Excuses Netanyahu voor aanval op Turks hulpschip

Israëls aanval op een Turks schip in 2010 brak de oude vriendschap tussen beide landen. President Obama, op bezoek in Israël, heeft de relaties hersteld. De regio is veranderd.

President Obama bij zijn vertrek uit Israël naast premier Netanyahu (rechts) en president Peres. Foto AFP

Nog geen twee weken geleden noemde de Turkse premier Tayyip Erdogan zionisme een „misdaad tegen de menselijkheid”. Nog geen drie maanden geleden noemde hij Israël „een terroristische staat”.

Maar gisteren pakte hij toch de telefoon op toen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu hem na bijna twee jaar van stilzwijgen belde om excuses aan te bieden over een incident dat het decennia oude bondgenootschap tussen de twee landen brak. Niet alleen bood de Israëlische premier excuses aan voor de negen Turkse doden die in mei 2010 vielen aan boord van het hulpschip Mavi Marmara, dat op weg was naar de Gazastrook. Netanyahu beloofde ook de families van de slachtoffers te compenseren voor de schade.

„In het licht van Israëls onderzoek dat op een aantal operationele fouten wijst, heeft de premier zijn verontschuldigingen aangeboden aan het Turkse volk voor de gemaakte fouten en het verlies van mensenlevens”, luidde de verklaring. Zijn Turkse collega Erdogan aanvaardde de excuses. Hij roemde zelfs de kracht van de vriendschap „tussen het Turkse en het Joodse volk”.

Dat is opmerkelijk. Turkije hield twee jaar lang vol geen behoefte te hebben aan herstel van de relaties, tenzij Israël niet alleen een spijtbetuiging en compensatie bood, maar ook opheffing van de blokkade van Gaza. Zelfs Turkse commentatoren noemden die eis onrealistisch, maar dat kwam de Turken prima uit. Ankara had zijn zinnen gezet op betere relaties met zijn Arabische buren en in dat streven was de oude vriendschap met Israël een sta-in-de-weg.

Ankara zegde de militaire samenwerking met Israël op en wees de Israëlische ambassadeur uit nadat een VN-rapport in 2011 de regering grotendeels had vrijgepleit van schuld aan de doden. Israël voelde niks voor formele verontschuldigen aan Turkije en wilde hooguit „spijt” betuigen over het incident. In Turkije werd een symbolische rechtszaak aangespannen tegen de vier hoogste commandanten van het Israëlische leger, die bij verstek terechtstonden.

Het bezoek van de Amerikaanse president Obama aan Israël en de Palestijnse gebieden heeft de oude bondgenoten terug bij elkaar gebracht. Noodgedwongen. De regio is veranderd. Het Turkse Midden-Oosten project is mislukt. Met dank aan de Arabische Lente. Niet alleen staat Turkije op voet van oorlog met buurland Syrië, door steun aan het verzet tegen president Assad. Ook buurlanden Irak en Iran storen zich mateloos aan de Turkse bemoeienis met Syrië.

In het dreigende regionale isolement is een goede band met Israël plots wenselijk, ook voor de Amerikanen. Obama heeft zich bij zijn aantreden voorgenomen weg te blijven uit het wespennest van het Midden-Oosten dat de reputatie van zijn voorganger George W. Bush zo schaadde. Hij heeft zijn zinnen gezet op het oosten van Azië en hoopt dat Turkije en Israël de Amerikaanse belangen verdedigen.

Dat kan, nu de relatie tussen Turkije en Iran is bekoeld. Turkije beseft dat als het wil uitgroeien tot een regionale grootmacht, het hoofd het soms moet winnen van het hart. Premier Erdogan heeft eveneens groots ingezet op oplossing van het Koerdische vraagstuk. Donderdag verwelkomde hij het aanbod van de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan tot het neerleggen van de wapens en geleidelijke terugtrekking van Koerdische strijders van Turks grondgebied. Voor oplossing van dit 30 jaar oude conflict zei hij zelfs bereid te zijn „de gifbeker” te drinken.

De Koerden en Israël waren lange tijd een eenvoudig doelwit in nationalistische toespraken tijdens verkiezingscampagnes. Maar de regio is veranderd en de Turkse taal dus ook.