Haar Kunstdienst bracht inspiratie en troost

Theatermaker en schrijver Frederieke Hijink (1964-2013) geloofde in de kracht van taal en kunst.

Wie zij was en alles wat zij belangrijk vond, komt samen in één woord: ‘Kunstdienst’. Achttien keer, sinds september 2009, is de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch het toneel geweest voor een theatervoorstelling in de vorm van een kerkdienst. Met schriftlezing (zonder bijbelteksten) en een preek. Met samenzang, begeleid door de band Geloof, Hoop en Liefde. Het decor: een altaar met brandende kaarsen en kerkramen, glas-in-lood, geprojecteerd op de wanden.

Frederieke Hijink (Winterswijk, 1964) geloofde in de kracht van kunst en taal – als inspiratiebron, als maatschappelijk bindmiddel, als geneesmiddel bij tegenslag.

Bij Matzer Theaterproducties, het gezelschap waaraan zij vanaf het begin was verbonden, was zij de initiatiefnemer, samensteller en presentator van de Kunstdiensten. Artistiek leider Madeleine Matzer: „Frederieke hield van de schoonheid van rituelen en bood het publiek inspiratie en troost met haar teksten. Zeer gedreven en sociaal was ze. Ze wilde mensen samenbrengen om écht contact met elkaar te maken, om te praten over elkaars drijfveren, twijfels, fascinaties. Als geen ander wist ze diepere gedachten en trivialiteit met elkaar te verbinden.”

Een voorbeeld. Toen haar zoon net achttien jaar was geworden, sprak ze in een Kunstdienst over ‘de onomkeerbaarheid’ van het leven. Haar rol als zijn zorgende moeder moest ze loslaten, ‘een nieuw verhaal’ in haar leven kon beginnen. Haar volgende zin zou een cliché geweest kunnen zijn, maar ze zei: „Als er iets helpt om vrede te krijgen met einde en begin, dan is het wassen. Alles wat uit de kast komt, wordt gedragen, moet weer in de was, drogen en dan weer de kast in. Dat is niet iets om moedeloos van te worden, het is ook mooi en raadselachtig. Rompertjes veranderen in onderbroeken met Mickey Mouse erop, dan in boxershorts met namen van tennisspelers erop, of strings die zich verstoppen in kussenslopen. Als u straks naar huis gaat en denkt: ‘Waar ben ik nou eigenlijk in m’n leven’, kijk dan in de wasmand en u vindt het antwoord op uw vraag.”

Zo lichtvoetig als zij kon spreken, zo zwaar had ze het bij vlagen in haar leven. Haar man, Jur van der Lecq: „Ze was een mens van uitersten: hoge pieken, diepe dalen en alles diep doorleefd. Haar motto was: angst is een slecht motief om iets niet te doen.”

Op zaterdag 2 maart maakte zij een einde aan haar leven. De afgelopen anderhalf jaar was ze voor steeds minder mensen bereikbaar en aanspreekbaar geweest. Pas nu, met terugwerkende kracht, valt de rode draad te zien die naar haar einde heeft geleid. Die staat in vele teksten die zij voor theater heeft geschreven, en in haar roman Achter glas (2004), waarin de hoofdpersoon zegt: „Ik moet de mensen van wie ik het meest houd van me afstoten, anders kan ik niet in vrede sterven.”

Haar volgende Kunstdienst stond op het programma voor 1 april, Tweede Paasdag. Die gaat door, voor de allerlaatste keer, als herdenkingsdienst. Van haar achttien preken, door Frederieke omschreven als ‘zalfjes voor de ziel’, verschijnt een bundel.

Gijsbert van Es