De twee gezichten van het H-fenomeen

Holland Financial Centre, zo bleek vorige week, koos in 2007 als speerpunt een van de meest omstreden manieren van beleggen. Hedgefondsen – aan het Binnenhof en het Frederiksplein een H-woord dat liever niemand in de mond neemt.

Deze week bleek weer eens waarom. Maandag werd bekend dat SAC Capital van Steve Cohen civiele schadeclaims vanwege handel met voorkennis heeft afgekocht voor 614 miljoen dollar. Er loopt ook nog een grote strafzaak wegens voorkennis. Zelf is Steve nog geen verdachte, maar hij geldt als het hoofddoelwit van de beursfraudespeurders. Als het moet, betaalt Cohen honderden miljoenen aan claims en boetes uit zijn kontzak. Privé wordt hij geschat op bijna 9 miljard dollar.

Misschien verdwijnt Cohen binnenkort achter de tralies. Zijn klanten zal dat zeer spijten – zie daar de keerzijde van het H-fenomeen. Vanaf de start van SAC in 1992 tot aan 2011 maakte Cohen een rendement van 30 procent per jaar. Gemiddeld, na aftrek van de brutaalste fees ooit geheven: 3 procent voor beheer, 50 procent van de winst.

Ja, u leest het goed: vijftig procent. Pas in 2008 beleefde SAC zijn eerste en tot dusver enige verliesjaar: min 19 procent. Al een jaar later pluste de firma weer zijn oude 30 procent. Hedgefondsen heten niet voor niets zo. To hedge betekent: je indekken tegen iets.

Hedgefondsen streven naar absolute returns: winst, ongeacht of de markt stijgt of daalt. Ze volgen de meest uiteenlopende en vaak uiterst complexe strategieën. Cohen’s specialiteit is de handel in aandelen – long en short, de hele dag door. Anderen doen in obligaties, grondstoffen, valuta’s of een combinatie daarvan. Om hun klanten te laten zien dat ze het menen, hebben ze altijd skin in the game: ze investeren mee met grote bedragen aan eigen geld. Van de 14 miljard dollar die SAC Capital beheert, komt ongeveer de helft van Cohen en zijn partners.

„Mensen als Cohen zijn actieve risicomanagers”, schrijft Alexander Ineichen, een expert in hedgefondsen. Hij is ook een grote fan, maar onderbouwt zijn verhaal wel met publieke data. De meest gangbare HFRI-hedgefondsindex verloor in de rampjaren 2008 en 2009 opgeteld 12,4 procent. De MSCI World-aandelenindex crashte met 22 procent bijna twee keer zo hard.

De HFRI-index had zijn verliezen al in oktober 2010 goedgemaakt. De MSCI World bereikt dat moment pas in 2015. De meeste professionele beleggers volgen een index of andere benchmark; verliest die 10 procent en zij ‘slechts’ 8 procent, dan hebben ze het goed gedaan. Maar hun klanten verliezen nog steeds geld. „Hedgefondsen mikken op het vermijden van verliezen”, aldus Ineichen.

Pensioenfondsen kampen met extreem lage rentes en een heel moeilijk beleggingsklimaat. Hedgefondsen kunnen een uitweg bieden. Daarom investeert Nederlands grootste pensioenbelegger APG 11 miljard euro in hedgefondsen, en stak het 250 miljoen euro in IMQubator, een broedplaats voor hedgefonds-start-ups. Goede hedgefondsen, zegt Ineichen, have an edge: zij bieden iets bijzonders.

Journalist Joost Ramaer schrijft elke zaterdag over beleggingszaken.