Museum beroofd van Schoonhovens

Het Museum van Bommel van Dam in Venlo is vanochtend beroofd van vier schilderijen. Het gaat om drie reliëfs van J.J. Schoonhoven (1914-1994) en een schilderij van de Nederlands-Tsjechische kunstenaar Tomas Rajlich (1940). De gezamenlijke verzekerde waarde bedraagt 1,1 miljoen euro.

Het alarm ging rond vijf uur ’s morgens af. De politie was binnen enkele minuten ter plaatse. Er was een deur geforceerd. De politie vermoedt dat de daders de Burgemeester van Rijnsingel zijn overgestoken en daar in een vluchtauto zijn gestapt. De politie bestudeert de beelden van veiligheidscamera’s in en rond het museum.

De ontvreemde werken horen tot de Collectie Manders, die vanaf zondag 27 januari in het museum was geëxposeerd. Het echtpaar Manders verzamelde in veertig jaar tijd een grote collectie abstracte, naoorlogse kunst. De werken van J.J. Schoonhoven zijn met afstand de kostbaarste werken uit hun collectie.

De witte, monochrome reliëfs van Schoonhoven, die hij vanaf 1955 vervaardigde van ribkarton, papier-maché en wc-rollen, zijn de laatste jaren enorm in prijs gestegen. Het Museum of Modern Art in New York bereidt een overzicht voor van de zogeheten Nul-kunst, met een prominente rol voor Schoonhoven.

Paul van Rosmalen van kunsthandel Borzo in Amsterdam verzorgt een verkoopexpositie met werken van Schoonhoven voor Art Basel, de belangrijkste beurs voor hedendaagse kunst: „Dit is een horrorscenario, weer een kunstdiefstal na de roof uit de Kunsthal Rotterdam. Het zal gevolgen hebben voor het uitlenen aan musea door collectioneurs.”