Frau Merkel, hilfe!

De Duitsers innoveren beter dan wij. Bovendien heeft Duitsland zijn begroting op orde, terwijl wij worstelen met de 3 procent-tekortgrens, ondanks extra aardgasinkomsten. Duitsland investeert zonder aardgas 3 procent van het bnp in kennis, wij 1,8 procent mét aardgas. Hoe komt dat?

Het antwoord is te vinden in Vasthoudend innoveren, een recente landenstudie van de Adviesraad voor Wetenschap en Technologiebeleid (AWT), waarin het Duitse innovatiebeleid wordt vergeleken met het Nederlandse. Hoewel de AWT zelf wat bangig concludeert dat ‘het er niet om gaat om aan te tonen dat Duitsland beter beleid heeft…’, valt die conclusie moeilijk te ontlopen: Duitse politici innoveren beter dan Nederlandse. Hoe doen die Duitsers dat?

De analyse van de AWT laat zien dat de Duitsers uitgaan van een oude wijsheid: goedkoop is duurkoop. Wie voor een dubbeltje op de eerste innovatierang wil zitten, vist achter het net. De Duitsers investeren consequent in basaal onderzoek en in technologische topinstituten, mits heel goed. Nederlanders zijn ook consequent, maar in onverhoedse koerswijzigingen en bezuiniging op onderzoek.

Daarnaast zetten de Duitsers in op brede thema’s die aanspreken, schone energie, betere gezondheidszorg, etcetera. Binnen die thema’s komt iedereen aan bod die goede ideeën heeft. Samenwerking met het bedrijfsleven is geen voorwaarde. Onze topsectoren zijn nauwer gedefinieerd en als onderzoeker krijg je meestal niks als het bedrijfsleven niet mee doet. Dat leidt tot veel primitief toegepast onderzoek en het geld wordt makkelijker een prooi van kongsi’s van belanghebbenden.

De Duitsers zijn zuinig met generieke maatregelen, zoals belastingaftrek voor R&D of patenten. Zulke maatregelen komen vooral ten goede aan Philips en Akzo en niet aan de frisse jonge bedrijfjes waar de innovatie vandaan moet komen. Wij geven zo’n 1 miljard euro per jaar uit aan belastingaftrek voor de R&D van grote bedrijven. Eén miljard! Wat je daar niet aan innovatie mee zou kunnen stimuleren.

De Duitse industrie investeert in het maken van spullen: auto’s, machines, geneesmiddelen, etcetera. In Nederland hebben wij ons aan laten praten dat er met spullen geen geld meer te verdienen valt, omdat die goedkoper gemaakt kunnen worden in ontwikkelingslanden. Met handel, dienstverlening en financiële producten (jazeker) zouden wij ons geld moeten verdienen. Het is natuurlijk juist dat plastic borden goedkoper zijn te maken in China, maar voor technologisch geavanceerde producten geldt dat niet. De Audi’s en BMW’s zijn daar niet aan te slepen. Zolang je maar investeert in superieure technologie blijf je de concurrentie voor.

Tussen neus en lippen merkt het AWT-rapport nog op dat Duitse bedrijven beter geleid worden dan Nederlandse. In Duitsland hebben de techneuten het nog voor het zeggen. Mensen die weten hoe een motor werkt en wat er nodig is om een betere motor te maken. In Nederland zijn die vervangen door MBA-types, wel goed voor investor relations maar niet voor het maken van geavanceerde spullen.

De Duitslandstudie van de AWT arriveert op het moment dat het gemor over de innovatie-erfenis van oud-minister Verhagen aanzwelt. Ik heb hier een paar maal uitgelegd waarom Verhagens innovatiebeleid één grote balletjeballetjetruc was. Eerst werd er 700 miljoen weggehaald bij het onderzoek en vervolgens werden de balletjes zo onnavolgbaar heen en weer geschoven dat niemand meer zag hoe de Nederlandse kennisinfrastructuur verder werd ondermijnd.

Nu neemt de kritiek echter toe. Het Nederlandse bedrijfsleven ziet met ergernis dat de Technologische Top Instituten, waar lekker mee viel samen te werken, geen geld meer hebben. Bedrijven moeten nu onder andere bij NWO aankloppen dat door Verhagen gedwongen is de helft van zijn budget in te zetten voor samenwerking met het bedrijfsleven. NWO wil echter wel kwaliteit. Simpel toegepast onderzoek dat niet bijdraagt aan onze kennisinfrastructuur gaat NWO niet betalen.

Het kankerende bedrijfsleven heeft overigens boter op het hoofd. In de oorspronkelijke plannen voor topgebieden had minister Verhagen voor 3,5 miljard ingeboekt aan bijdragen van het bedrijfsleven. Ik heb hier al voorspeld dat daar niets van terecht zou komen en dat is uitgekomen. Volgens Het Financieele Dagblad van 7 februari 2013 is het echt opgehoeste bedrag nu 309 miljoen, minder dan 10 procent van de toezeggingen.

Echte innovatie vereist diepte-investeringen, zoals Mariana Mazzucato, Brits innovatiehoogleraar, in de Wetenschapsbijlage van 2 februari 2013 betoogde. Zij hekelt de ophemeling van het bedrijfsleven als trekker bij innovatie. Het bedrijfsleven trekt niet, maar springt in als de innovatie met publiek geld tot stand is gekomen. Revolutionaire nieuwe technologieën, zoals ICT en biotech, zijn ontwikkeld met publiek geld door de langdurige investeringen in fundamenteel onderzoek in de VS. Hier moet het bedrijfsleven het academische onderzoek aansturen, vindt EZ, om van Nederland een innovatieland te maken.

Duitsland als lichtend voorbeeld, dat schuurt toch wat. Ik proef nog de weeë kartonsmaak van de suikerbieten die wij in hongerwinter 1944 aten. Die rotmoffen zijn inmiddels echter wel de fatsoenlijkste jongetjes van de Europese klas geworden en onze politici zijn echt niet in staat om zelf een houtsnijdend innovatiebeleid op te zetten. Als grote provincie van Duitsland zouden wij beter uit zijn. Kan Merkel Nederland er niet bij doen?

Frau Merkel, hilfe!