Een Turk is hier Turk onder de Turken

Zelden waren de Turkse Nederlanders in het nieuws. Nu ineens wél. Hoe gaat het eigenlijk met ze? „Turken voelen zich hier minder thuis. Ze zijn een beetje SGP-achtig.”

Turkse Nederlanders hebben een slagerij of een groentewinkel, een shoarmatent, een belwinkel of een kleermakerszaak. Je hoort er niet veel over, het zal dus wel goed zijn. Veel vaker gaat het gesprek over ‘de Marokkanen’. Die gniffelden dus, de afgelopen weken, toen de Turkse gemeenschap opeens volop in de schijnwerpers stond.

Eerst waren daar de Turks-Nederlandse jongens die op televisie verklaarden dat ze best wel tevreden waren over wat Hitler met de Joden had gedaan. Daarna het Turks-Nederlandse jongetje Yunus (9) dat bij een lesbisch pleeggezin opgroeide. Zijn Turkse moeder wil hem terug, wat leidde tot een heftig Turks debat over de geschiktheid van lesbische pleegouders voor een kind van Turkse komaf. Tot verbazing van veel autochtone Nederlanders bemoeide de premier van Turkije zich ermee.

Waren de Turkse jongeren die antisemitische denkbeelden ventileerden op de televisie uitzonderingen, of denken er meer zo? En schoot het pleeggezin van Yunus premier Erdogan toevallig in het verkeerde keelgat of is de Turkse bemoeienis met Turken in Nederland veel structureler? Hoe gáát het eigenlijk met de Turkse Nederlanders?

Turkse jongens worden veel minder vaak verdacht van een misdrijf dan Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse jongens. Daarom horen we weinig over ze. Maar niet crimineel betekent niet automatisch geïntegreerd. Marokkanen zijn ook vaker bekend. Er zijn veel meer Marokkaans-Nederlandse voetballers, schrijvers, cabaretiers, en rappers dan Turkse. Die runnen wel weer vaker een eigen zaak.

Turken zijn minder op de Nederlandse samenleving en sterker op het land van herkomst gericht dan Marokkanen, zegt Han Entzinger. Hij is hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij herinnert zich een vraag uit een onderzoek van een paar jaar geleden aan Turkse en Marokkaanse jongeren: ‘Noem drie politieke partijen in het land van herkomst’. „De Turkse jongeren deden dat moeiteloos. De Marokkaanse wisten er niet één.”

Niet alleen kijken Nederlandse Turken naar Turkije, het werkt ook andersom. Turkije onderhoudt nauwe banden met Turken in de diaspora. Voor buitenstaanders was het misschien opmerkelijk dat Erdogan zich uitliet over Nederlandse pleegzorg. Voor Nederlandse Turken is dat normaal. De Turkse staat dringt diep door in de Turkse gemeenschap en bemoeit zich overal mee.

Dat kan ook makkelijk, omdat de Turken goed zijn georganiseerd. Veel sterker dan andere migranten. Een Turkse Nederlander hoort vrijwel altijd ergens bij, al zal hij dat niet altijd willen zeggen. Hij is onderdeel van een religieuze groepering of een politieke stroming die meestal een regelrechte kopie is van zusterorganisaties in Turkije. Zo zijn ook hier Alevieten, Koerden, Kemalisten en aanhangers van Milli Görüs of Fettulah Gülen. En allemaal hebben ze eigen culturele instellingen, moskeeën, belangenorganisaties, studentenverenigingen en voormannen. Verzuiling: Klein Turkije in Nederland.

Is dat erg?

Het hangt er vanaf aan wie je het vraagt. Zihni Özdil is docent en promovendus maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij vindt de Turkse Nederlanders te veel gericht op Turkije en op elkaar. En te weinig op de Nederlandse samenleving. Hij vindt het onzin om integratie af te meten aan criminaliteitscijfers, onderwijsprestaties en werkloosheid. Özdil: „Een stratenmaker of een uitkeringstrekker kan prima geïntegreerd zijn.”

Integratie, vindt hij, gaat om meedoen met de Nederlandse samenleving en boven je etniciteit uitstijgen. Dat doen de Turken te weinig. „Luister in de tram naar een Marokkaans gezin”, zegt Özdil. „Dat spreekt onderling Nederlands. Een Turks gezin spreekt onderling Turks. Turkse Nederlanders gaan vooral met elkaar om. Ze kijken naar Turkse zenders.”

De cijfers geven hem gelijk. Van de Turkse Nederlanders heeft 67 procent meer contact met andere Turkse Nederlanders dan met autochtone Nederlanders. Driekwart van de Turkse Nederlanders kijkt dagelijks naar eigen (Turkse) tv-zenders. Ter vergelijking: onder Marokkaanse Nederlanders doet 42 procent dat. Zihni Özdil: „Als je elke dag naar die schotel kijkt, dan krijg je als Turkse jongen rare ideeën over Joden.”

Ideeën en opvattingen van Turkse Nederlanders over zaken als godsdienst, identiteit, behoud van cultuur en familie zijn heel traditioneel, zegt hoogleraar Entzinger. „Een beetje SGP-achtig.”

Turken zijn geïntegreerd met behoud van hun identiteit, zegt Mehmet Cerit, voorzitter van de Unie Maatschappelijke Organisaties Nederland (UmNed). Nog liever spreekt hij van eigenheid. Turkse Nederlanders moeten meedoen, vindt hij. Ze moeten een goede opleiding volgen, werken. En dat doen ze ook. „Steeds meer Turkse jongeren gaan naar het hbo of de universiteit.” Maar ze hoeven geen autochtone Nederlanders te worden.

Wat wordt er bedoeld met integratie, vraagt Cerit. Dat moet eerst maar eens gedefinieerd worden. Wordt dat niet verward met assimilatie? Turken zijn geïntegreerd met behoud van hun culturele eigenheid. Dat mag in Nederland. Maar ze maken daardoor minder kans op de arbeidsmarkt. En ze voelen zich minder thuis, terwijl ze hier wel zijn opgegroeid en naar school zijn geweest. Dáárdoor blijven ze naar Turkije lonken.

De strijd in Turkije tussen gelovigen (zoals de huidige premier Erdogan) en de seculieren zet zich in Nederland voort, zegt Cerit. „Ik voel me als gelovig moslim volkomen geïntegreerd. Ik drink geen bier, maar verder doe ik met alles mee. Maar als je gelovig bent en moslim, ben je al snel verdacht. Niet alleen voor de Nederlanders, ook voor bepaalde groepen Turkse Nederlanders. Terwijl voor mij juist het geloof een inspiratiebron is om de samenleving te dienen. Ik denk dat ik daarmee in het hiernamaals goed kan scoren.”

Zihni Özdil vertelt over jongeren uit Turkije die met een studiebeurs een jaar aan de Erasmus Universiteit komen studeren. Zij zijn verbaasd over hun Turks-Nederlandse leeftijdgenoten die vastzitten in de conservatieve of nationalistische denkbeelden van hun grootouders. In plaats van verzet tegen de heersende orde, wat je bij de tweede en derde generatie Marokkanen ziet, omarmen de Turkse jongeren de oude segregatie. „Een uitwisselingsstudent zei: het lijkt wel alsof ik ben teruggereisd naar de jaren zestig.”

De problemen van de Turkse jongeren worden wel gezien. In 2011 schreven elf onderzoekers, pedagogen, onderwijs- en arbeidsmarktdeskundigen, ambtenaren en beleidsadviseurs van Turkse afkomst een manifest. Hun boodschap: de binding van Turks-Nederlandse jongeren met de Nederlandse samenleving neemt in rap tempo af. „Daardoor dreigt het gevaar dat deze jongeren in een maatschappelijk isolement terechtkomen.” En verder: „Er ontstaat een groeiende groep jongeren die in psychische problemen verkeert, sommigen worden apathisch, anderen zoeken hun heil in een conservatieve beleving van hun geloof en een groeiende groep keert zich nadrukkelijk van de samenleving af.” De schrijvers van dit manifest kregen woedende reacties en zelfs dreigbrieven uit de eigen gemeenschap.

Toch beschrijft het precies wat we nu zien, zegt een van de ondertekenaar van toen, ondernemer en pedagoog Kadir Tas. Hij vindt dat de Nederlandse overheid, beleidsmakers en instanties te weinig openstaan voor de Turkse Nederlanders. Zij zouden Turkse jongeren meer moeten helpen om te integreren.

Zihni Özdil zucht. Hij vindt het goed dat Turkse Nederlanders de problemen zien. Hij vindt het aanmatigend om weer de ander de schuld geven, en de overheid te vragen om hulp. „We moeten juist af van naar binnen gerichte organisaties voor Turkse Nederlanders. Pas dan kunnen we samen met autochtonen en andere allochtonen de segregatie proberen uit te bannen.” Hij heeft er zo langzamerhand een hard hoofd in.