Libisch parlementslid vlucht na bedreiging door militie

Een Libisch parlementslid dat voorzitter was van de parlementscommissie voor Mensenrechten, heeft zijn ontslag genomen en is naar Groot-Brittannië gevlucht omdat hij door milities werd bedreigd. Dat heeft het afgetreden parlementslid, Hassan al-Amin, gezegd in een vraaggesprek met het Amerikaans zakenblad Businessweek.

In dat interview zegt Amin dat de bedreigingen kwamen nadat hij op 5 maart op de Libische televisie de groeiende macht van de milities had gekritiseerd evenals de schending van de mensenrechten van duizenden gevangenen die milities in hun gevangenissen vasthouden.

De milities zijn overgebleven uit de opstand tegen het bewind van de Libische leider Moammar Gaddafi in 2011. Na de val van dat bewind weigerden talrijke rebellengroepen zich te ontbinden en hun wapens in te leveren omdat zij een greep op de macht wilden houden. De regering die afgelopen najaar tot stand is gekomen na parlementsverkiezingen in de zomer, heeft sommige milities ingelijfd als officiële veiligheidsdiensten. Maar zij is niet sterk genoeg om andere strijdgroepen tot de orde te roepen die nu straffeloos doen waar zij zin in hebben. Het parlement is sterk verdeeld.

Amin (53) woonde jarenlang als balling in Londen, maar keerde na Gaddafi’s val naar Libië terug. Hij spuide zijn kritiek op de televisie nadat het parlement zelf door ex-rebellen was aangevallen en bezet. Zij ontruimden het gebouw weer nadat hun eisen – waaronder levenslang werk, pensioenen en auto’s – waren ingewilligd.

„De goede revolutionairen gingen terug naar hun banen en studies”, zei Amin tegen Businessweek. „Waarmee we nu zijn blijven zitten, zijn gangsters. Hun milities moeten worden ontbonden.”

De regering probeert de tientallen overgebleven milities te paaien met opleidingen en werk. Maar daarbij heeft zij tot dusverre weinig succes. Onder de omstandigheden verslechtert de veiligheidssituatie gestaag. Een groeiend gevaar is ook de rol van moslimextremistische groepen.