Horror, maar dan waargebeurd

The Act of Killing, gisteren in première in Den Haag, is een schokkende film over een Indonesisch bloedbad. In Jakarta is hij alleen te zien op verzoek.

Het kan wel, op zijn Indonesisch met een sateetje bij Bioskop Blitzmegaplex in Jakarta naar de documentaire The Act of Killing kijken. Eenvoudig is dat niet. De documentaire van de Amerikaan Joshua Oppenheimer over de communistenjacht in Indonesië in 1965-66 ligt gevoelig, omdat de zwartste bladzijden uit de Indonesische geschiedenis worden behandeld op een manier die tot een paar jaar geleden totaal onbespreekbaar was. Daarom moet je eerst uitvogelen wanneer een van de zeldzame voorstellingen wordt gehouden. Dan moet je je via Facebook aanmelden. Alleen een officiële uitnodiging op naam verschaft toegang tot de filmzaal.

Oppenheimer laat zien dat de communistenjagers geen helden zijn die het jonge Indonesië hebben behoed voor de gevolgen van een gevaarlijke ideologie, waar Vietnam en Cambodja wel voor vielen. De Amerikaanse documentairemaker laat op verbluffende wijze de daders van het geweld een beeld van henzelf schetsen. Het waren verveelde gangsters, die moordenaars werden en mensen afslachtten zonder enige vorm van bewijs of proces. De mannen die de gruwelijkheden pleegden, werden actief gesteund door maatschappelijke organisaties die in een functionerende maatschappij tegenwicht zouden moeten bieden aan dit soort heksenjachten, zo blijkt uit de documentaire. Oppenheimer laat een hoofdredacteur van een krant op Sumatra aan het woord die vertelt hoe hij op zijn typemachine op de redactiezaal verhoren afnam. Als hij overtuigd was dat het een communist betrof, gaf hij een seintje aan de moordenaars dat de executie voltrokken kon worden.

Buiten Indonesië vestigt de documentaire de aandacht op een van de gruwelijkste moordpartijen uit de moderne geschiedenis. Oppenheimer heeft het over een miljoen slachtoffers. Een rapport van de CIA houdt het op driehonderd- tot vierhonderdduizend doden, zo schrijft Indonesië-expert Adam Schwarz in zijn boek A Nation in Waiting. „Het is een van de ergste massamoorden van de twintigste eeuw, samen met de pogroms in de Sovjet-Unie, de nazimoorden tijdens de Tweede Wereldoorlog en de maoïstische bloedbaden in de vroege jaren vijftig”, aldus de Amerikaanse veiligheidsdienst.

In Indonesië zelf is het effect van de documentaire beperkt. De Engelstalige krant Jakarta Globe schat dat er sinds de première ruim 260 besloten voorstellingen zijn gehouden met in totaal tienduizend bezoekers. Op een bevolking van 248 miljoen inwoners betekent het dat 0,004 procent van de Indonesiërs de film heeft gezien. Discussies over de documentaire blijven beperkt tot de Engelstalige of intellectuele media. Politici en regeringsfunctionarissen reageren terughoudend. Op de vraag of de bekentenissen van hoofdrolspelers als Anwar Congo reden zijn om vervolging in te stellen, antwoordde de Indonesische advocaat-generaal vorig jaar dat hij de film niet had gezien en eerst de wet wilde bestuderen.

Het is lastig voor de schokkende en prachtig gefilmde documentaire van Oppenheimer om het geldende discours over communisten bij te stellen. Indonesië is een jong land. Nog geen 20 procent van de bevolking is ouder dan 50 en heeft de massamoorden bewust meegemaakt, terwijl de bevolking op school wel massaal de onder Soeharto geldende anticommunistische doctrine ingepeperd heeft gekregen.

Na de val van het autocratische regime in 1998 en de democratisering van Indonesië is de officiële retoriek getemperd. Maatschappelijk wordt communisme nog steeds maar mondjesmaat geaccepteerd, waardoor het voor slachtoffers moeilijk blijft over de verschrikkingen te praten.

Oppenheimer laat dit zien in een scène waarin twee van de gangsters, die bezig zijn een film te maken over hun daden, in een buurt op zoek gaan naar figuranten. Niemand wil voor communist spelen, zegt een van hen. Dat komt doordat ze hier vroeger allemaal communisten waren, antwoordt Anwar Congo. Vijftig jaar later blijft de argwaan bestaan.

The Act of Killing gaat over geschiedenis, maar toont ook een duistere zijde van de Indonesische samenleving die nog steeds relevant is: massahysterie. Hoe diep de moordenaars ook graven, een echt antwoord op de vraag waarom ze deden wat ze deden geven ze niet. Indonesië-expert Schwarz noemt dit ‘the beast within’. Nog steeds steekt dat beest, weliswaar in bescheidener vorm, zijn kop op. Gisteren werd in Bekasi, een voorstad van hoofdstad Jakarta, een katholieke kerk met bulldozers verwoest omdat er geen vergunning voor het gebouw was. Een deel van de lokale islamitische bevolking moedigde de vernieling aan. Ze scandeerden leuzen en maakten de katholieken uit voor ongelovigen. Bekijk sommige scènes uit de film van Oppenheimer en je weet hoe dat er ongeveer uitziet.