Het woord is aan Turkije

Terwijl de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan een bezoek aan Nederland bracht, kwam de Koerdische leider Abdullah Öcalan gisteren vanuit de gevangenis met een ogenschijnlijk vreugdevolle mededeling: hij kondigde een wapenstilstand af. Dat is niet voor het eerst. Maar hoopvol is dat Öcalans volgelingen zich gewoonlijk langdurig aan zo’n wapenstilstand houden. De bewoordingen die hij koos, klonken eveneens veelbelovend. „Er is een nieuw tijdperk aangebroken, waarin de politiek de hoofdrol speelt”, zo liet hij Koerdische parlementsleden zeggen. „Wij hebben het stadium bereikt waarin onze gewapende elementen zich over de grens moeten terugtrekken.”

Dit wil nog niet zeggen dat het historische moment van een Koerdisch-Turkse vrede nu nabij is. Dat zal ook in hoge mate afhangen van de reactie van de andere partij: de Turkse overheid. Tenslotte is een wapenstilstand pas effectief als beide partijen zich eraan houden.

Feit is dat de Turkse regering, gedomineerd door Erdogans islamitische AKP, al stappen heeft gezet die de positie van de Koerden in het land hebben versterkt. Al mocht de Koerdische versie van Öcalans verklaring gisteren dan niet op de televisie worden vertoond, de Koerdische taal is wel erkend: hij mag op tv, aan de universiteit en in de rechtbank worden gesproken; op school is het Koerdisch een keuzevak geworden.

Daar staat tegenover dat op basis van een antiterreurwet duizenden Koerden gevangen zitten, louter omdat ze ervan worden verdacht sympathisant te zijn van de PKK of een andere Koerdische organisatie. Onder hen veel (Koerdische) journalisten; van Erdogan kan niet worden beweerd dat hij een groot voorstander is van volledige persvrijheid.

Maar ook komt hem de verdienste toe dat zijn regering de dialoog heeft gezocht met de verboden organisatie PKK, die bij de EU en de VS op de lijst van terreurorganisaties staat en ook in Nederland verboden is. En met een leider, Öcalan, die een levenslange gevangenisstraf uitzit. Dit alles na een jarenlange strijd die 40.000 mensen het leven heeft gekost.

Daar staat tegenover dat de PKK-leider niet het boegbeeld voor alle Koerden is. Er zijn radicalere Koerdische facties die waarschijnlijk nog niet geneigd zijn de wapens neer te leggen en die de droom van een eigen Koerdische staat niet hebben opgegeven.

Als het goed gaat, vormt het parlement straks het toneel waar de strijd verder wordt geleverd. Erdogan wil de Turkse grondwet veranderen, maar kan de benodigde tweederdemeerderheid alleen behalen met behulp van Koerdische partijen. Die zullen een wettelijke verankering eisen van de rechten van de Koerden in Turkije. En daar hebben ze alle reden toe.