Houdt een paus kogels tegen?

Het grote raadsel rondom Pius XII is nog steeds waarom hij nooit publiekelijk heeft geprotesteerd tegen de Jodenvervolging. Een nieuwe biografie zoekt naar antwoord.

Paus Pius XII in 1945 Foto AP

De keuze van paus Franciscus mag dan voorspoedig zijn verlopen, voor de verkiezing van paus Pius XII op 2 maart 1939 waren maar twee stemrondes nodig. Op verzoek van de gekozene, Eugenio Pacelli, volgde voor alle zekerheid nog een derde ronde. Met 48 van de 63 kardinale stemmen stond de uitslag toen definitief vast. Pacelli was tot Vicarius Christi in Terra gekozen, precies op zijn 63ste verjaardag. Een verrassing was die keuze niet, want in de tien jaar daarvoor was hij de rechterhand geweest van Pius XI. Het was het begin van een nog altijd omstreden pontificaat, dat alle oorlogsjaren en dertien naoorlogse jaren omvatte.

Pacelli, geboren en getogen Romein, stamde uit de zogeheten zwarte adel. Zo worden de Italiaanse families aangeduid die van vader op zoon werkzaam waren voor het Vaticaan. Grootvader Marcantonio Pacelli was de geestelijk vader van de krant van het Vaticaan, L’Osservatore Romano, en diende in de regering van Pius IX tot er in 1870 een einde kwam aan het zelfstandige bestaan van de Kerkelijke Staat. Vader Filippo was als advocaat voor het Vaticaan actief en Eugenio’s broer Francesco onderhandelde namens de paus met Mussolini over een nieuwe status voor het Vaticaan, wat in 1929 resulteerde in het Verdrag van Lateranen.

Eugenio zelf voelde zich al jong aangetrokken tot een leven als geestelijke. Met speciale dispensatie kon hij tijdens zijn priesteropleiding thuis blijven wonen. Na zijn rechtenstudie kwam hij bij het Vaticaanse departement terecht dat zich met de internationale betrekkingen bezighield. Hij werd regelmatig op een missie naar het buitenland gestuurd. Zo bracht hij bijvoorbeeld de persoonlijke condoleances over van de paus na het overlijden van de Engelse koningin Victoria.

Ambassadeur

In 1917 volgde zijn benoeming tot nuntius, pauselijk ambassadeur, in Duitsland, eerst in München en later in Berlijn. Eind 1929 haalde Pius XI hem terug naar Rome en benoemde hem tot staatssecretaris, de tweede man van het Vaticaan, vooral verantwoordelijk voor de externe betrekkingen. In die functie maakte hij vele reizen, onder meer naar de Verenigde Staten, waar hij persoonlijk bevriend raakte met president Roosevelt en de familie Kennedy. Na de dood van Pius XI was de hoogste trede in de kerkelijke hiërarchie het logische vervolg.

Het grote raadsel van het pontificaat van Pius XII is nog altijd waarom hij – heel anders dan zijn directe voorganger – nooit publiekelijk geprotesteerd heeft tegen de Jodenvervolging en het nazisme nimmer in expliciete bewoordingen heeft veroordeeld. Dat raadsel, in 1963 op scherp gesteld door het toneelstuk Der Stellvertreter van Rolf Hochhuth, is het centrale thema in Soldier of Christ, het boek dat de Amerikaanse historicus Robert Ventresca over Pius XII heeft geschreven. Heeft Pius XII het communisme toch altijd als het grootste gevaar gezien en het nazisme als het mindere? Heeft hij de lokale bisschoppen de ruimte willen laten om hun eigen lijn te kiezen, zoals de Nederlandse bisschoppen deden. Moest hij rekening houden met zijn verhouding tot het Italië van Mussolini? Heeft hij gedacht dat de Duitse hegemonie wel eens heel lang zou kunnen duren en wilde hij de rooms-katholieken in Duitsland niet nodeloos in gevaar brengen door radicale uitspraken? Werd hij misschien afgeremd door de talrijke Duitsers in zijn directe entourage? Al deze vragen komen aan de orde in deze zorgvuldig gedocumenteerde biografie, die daardoor ook een goed inzicht geeft in de Vaticaanse politiek van die tijd.

Het aantrekkelijke van een biografie is dat de persoon in kwestie weer tot leven komt. Door de veelheid aan boeken en documenten waaruit Ventresca put is Soldier of Christ weliswaar een gedegen boek, maar Pius XII blijft daardoor een papieren paus. Zijn Franse biograaf Robert Serrou beschreef hem destijds veel levendiger. Eén voorbeeld: in München werd Pacelli aan het einde van WO I geconfronteerd met een opstand die uitliep op het honderd dagen durende bewind van de linkse socialist Kurt Eisner. Ventresca beschrijft deze periode op basis van de brieven en verslagen die Pacelli naar Rome stuurde. In dat verband citeert Ventresca uit een brief van Eugenio aan zijn broer Francesco, waarin hij vertelt dat hij door linkse radicalen bedreigd is, waarbij zijn leven gevaar liep. Pie XII Le pape-roi, de biografie die de Franse journalist Robert Serrou in 1992 over deze paus schreef, is op dat punt veel concreter, wellicht doordat hij tal van betrokkenen nog heeft gesproken.

Revolver

Serrou vertelt hoe op 29 april 1919 om drie uur ’s middags enkele gewapende mannen de nuntiatuur in München binnendringen. Ze schuiven de portier aan de kant, stormen de kamer van Pacelli binnen, richten een revolver op hem en eisen zijn auto op. ‘Je gaat er aan, jij schoft van een priester. We zullen zien of God en jouw paus de kogels kunnen tegenhouden.’ Pacelli blijft uiterlijk kalm en moet vervolgens tegen het hoofd van zijn huishouding gezegd hebben: ‘Deze heren hebben honger, zuster Pascalina, geef hun wat etenswaar mee.’ Zo verteld kun je je voorstellen hoe dit voorval Pacelli’s kijk op het communisme, ook in zijn naoorlogse vorm, heeft gestempeld.

Levendig wordt Ventresca’s biografie pas echt als de paus is overleden. Rondom zijn sterfbed speelden allerlei onverkwikkelijke toestanden, waarbij zijn huishoudster zuster Pascalina – ook wel la Popessa genoemd – en zijn lijfarts Galeazzi-Lisi een opmerkelijke rol hadden. De arts maakte zelfs foto’s van de paus in zijn laatste uren en liet zich daar flink voor betalen. Ventresca’s biografie bevat tal van fraaie foto’s, onder meer van het bezoek van de familie Kennedy aan het Vaticaan, maar je moet het boek van Serrou erbij pakken voor de omstreden foto van zuster Pascalina op een krukje naast het bed van de stervende paus, die zuurstof krijgt toegediend.