Column

Pillen uit Bavel

Paul Harder is directeur van zeven ‘Regenboog Apotheken’. Hij afficheert zijn keten als „eigenzinnig”. Hij draagt een baard, een gekreukelde broek, een jasje met elleboogstukken. Om vragen die hij leuk vindt („Hoe weet ik dat u geen charlatan bent?”) lacht hij bulderend.

Voor Paul Harder is ‘pillendraaier’ een geuzennaam. In de kelder van zijn apotheek in het Brabantse dorpje Bavel (6.500 inwoners) draait hij zo veel ADHD-pillen, dat het farmaceutische bedrijf Eurocept hem en de Inspectie voor de Gezondheidszorg sinds drie jaar met juridische procedures achtervolgt. Inzet is de vraag of Paul Harder geen stiekeme fabrikant is, naast dat kerkje van Bavel. Harder ging deze week als belanghebbende in beroep bij de Raad van State, samen met tachtig artsen en patiënten.

Hij ontwikkelde zijn pillen in 2006 op verzoek van een verslavingsarts, volgens de regels van de USP, een Amerikaanse instantie die standaarden voor geneesmiddelen vaststelt. Dat is het probleem ook niet. Het probleem is de omvang van de vraag naar zijn ‘Methylfenidaat Retard’. Deze pillen hebben dezelfde werkzame stof als andere ADHD-medicijnen, maar zijn gemengd met andere hulpstoffen, waardoor de werkzame stof vertraagd wordt afgegeven. Sommige patiënten worden te geprikkeld van reguliere ADHD-medicijnen –maar niet van die uit Bavel.

Paul Harder liet met brede gebaren zijn kelder zien: een sluis voor steriel omkleden, de luchtzuiveringsinstallatie, de spoelruimte, de mengruimte en de tabletteerruimte. Grijnzend wees hij op zijn medewerkers en machines, zoals ‘de Baxter’ die zakjes cellofaan met doses ADHD-pillen uitspuwde.

Zolang apothekers op beperkte schaal eigen geneesmiddelen maken voor patiënten die een recept overleggen, hoeven deze niet te worden geregistreerd. Maar dit deed inderdaad wel denken aan een fabriekje. Grootschalig dus, vindt Eurocept: Paul Harder verkoopt 20.000 pillen per maand aan 300 patiënten. Harder wil zelf geen aantallen meer noemen – alles kan intussen tegen hem worden gebruikt – maar pretendeerde ook niet klein te zijn: had ik de ‘Foresee Inspector’ al gezien, de machine die de doseringen in het cellofaan razendsnel controleert? „Het is veel, ja. Maar ik vergroot geen afzetgebied.” Hij doet slechts werk dat andere apothekers laten liggen, omdat zij er tegenwoordig te weinig aan verdienen, vindt Harder.

Zijn recept is niet gepatenteerd, iedereen kan het in principe maken. Maar dát is voor de echte fabrikanten weer niet interessant. Daarvoor is de groep patiënten die zijn pillen wil weer net te klein.

Anders gezegd: een groep van zo’n 300 ADHD-patiënten is te klein voor de farmaceutische industrie – en volgens diezelfde industrie te groot voor een apotheker. De Raad van State moet dus eigenlijk een typische vraag van deze tijd beantwoorden: nu schaalvergroting overal de norm is, wat is dan nog kleinschalig?