Poetin gaat tekeer tegen kritische Russen

Invallen //Russische maatschappelijke organisaties worden vaker geïntimideerd Poetin vindt ze niet patriottisch genoeg Politie-invallen zijn aan de orde van de dag

De Russische politie en belastinginspectie hebben gisteren een inval gedaan bij Memorial, een organisatie die mensenrechtenschendingen onder Stalin en in de huidige tijd onderzoekt en belicht. Het is een van de vele controles die agenten afgelopen weken uitvoerden bij maatschappelijke organisaties in het hele land, van milieubewegingen tot verkiezingswaakhonden tot niet-Orthodoxe kerken. De Russische Mensenrechtenraad spreekt van honderden invallen in het hele land.

Bij Memorial vond de inspectie plaats in bijzijn van een cameraploeg van NTV, een televisiezender die eerder campagne voerde tegen niet-patriottische organisaties en westerse diplomaten. „Krijgen jullie financiering uit het buitenland?”, vroeg de interviewer, die zich volgens Memorial onrechtmatig toegang had verschaft tot het kantoor.

Memorial, dat volgens de eigen site wordt gefinancierd door onder meer de Hongaars-Amerikaanse George Soros Foundation, heeft een groot historisch archief en werkt samen met het centrum voor Holocaust en Genocide-studies van de Universiteit van Amsterdam. Vorig jaar liet Memorial namen van slachtoffers van Stalin voorlezen op het Ljoebjankaplein in Moskou, een van de weinige plekken in Rusland, waar een monument voor deze mensen staat.

Daarnaast heeft de organisatie een afdeling die actuele mensenrechtenschendingen belicht, zoals die onder president Ramzan Kadyrov in Tsjetsjenië, waar afgelopen jaren talloze mensen zijn verdwenen.

De inperking van Russische maatschappelijke organisaties begon na de massademonstraties van december 2011. Het Kremlin (en tv-zender NTV) veronderstelt dat het dit soort ngo’s met buitenlandse financiering zijn geweest die het volk toen tegen de eigen leiders hebben opgezet. Het Openbaar Ministerie zegt de recente inspecties uit te laten voeren om te controleren of de organisaties financiering uit het buitenland krijgen en politieke activiteiten ontplooien. Zo ja, dan moeten zij zich volgens een nieuwe wet kenbaar maken als ‘buitenlandse agent’. Memorial weigert dit, net als veel andere ngo’s. Sommige organisaties melden dat onderzocht wordt of ze zich aan ‘extremisme’ schuldig maken.

Het effect van de inspecties wordt als intimiderend ervaren. „De medewerkers raken van slag, worden van hun werk gehouden, bang gemaakt. Ze hebben zenuwinzinkingen – de leidinggevenden klagen dat ze tot tranen worden gebracht, dat de ondervragingen steeds uren duren, dat het lijkt op verhoren”, aldus een vertegenwoordiger van de Russische mensenrechtenraad tegen nieuwswebsite gazeta.ru.

Dat het kritisch bestuderen van het vaderlands verleden en heden, zoals Memorial en veel andere ngo’s doen, niet langer gewenst is, blijkt ook uit de opening vorige week van een soort tegenhanger van Memorial, de Russische Militair-Historische Sociëteit in Moskou.

„We moeten onthouden dat er belangrijker zaken zijn dan iemands politieke overtuiging: patriottisme en de heilige plicht om het vaderland te verdedigen”, verklaarde Poetin bij de opening van deze zogenoemde gouvernementele maatschappelijke organisatie in het Museum voor de Grote Vaderlandse Oorlog (de Tweede Wereldoorlog).

De Sociëteit draagt daarmee duidelijk een andere kijk op de geschiedenis en maatschappij uit dan Memorial, dat juist wandaden onder het patriottische regime van Stalin probeert bloot te leggen.

Ook in de regio’s laat het Kremlin komende maanden nieuwe organisaties oprichten die de bevolking trots op het vaderland moeten bijbrengen. Dagblad Kommersant meldde gisteren dat alle presidentieel afgevaardigden in de Russische regio’s te horen hebben gekregen dat zij voor 1 april een afdeling moeten openen die verantwoordelijk wordt voor patriottische opvoeding, moreel-spirituele kwesties en banden met niet-commerciële organisaties.

Ze zullen vanuit Moskou worden aangestuurd. De afdelingen, die uit vijf tot acht man gaan bestaan, zullen zich concentreren op de organisatie van lokale verkiezingen en ‘partij-opbouw’, en met de opvoeding van maatschappelijk actieve burgers.

Binnen de presidentiële administratie was dit najaar al een vergelijkbare onderafdeling geboren, na het presidentieel decreet van afgelopen najaar dat de naam ‘Betreffende de vervolmaking van de staatspolitiek op het gebied van patriottische opvoeding’ draagt.

Volgens Kommersant is dit een persoonlijk project van president Poetin, die bezorgd zou zijn over het verval van normen en waarden in het land.