Sociaal overleg vertraagt plannen langdurige zorg

De hervorming van de zorg voor chronisch zieken, ouderen en gehandicapten ligt tot nader order stil. Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) had beloofd uiterlijk volgende week de Tweede Kamer uit te leggen hoe deze grootste hervorming van het kabinet gestalte moet krijgen. Maar hij wacht daarmee, liet hij gisteren per brief weten.

Van Rijn moet met een versobering van de AWBZ structureel 2,4 miljard euro bezuinigen, op een totaal van 16 miljard in deze kabinetsperiode. Maar ook hij is gegijzeld door het sociaal overleg tussen werkgevers en werknemers. Naast de hervorming van de arbeidsmarkt wordt ook die van de langdurige zorg beïnvloed door de stroef verlopende onderhandelingen tussen werkgeverslobby en vakbonden.

Van Rijn laat weten dat hij de sociale partners „ruimte wil bieden”. Maar als de vakbonden en werkgevers voor Pasen nog geen duidelijkheid geven, ontstaat volgens hem een nieuwe situatie en stuurt hij zijn plannen voor de langdurige zorg „kort na Pasen, in april”.

De staatssecretaris zinspeelt zo op een week vertraging. Maar in Den Haag verwacht niemand dat hij het risico neemt het sociaal overleg te frustreren zolang daar nog beweging in zit. Nu vakbonden en werkgevers bezig zijn, moet de parlementaire behandeling van de AWBZ wachten.

Op het eerste gezicht hebben het sociaal overleg en de hervorming van de langdurige zorg weinig met elkaar te maken. Toch is er een verband. Het kabinet heeft begin maart aanvullende bezuinigingen gepresenteerd, waaronder een nullijn in de zorg. Die salarisbevriezing is inzet van de onderhandelingen bij het sociaal overleg en is ook cruciaal voor het maatschappelijk draagvlak dat Van Rijn nodig heeft voor zijn plannen met de langdurige zorg. Die kan veel werknemers in de zorg hun baan kosten.

Net als al zijn collega’s in het kabinet heeft Van Rijn steun van oppositiepartijen nodig voor zijn plannen. Die zullen geen akkoorden willen sluiten zonder dat ze inzicht hebben in de voortgang van de andere kabinetsplannen. En die zijn weer afhankelijk van het sociaal overleg.

Het kabinet wil de ondersteuning, begeleiding en verzorging voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten voor een groot deel onderbrengen bij gemeenten. Deze groepen zouden ook langer thuis moeten blijven wonen. Daarnaast worden de budgetten voor huishoudelijke hulp met 75 procent gekort. Meer dan vroeger wordt van burgers verwacht dat zij hun ondersteuning zelf regelen en betalen.