Het destructieve duo Wüst en Kramer

Ireen Wüst heeft vrijdag tijdens de WK afstanden in Sotsji haar tweede gouden medaille behaald. Na de winst op de 3.000 meter van donderdag was ze ook op de 1.500 meter iedereen de baas. Lotte van Beek behaalde zilver.

Bij de mannen ging het goud op de 5.000 meter, zoals verwacht, naar Sven Kramer. Ook daar was het zilver voor een Nederlander: Jorrit Bergsma.

Voor Wüst kan het schaatsseizoen niet lang genoeg duren. Zij verkeert in de slotweek in de vorm van haar leven, getuige haar race op de schaatsmijl. In een rechtstreeks duel liet ze geen spaan heel van de wereldkampioen van vorig jaar, de Canadese Christine Nesbitt, die uiteindelijk nog wel brons behaalde. Met haar sublieme eindtijd (1.55,38) op een zware ijsvloer was Wüst ook ruim sneller dan Van Beek (1.58,03). „Het gat is echt belachelijk”, vond zelfs Wüst over haar voorsprong. „Dit was mijn beste race van het seizoen.” Zaterdag hoopt ze haar zegetocht voort te zetten op de 1.000 en 5.000 meter.

Bij de mannen deed Kramer precies wat van hem werd verwacht. De regerend olympisch kampioen op de 5.000 meter werd in Sotsji alweer voor de vijfde keer in zijn loopbaan wereldkampioen op dit nummer. Als laatste startend wist hij precies wat hij nodig had voor zijn titelprolongatie. De Rus Ivan Skobrev (brons in 6.18,31) en Bergsma (zilver in 6.17,94) reden gedegen races voor hem, maar bij Kramer ligt de lat hoger. Met rondjes die nagenoeg allemaal onder de dertig seconden bleven zette hij een scherp nieuw baanrecord neer: 6.14,41. „Deze medaille is een bevestiging van dit seizoen”, zei Kramer, die eerder al Europees en wereldkampioen allround werd.

Kramer verloor sinds 2006 geen vijf kilometer meer op WK’s allround, WK’s afstanden en Olympische Spelen. Ook dit seizoen won hij al zijn vijf kilometers.