Kleurexplosies als eyecandy vechten om de aandacht

Katharina Grosse, installatie ‘Two Younger Women Come In And Pull Out A Table’

Katharina Grosse Two Younger Women Come In And Pull Out A Table, t/m 9 juni in De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Di-zo 11-17u. Inl.: 013 5438300 / www.depont.nl

Sommige kunst zit zo slim in elkaar dat je er achterdochtig van wordt. Katharina Grosse (1961) is zo’n slimme kunstenaar, wier geschilderde reflecties op de kunstgeschiedenis – abstract expressionisten en graffiti aanhalend – zo verbluffend mooi zijn dat je je afvraagt of ze niet te gelikt zijn. Te veel suiker is niet goed voor de mens, en zo lekker smaken ook de abstracte schilderijen van de Duitse Grosse: explosies van kleur, verf die druipt en spat in alle tinten van de regenboog, fluortinten en metallicspray vechten om de aandacht.

Spierballenkunst is het, en niet alleen vanwege de brutale kleuren. Haar doeken zijn groter dan die van alle voorgangers op wie ze reageert.

Die enorme formaten alleen al lijken een commentaar op de kunstgeschiedenis. Grote abstracte schilderijen zijn voor altijd gelinkt aan de jaren vijftig, toen abstract expressionisten als De Kooning en Pollock de grootste doeken namen die nog te doen waren.

Machokunst was het. Maar Grosse werkt minstens zo macha op nog groter formaat, soms wel vier bij tien meter, dat ze te lijf gaat met onder meer een verfgeweer. Banen van verf vervloeien en overlappen. Daarin lijken haar zwarte lijnen zowel op Pollocks drippings als op graffititags – alsof ze wil zeggen: Katharina Grosse was here.

Het is een grappig toeval dat De Pont nu ruimte biedt aan een vrouw met een verfgeweer, nu net het verfkanon van de vorige exposant, Anish Kapoor, is opgeruimd.

En het museum biedt meer parallellen. Grosses expositie biedt zicht op een even zo grote schildering van Angela Bulloch, die veel systematischer oogt, en een van Jan Andriesse, op zijn beurt vooral ingetogen. Maar Grosses grootste eyecatcher zijn nog niet eens de doeken: ze vulde de grote open ruimte van de voormalige fabriekshal met ruim zestig ballonnen, twee tot vier meter doorsnede, die ze ter plekke bespoot met verf. Zachtjes deinen ze heen en weer, een betoverde speelgoedwereld vol zuurstokkleuren. Op een doordeweekse middag wandelen er een paar grootmoeders met hun kleindochters doorheen – onafhankelijk van elkaar hadden ze bedacht dat dit toch wel hét moment was om hun kleindochters met kunst kennis te laten maken. Stilletjes en vol ontzag kijken de meisjes omhoog, naar die werkelijk allergrootste kauwgomballen ooit.

Dat is waar je dus achterdochtig van kunt worden: zo veel kunsthistorische parallellen gebruiken om uiteindelijk vooral eyecandy te scheppen, alsof de kunstgeschiedenis een trukendoos is. Maar op zich kan visuele snoepjeskunst een legitieme conclusie zijn: dat schilderen in de kern toch echt vooral dient om het oog te verleiden, met slimme combinaties van grondverf en fluortinten. Kunst voor multinationals en museumshows, waar één werk al genoeg presence heeft om een hele hal aan te kleden. Maar met een suikerlaagje doe je haar tekort. Daarvoor steken haar composities te goed in elkaar, terwijl ze er toch uitzien alsof ze gauw zijn neergezet: voorafgaand aan het verfgeweer sponst ze niet zelden brede diagonale verfgebaren over de grondverf zoals een een glazenwasser een ruit aanpakt.

Die sponslagen en spuitgeweren leveren grootse en beweeglijke composities op, watervallen of eindeloos vertakkende rivierstromen. Soms vormt de verf een draaikolk, als om een denkbeeldige ruimte te scheppen, een universum van verf, iets wat de abstract expressionisten ook nastreefden.

Alles is groots en meeslepend. Dat bewijst ook haar grootste doek in De Pont, waar golvende lijnen over elkaar buitelen en het doek verlaten, cirkels vormend, als een tornado met in het midden van het doek een leegte. Het oog van de storm. Totale stilte? Of grondverf?