends, vlak voor zonsopgang. Maar is dat niet raar? Hoe weten hanen nou van tevoren wanneer de zon op gaat komen?

Dat wilden biologen in Japan weten. Dus gingen ze aan de slag. Ze bouwden een stel hokken die geluids- en lichtdicht waren. In zo’n hok kunnen licht en geluid van buiten niet naar binnen. De hanen konden dus niet zien of de zon op was, en ook niet luisteren of ze ergens een wekker hoorden.

In elk hok zetten de biologen vier hanen: elke haan in een aparte kooi. De hanen hoorden alleen het geluid dat in hun hok werd gemaakt. En zagen alleen het licht dat daar brandde.

In sommige hokken brandde eerst twaalf uur een fel licht en daarna twaalf uur een heel zwak licht, als dag en nacht. Dat ging zo een paar dagen door. In andere hokken brandde 24 uur heel zwak licht. Daar was het steeds nacht.

Wat bleek? Hanen kraaien inderdaad net voordat het licht begint te worden. Meestal twee uur daarvoor, zo ontdekten de biologen. Tenminste, zo was het in de hokken waar het afwisselend donker en licht was. In de hokken waar het steeds donker was, gebeurde iets heel anders. Daar werd het een rommeltje. De hanen kraaiden maar wat raak.

De Japanse biologen weten nu bijna zeker dat het kraaien geregeld wordt door iets wat de ‘interne klok’ heet: een soort klokje in het hoofd, dat alle dieren hebben. Dat klokje regelt van alles in het lichaam. Wanneer de haan slaap krijgt, wanneer hij wakker wordt. Maar dan moet de haan wel daglicht zien, anders raakt het klokje in de war. Ku-ke-re-kuuu!!

Bron: Current Biology, 18 maart.