Iedere burger een eigen 'gratis' togadrager?

Quizvraag: hoeveel* moet een bijstandtrekker binnenkort zelf meebetalen aan de ‘gratis’ advocaat die zijn huisuitzetting moet voorkomen? Anders gezegd: wat hebben we over voor de grondwettelijke garantie op toegang tot het recht voor iedereen?

Begin deze maand lekten via de Orde van Advocaten plannen van staatssecretaris Teeven (VVD) uit om 100 miljoen extra te bezuinigen op rechtshulp. Daarmee zou het totale bedrag van 400 miljoen in 2012 weer terug zijn op de 300 miljoen die er in 2006 werd betaald.

Aldus uitgelokt brak het voorspelbare gekrakeel inderdaad uit. Advocaten, Kamerleden, belangenbehartigers – de rechtsstaat was in gevaar! Klassenjustitie! Grondrechten! Onze Kantooromzet! (Oeps, die niet) Mensenrechten! Straatsburg Zal het Verbieden! Ook mijn reflexen werkten nog. Mijn juridisch brevet dateert van begin jaren tachtig toen sociale rechtshulp opkwam en de studie Rechten ook een geëngageerde keus was. De grote lacune van de rechtshulp aan zwakke groepen was net ontdekt. Rechtswinkels, Bureaus voor Rechtshulp en de sociale advocatuur bloeiden op, met dank aan de aardgasbel.

Maar de retoriek van nu heeft ook iets amechtigs. Is de rechtsstaat alwéér in gevaar? Na drie decennia sociale rechtshulp staat Nederland met Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden in de top wat betreft de gemiddelde hoogte, het aantal en het soort gesubsidieerde zaken. Veel landen vergoeden alleen strafrechthulp. Nederland doet de volle breedte van de rechtsstaat. Hier gaat 31 procent van de uitgaven naar strafrecht en 23 procent naar personen- en familierecht; de rest naar vreemdelingen, ontslag, sociale voorzieningen, huur, overeenkomsten, erfrecht, fiscus etc.

De gefinancierde rechtshulp is ook het gevolg van een politieke strijd: recht is niet alleen (meer) voor de rijken. Gratis rechtshulp voor zwakkeren, kenmerk van een rechtvaardige samenleving! Het staat in de grondwet. Dus wie kan er tegen zijn. Alleen, ‘gratis’ bestaat niet. Iemand zal moeten betalen.

„Een wezenskenmerk van de moderne rechtsstaat is de instandhouding van een toegankelijk stelsel van rechtsbijstand”, aldus de brave aanhef van de de memorie van toelichting bij de laatste verhoging van de eigen bijdragen. Maar wat is ‘toegankelijk’ precies en wie moet dat betalen? Zo’n crisis roept ongemakkelijke vragen op. 100 miljoen groei sinds 2006 betekent ook dat alle pogingen om die in te perken dus zijn mislukt.

Het sprookje lijkt mij nu uit. Dit stelsel is zich aan het opblazen. Tenzij een kabinet besluit dat het ‘wezenskenmerk’ van de rechtsstaat gratis procederen voor iedereen op ieder moment is. Dat betekent dan dito minder geld voor agenten, rechters en officieren. En daarna voor onderwijzers, dokters, etc. Totdat naast iedere burger een eigen togadrager staat. Dan heeft de politiek zijn functie als geschillenbeslechter ook verloren. Deze week kwam het jaarverslag over 2012 uit van de Raad voor de Rechtsbijstand. Het aantal toevoegingen steeg weer, na een paar jaar lichte krimp. Van 293.000 in 2000 naar 430.000 in 2012, een toename van 47 procent. Die groei is deels optisch bedrog omdat in de tussentijd ook de eigen Bureaus voor Rechtshulp zijn afgeschaft. De ‘staatsadvocatuur’ van destijds is overgenomen door de vrije advocatenmarkt.

Die groeiende vraag is ook modern Nederland in een notendop: complex, technocratisch en individualistisch. Er wordt sneller gescheiden: dus meer alimentatiekwesties en ouderschapsplannen. Telecom, zorg, energiesectoren zijn geliberaliseerd: de burger sluit meer contracten. Ergo, meer geschillen. De samenleving is verhard. Regels worden strenger gecontroleerd, sancties zijn harder en komen sneller. De wetgever probeert zichzelf bij te houden met meer en ingewikkelder regels, die vaak stapelen bij de laagste inkomens. En ook steeds veranderen: de langstudeerboete, de kinderopvangtoeslagen. De burger is mondiger geworden, bewapend met (internet) kennis en kritischer tegen de overheid. Alles bijeen leidt het tot ‘juridisering’: aanspraken worden snel in formele termen gegoten. Ook slachtoffers van misdrijven eisen nu gratis rechtsbijstand, „net als de verdachten”.

Kortom, alle keuzes zouden herijkt moeten worden. Om te beginnen het juridisch model zèlf. Moet het echt allemaal ingewikkeld, duur en langzaam? Hoe houd je die waterval aan conflicten over huur, arbeid, echtscheiding, of koop beheersbaar? Moeten burgers zich niet vaker verzekeren? 35 procent van de bevolking komt nu in aanmerking voor rechtshulpsubsidie. 8000 van de 17000 advocaten in Nederland bieden het aan. Ruim een derde van hen is erin gespecialiseerd en dus quasi in overheidsdienst. Is dat wel gezond? Ik vraag het maar. Als ondernemers zich op een overheidsgeldstroom toeleggen, wil dat nog wel eens neveneffecten hebben. Tussen neus en lippen klaagde Teeven dinsdag in de Kamer over voorzienbaar kansloze zaken en advocaten die „vier, vijf keer dezelfde zaak aanspannen”. Maar hoe moet het dan? Dat lossen we in een volgende column op. Hoop ik.

--------------------

* Tot een jaarinkomen van 17.500 euro wordt de eigen bijdrage 193 euro. Oplopend tot 811 euro bij een jaarinkomen van maximaal 24.900

De auteur is juridisch redacteur en schrijft wekelijks over de rechtsstaat. Tw @folkertjensma