Nergens zo veel passie voor passie

In de Grote Kerk in Naarden speeltDe Nederlandse Bachvereniging sinds 1922 jaarlijks Bachs Matthäus Passion. De kleine kruisbasiliek is een unieke plek om „den geest der muziek zoo zuiver mogelijk te doen spreken”. Zestig vrijwilligers zijn druk voor Palmzondag, voor de eerste van vijf uitvoeringen.

Uitvoering van de Matthäus Passion in Naarden, 2005. Foto Bram Budel

Nog één week en de Grote Kerk in Naarden beleeft zijn jaarlijkse hoogtijdag. Op Goede Vrijdag wordt de traditionele jaarlijkse uitvoering van Bachs Matthäus Passion door De Nederlandse Bachvereniging bijgewoond door ruim tweehonderd genodigden en sponsoren van de Bachvereniging en zo’n 1.500 ‘gewone’ belangstellenden. Voor de veiligheid wordt er in de kerk ’s ochtends, nog voor de klaagzangen van Jeremia om 9.15 uur beginnen, een ‘bomcheck’ uitgevoerd. „Veiligheid is één”, zegt de Naardense burgemeester Joyce Sylvester (PvdA). Tegelijkertijd wil ze graag dat het evenement „een informele sfeer houdt”. Als de kabinetsleden en parlementariërs na de lunch in het stadhuis – halverwege het lijdensverhaal – teruglopen naar de Kerk, wordt er door de politie „onopvallend maar grondig geschouwd”. Sylvester verheugt zich erop. „De Matthäus is een pijler van Naarden als cultuurstad van het Gooi.” Om de bijzondere aard van de passietraditie te vieren, wordt er door de gemeente jaarlijks iets georganiseerd. Dit jaar: de onthulling van een gedicht van Willem-Jan Otten over de Matthäus, op de muur van een pand tegenover de Grote Kerk.

De Naardense Matthäus-traditie ontstond in 1922 per toeval. Dirigent Johan Schoonderbeek (1874-1927) richtte de ‘Bach-Vereeniging’ op met als doel „ook door wat meer intieme bezetting den geest der muziek zoo zuiver mogelijk te doen spreken”. Anders en kleinschaliger dus dan bij dirigent Willem Mengelberg in Amsterdam, die met het Concertgebouworkest zijn eigen passietraditie had en bij wie het koor 450 zangers telde. Anders dan Mengelberg ook, vond Schoonderbeek dat de Matthäus thuishoorde in een kerk, niet in een wereldlijke concertzaal.

Schoonderbeek koos Naarden omdat hij er woonde. Zo wortelt de Naardense passietraditie in een gelukkig toeval, „maar het is te danken aan de akoestiek en de sfeer van de Grote Kerk dat de traditie bleef”, denkt Marlo Reeders, directeur van Stichting Grote Kerk Naarden. „De meeste kruisbasilieken zijn groot, deze is klein – passend bij het stadje. Daardoor klinken Bachs puntige harmonieën juist hier opvallend goed. Ze verdrinken niet.”

Jos van Veldhoven, artistiek leider van de Bachvereniging sinds 1983, kiest er bewust voor de Matthäus in Naarden te beluisteren. „Veel grote Gotische kerken versluieren Bachs details, daar is de akoestiek te ruimtelijk. In Naarden blijft de complexiteit helder waarneembaar, heel wonderlijk. En het werkt alleen als de kerk vol mensen zit; hun aanwezigheid zorgt voor een zekere intimiteit in de klank. Het houten plafond zal ook meespelen. In de Utrechtse Dom ontstaat die intiemere klank nooit – ook niet als hij vol mensen is.” Volgend jaar leidt Van Veldhoven de Matthäus weer zelf, zegt hij. „We wisselen het af. Je moet de traditie levend en avontuurlijk houden.”

Voor Marlo Reeders en haar team van zestig vrijwilligers in de Grote Kerk is de Stille Week tussen Palmzondag en Stille Zaterdag niet de stilste, maar de drukste van het jaar. In een zijbeuk zijn drie heren met grote handen nu al aan het werk om de kerk tijdig in optimale conditie te brengen. „Overal stof”, snuift Rolf van Hes (76), gepensioneerd chemicus. „En daarom zijn wij er”, zegt Hendrik Jan Nederlof (83), verkeersvlieger in ruste. „Zonder vrijwilligers is het ondoenlijk deze kerk te onderhouden en te exploiteren.”

Vandaag is voor het afstoffen van de vensterbanken, gisteren waren het de 286 lampjes van de 32 kroonluchters. Volgende week zijn de heren suppoost tijdens een van de vijf uitvoeringen van de Matthäus. Van Hes hoorde er in de 23 jaar dat hij vrijwilliger meer dan honderd langskomen. „Vroeger viel ik wel eens in slaap”, bekent hij. „Maar ik ben de muziek meer gaan waarderen.” En trouwens, hij heeft het druk genoeg. Zijn taak is straks óók het opvangen van de flauwgevallenen – in de koele toren. „Juist de Matthäus trekt ook oude of zieke mensen die graag nog één keer een passie willen meemaken”, duidt directeur Reeders. Of twee keer. Van Hes, ook gediplomeerd EHBO’er: „Vorig jaar kwam een vrouw bij kennis. Ze zei: „Hé, ik herken u van vorig jaar!” Toen was ze ook flauwgevallen. Sterfgevallen zijn er nog niet geweest. Wel bijna.”

„En mystieke ervaringen”, lacht Reeders. „Mensen die signaleren hoe een zonnestraal exact op de vertolker van de Christuspartij valt.” De chemicus Van Hes trekt de wenkbrauwen op en kijkt snel een andere kant op.

Het onderhoud van de kerk is een ingewikkeld onderwerp. Structurele restauratiesubsidie krijgt de stichting niet, ook niet voor het onderhoud van het geornamenteerde houten koorhek, een rijksmonument uit 1531. „Die deur klemt als een tuinhek”, zegt een vrijwilliger. Reeders: „Het hek is vijfhonderd jaar oud. Dat moet je met maatwerk oplossen.” Ze wrijft met haar schoen over een vetvlek in de eeuwenoude stenen vloer. De exploitatie van de kerk voor diners, concerten en exposities brengt geld op, maar heeft ook nadelen.

Wie een van de goedkopere kaarten heeft gekocht, moet het straks doen met de sfeer van de kerk, muziek op afstand en monitoren. De gelukkigen zitten in het midden en zien en horen alles. Maar voor iedereen zichtbaar is onder het dak van de kerk het ‘tongewelf’, waarop het lijdensverhaal staat afgebeeld. Judas, die Jezus een beetje griezelig aanstaart terwijl hij hem kust. Geselingen. Het bespotten van Christus’ ‘koningschap’ met een doornenkroon en rieten scepter. De kruisiging.

„De Grote Kerk geeft extra sfeer aan de Matthäus”, vindt Peter Dijkstra, chef-dirigent van het Zweeds Radio Koor en het Chor des Bayerischen Rundfunks. Hij zong zelf zijn eerste Matthäussen in Naarden als koorknaap, was later zanger in het koor van de Bachvereniging en leidt dit de jaar de Matthäus-tournee van de Bachvereniging. „De eerste uitvoering dit jaar was in Vredenburg Leidsche Rijn. Een mooi concert, maar die zaal…. Die noemt men niet voor niets de Rode Doos of de Dode Roos. De Matthäus Passion hoort in de kerk. Daarvoor is de muziek gecomponeerd.”

Dijkstra ziet uit naar de concerten in Naarden. „Het zijn altijd de laatste uitvoeringen van de tournee. Iedereen is moe. Je raakt aan de grenzen van je kunnen na elf uitvoeringen van steeds bijna drie uur muziek in een periode van twee weken. Tegelijkertijd geeft juist vermoeidheid aan de laatste middagen, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag, een unieke sfeer. In uitputting kun je boven jezelf uit stijgen.”

Kerkdirecteur Reeders verheugt zich óók op Stille Zaterdag. „Na alle Matthäussen in een paar uur tijd de hele kerk ombouwen voor de Paaswake van de Protestantse gemeente die hier ook nog steeds actief is, is eigenlijk gekkenwerk. Daarna eten de vrijwilligers en iedereen die heeft meegewerkt ter afsluiting samen frietjes. Dat is óók traditie.”

Burgemeester Joyce Sylvester bereidt zich grondig voor op Goede Vrijdag, vertelt ze. Ze zingt zelf ook en studeert thuis om in de stemming te komen de sopraanaria’s Blute nur en Ich will dir mein Herze schenken in.

Dirigent Peter Dijkstra: „De liefde voor de Matthäus in Nederland is een cult. In geen ander land vind je zoveel passie voor de passie.”

Een live-registratie van de uitvoering van Bachs ‘Matthäus’ door de Ned. Bachvereniging vanuit het A’damse Concertgebouw is nog t/m morgen gratis te zien via concertgebouw.nl/live. Radio 4: 28/3, 20 uur. Er zijn nog enkele kaarten voor Naarden te reserveren via bachvereniging.nl