Pas op minister, daar is Adri weer

Gisteren nam Adri Duivesteijn afscheid als wethouder in Almere. Den Haag is al klaar voor zijn terugkeer. „Adri is net een hond.”

Afgelopen maandag ontving Adri Duivesteijn in Almere een bijzondere gast: Stef Blok, de minister van Wonen. Ze brachten een bezoek aan het Homeruskwartier in Almere Poort, waar bewoners met een kleine beurs hun eigen huizen kunnen ontwerpen. Op Twitter plaatste Duivesteijn een foto van zichzelf met de minister op een zompig Almeers bouwkavel. „Een mooie ervaring aan het eind van een wethouderschap.”

De timing van Bloks bezoek was opmerkelijk. Een week eerder stonden Duivesteijn en hij tegenover elkaar in de Eerste Kamer. In zijn maiden speech als senator maakte Duivesteijn gehakt van het woonakkoord dat Blok in de senaat verdedigde. Het pakket, zo zei hij, was „onvoldoende doordacht”. Uiteindelijk stemde hij samen met zijn fractie netjes voor, maar de boodschap was duidelijk: Adri Duivesteijn is terug op het Binnenhof.

Na zeven jaar wethouderschap in Almere (gisteren nam hij officieel afscheid), heeft de PvdA’er zich naar eigen zeggen „met nieuwe energie” gestort op de nationale politiek. Dat hij zijn rentree vierde met een bommetje, verbaast zijn politieke collega’s niet.

„Adri is net een hond”, zegt PvdA’er Rob Oudkerk. „Als hij ergens nieuw binnenkomt, ruikt hij overal aan en laat hij plasje achter om zijn territorium te markeren.”

Meer dan dertig jaar zit Adri Duijvesteijn in de politiek. Aan zijn gedrevenheid en vakmanschap twijfelt niemand. In zijn carrière – als wethouder, Tweede Kamerlid en nu dus senator – verwierf hij een ontzagwekkende hoeveelheid kennis over wonen en ruimtelijke ordening. Bovendien beschikt hij over de politieke geslepenheid om zijn plannen op de agenda te krijgen.

Maar Adri Duivesteijn is ook een politicus met vijanden. Zijn empathisch vermogen, zeggen oud-collega’s, is niet bijster goed ontwikkeld. Hij heeft de neiging om over anderen heen te walsen. En van een politieke streek op z’n tijd is hij ook niet vies. „Ik heb veel bewondering voor zijn kennis”, zegt D66-senator Roger van Boxtel. „Hij weet hoe de dingen in elkaar zitten. Maar Adri’s stijl vind ik niet altijd even prettig. Hij kan zuigen en jennen.” Rob Oudkerk: „Als hij iemand een minkukel vindt, behandelt hij hem ook zo.”

Adri Duivesteijn, zoon van een katholieke schoenmaker uit de Haagse Schilderswijk, begon zijn carrière als actievoerder. In de jaren tachtig werd hij wethouder van volkshuisvesting van Den Haag. Hij wist de stadsvernieuwing op gang te brengen, maar met zijn compromisloze stijl dreef hij politici en ambtenaren ook tot wanhoop. „Hij trok zich vaak niets aan van de regels”, zegt Henk Kool, wethouder in Den Haag en in de jaren tachtig verslaggever voor deze krant. „Ik ken ambtenaren die Adri, als ze hem zouden tegenkomen, met een welgemikte vuistslag tegen de grond zouden willen werken.”

In 1989 moest Duivesteijn opstappen in Den Haag. De oorzaak: een hoogoplopende ruzie met zijn collega-wethouder van de PvdA over het nieuw te bouwen stadhuis. Het iconische witte gebouw van de Amerikaanse architect Richard Meier kwam er toch, en wordt tegenwoordig gezien als een grote aanwinst voor de stad.

In 1994 kwam hij in de Tweede Kamer. Al snel ontwikkelde Duivesteijn zich tot een invloedrijk volksvertegenwoordiger. Zijn belangrijkste wapenfeit was een wet die mensen met lagere inkomens de mogelijkheid gaf om, met subsidie, hun huurwoning te kopen.

Die drang tot empowerment van de gewone man loopt als een rode draad door de carrière van Duivesteijn. Hij is een klassieke plansocialist, maar wel een met een vrijzinnig randje. Als wethouder in Almere zette hij zich ervoor in om gewone mensen zeggenschap te geven over het ontwerp van hun woning. Minister Blok, een VVD’er, grapte tijdens zijn werkbezoek dat er „een echte liberaal” in hem schuilt.

Hoewel hij een overtuigde sociaal-democraat is, onderhoudt Duivesteijn een haat-liefdeverhouding met de PvdA. Regelmatig was hij het middelpunt van interne relletjes. Zo liet hij aan het eind van het eerste paarse kabinet samen met collega-Kamerleden Rob Oudkerk en Rick van der Ploeg weten dat fractieleider Jacques Wallage na de verkiezingen niet op zijn plek hoefde terug te keren. De PvdA-top was des duivels. „Toch was Adri de enige van de drie die zijn standpunt recht in mijn gezicht herhaalde”, zegt Wallage nu.

Tijdens Paars II was Duijvesteijn de rechterhand van Ad Melkert. Na diens verpletterende verkiezingsnederlaag in 2002 bleef Duivesteijn verweesd achter. Hij hervond zich pas weer toen hij voorzitter werd van een parlementaire commissie die onderzoek deed naar de budgetoverschrijdingen bij grote infrastructurele projecten als de Betuwelijn en de HSL. Zijn rapport was buitengewoon kritisch.

CDA’er Ger Koopmans zag als commissielid van nabij hoe Duivesteijn de media handig wist te gebruiken ten dienste van het onderzoek: „Hij gaf ‘volginformatie’ aan journalisten. Je zou dat ook lekken kunnen noemen.”

Ook ChristenUnie-leider Arie Slob was lid van de commissie-Duivesteijn. Hij bewaart „goede herinneringen” aan de onderzoekstijd. „Adri gaf mij veel ruimte. Hij wilde per se dat ík Wim Kok zou ondervragen. De schema’s werden ervoor aangepast.” In zijn huidige rol als mogelijke gedoogpartner van Rutte II is Slob minder te spreken over het optreden van Duivesteijn. „De PvdA heeft een groot deel van haar verkiezingsprogramma in het regeerakkoord gekregen. Dan zou het Duivesteijn passen om prudent te wezen.”

In 2006 zei Duivesteijn de Haagse politiek vaarwel en vertrok naar Almere – het bouwparadijs van Nederland. Hij deed zijn werk in de polder naar eigen zeggen „als buitenstaander”, wat onder meer inhield dat hij gewoon in Den Haag bleef wonen. Onder Duivesteijns verantwoordelijkheid werd hard gewerkt aan de bouw van 60.000 nieuwe woningen. In zijn ontslagbrief noemde hij zijn wethouderschap in Almere „de meest gelukkige tijd in mijn werkzame leven”.

Nu is hij terug op het Binnenhof. Eén ding heeft Adri Duivesteijn duidelijk gemaakt: hij gaat zich niet opstellen als een beschouwend Eerste Kamerlid. Wanneer hij zich daartoe geroepen voelt, zal de coalitie van hem horen. En dat zal vaak zijn, denken zijn collega’s. „Hij gaat de randen opzoeken”, zegt Arie Slob.

„Als ik minister Blok was”, zegt Roger van Boxtel, „zou ik heel goed naar Adri Duivesteijn luisteren.”