Hoe zet een moraalridder zijn verhalen om tot daden?

A.H.J. Dautzenberg: Rafelranden van de moraal. Atlas Contact, 96 blz. € 5,- ***

Er waait een ‘boerenwind’ door de Nederlandse letteren. Dat schrijft A.H.J. Dautzenberg in Rafelranden van de moraal. De boerenwind staat in Dautzenbergs terminologie voor een gebrek aan verbeeldingskracht. Schrijvers zijn fact checkers geworden, moraalridders in plaats van hoeders van de verbeelding, en Dautzenberg walgt ervan.

Het gebrek aan verbeelding zit hem erg hoog, zoveel is duidelijk. Zijn fake-interviews – waarvan hij enkele alweer (gedeeltelijk) opneemt – voor de VPRO gids met onder anderen zanger Lemmy Kilmister, oud-Ajaxied Ronald de Boer en het gedeeltelijk verzonnen interview met Arnon Grunberg werden niet door alle ‘geïnterviewden’ jubelend ontvangen. Er werd met rechtszaken gedreigd of rectificaties geëist. Zo ver kwam het allemaal niet, want een schrijver is vrij om te doen en te laten wat hij wil, die grenzen had Dautzenberg niet overschreden.

Toch is hij nog steeds boos: er zijn teveel benepen idioten die zijn spel met de werkelijkheid niet waarderen. Welke idioten dit zijn, maar ook welke principes en ideeën hij erop na houdt, zet hij in Rafelranden van de moraal nog één keer op een rij.

Dautzenberg overdrijft, maar heeft wel degelijk een punt. Er waren inderdaad mensen die besloten zijn roman Samaritaan, waarin de hoofdpersoon een nier afstaat aan een vreemde, goed te vinden, zolang maar duidelijk was dat hij daadwerkelijk zijn nier had afgestaan. En de humor en waarde van zijn fake-interviews werden inderdaad te weinig gezien. Maar wat Dautzenberg dan weer niet meldt, is dat er evenveel mensen waren die zijn roman wél op literaire merites beoordeelden. Zijn fake-interviews (gebundeld in Rock @ Roll) zijn wel op inhoud besproken, maar werden, op basis van diezelfde inhoud, niet zo goed gevonden. Zijn beroep op fictie is bovendien niet bepaald nieuw: hele schrijvende volksstammen beroepen zich erop , en doen dat al jaren.

De boze polemist Dautzenberg is kortom handig, maar hij overschreeuwt zichzelf waardoor je niet geneigd bent tegen hem in te gaan, maar eerder je schouders ophaalt. Jammer, want onder Dautzenbergs schreeuwerigheid zit een interessant verhaal: je kan wel een moraalridder zijn, maar hoe zet je dat om in daden? Wat er dan gebeurt, blijkt het best uit zijn betoog over pedofielenvereniging Martijn. Zoals inmiddels wel bekend sloot hij zich aan bij die club puur omwille van de vrijheid van meningsuiting en vereniging: je mag voelen en denken wat je wil, zolang je er maar niet naar handelt, en dan moet je je ook met gelijkgestemden kunnen verenigen.

In Rafelranden van de moraal wordt duidelijk wat er gebeurt wanneer je die principes ook in handelen omzet. Dautzenberg wordt onderdeel van een ware middeleeuwse heksenjacht op die club van maar zestig leden. Hij is getuige van de hypocrisie van moraalridders, advocaten, tv-makers en politici. Hoezeer hij gefrustreerd wordt, blijkt uit onzinredeneringen als ‘bevechten ze [de journalisten] in mij en/of Martijn wellicht hun eigen wellust?’ Dat zijn onbewijsbare en zinloze aantijgingen die zijn pleidooi er niet sterker op maken. Want het is schokkend om te lezen hoe mensen al veroordeeld worden zonder veroordeeld te zijn. Had Dautzenberg zich gehouden aan een kale beschrijving van wat er gebeurt wanneer je je houdt aan principes, dan had hij een pijnlijk en ijzersterk verhaal gehad.