Brief over de ov-chipkaart

Treinreis en treinrit zijn toch echt niet hetzelfde

Uit het artikel Vervoerders zijn versplintering beu (NRC Handelsblad, 14 maart) blijkt dat de treinvervoerders het overstapprobleem met de ov-chipkaart willen aanpakken. Dat is mooi, maar niet genoeg.

Een vergelijkbaar nadeel van de ov-chipkaart wordt tot op heden voor de reiziger verzwegen. Want als uw treinreis uit meer dan één treinrit bestaat, is hij duurder dan wanneer hij uit één treinrit bestaat. Ook als u alleen met dezelfde treinvervoerder reist.

Stel u reist van Groningen naar Rotterdam, tweede klas zonder korting. In Rotterdam wordt bij uitchecken € 24,60 van uw saldo afgeschreven. Op de terugreis gaat u in Utrecht bij een vriend langs.

U checkt uit voor € 9,60. Terug in Groningen betaalt u nog eens € 23,00. Want uw terugreis bestond uit twee treinritten. Zolang de toegangspoortjes op de stations nog niet in werking zijn, kunt u onderweg dus beter niet uitchecken.

U overtreedt hier volgens mij geen regel, want artikel 6.9 van de NS vervoersvoorwaarden stelt expliciet dat een treinreis op elk tussengelegen station onderbroken mag worden en dezelfde dag mag worden voortgezet.

Dit is al een heel oude bepaling, die ook na afschaffing van de papieren kaartjes en na de inwerkingtreding van de toegangspoortjes gehandhaafd dient te blijven. De prijs van de ritten mag nooit hoger zijn dan die van de reis.

Op zich is de OV-chipkaart een groot goed, net als de vergroting van de veiligheid van reizigers en spoorpersoneel door het (toekomstige) gebruik van toegangspoortjes.

Maar ook de nadelen van de OV-chipkaart dienen aangepakt te worden.

En het minste is dat de treinvervoerders hier, „ten dienste van de reiziger”, open en eerlijk over worden.

Fabio Poelhekke

Parrega