En wie beschermt de ouders tegen de kinderbescherming?

Jeugdzorg grijpt soms snel in. Te snel, klagen ouders. Vermoedens worden opeens feiten. De kinderombudsman gaat onderzoek doen.

De zaak-Yunus was niet de aanleiding voor het onderzoek naar waarheidsvinding in de jeugdzorg, zegt Tweede Kamerlid Vera Bergkamp van D66. „Maar de zaak laat wel zien dat we goed moeten kijken hoe beslissingen in de jeugdzorg tot stand komen, en of feiten en oordelen niet te veel door elkaar lopen.” Nadat Yunus al ruim twee jaar niet meer thuis woonde, oordeelde het gerechtshof dat niet aannemelijk was dat Yunus was mishandeld. Mishandeling was een van de gronden van de uithuisplaatsing.

Op initiatief van Bergkamp, gesteund door de andere partijen in de Kamer, gaat kinderombudsman Marc Dullaert de komende maanden onderzoek doen naar hoe ingrijpende beslissingen in de jeugdbescherming, zoals uithuisplaatsingen, feitelijk onderbouwd worden. Aanleiding voor Bergkamp waren burgers die klaagden dat in rapportages van bureaus jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming aannames en feiten door elkaar liepen.

Verschillende bureaus jeugdzorg en andere organisaties staan onder verscherpt toezicht van de Inspectie Jeugdzorg omdat de kwaliteit van de onderzoeksverzoeken bij de Raad voor de Kinderbescherming onvoldoende is. Gebrekkige verslaglegging speelt ook een rol bij het verscherpte toezicht op de jeugdzorgorganisatie William Schrikker Groep.

Ombudsman Dullaert kreeg het afgelopen jaar ook al meer klachten. „Dat waren ernstige klachten, waarbij opinies van mensen in verslagen waren opgenomen als feiten.” Hij gaat kwalitatief onderzoek doen naar de ‘keten’ van jeugdbescherming, waarbij hij onder meer met rechters, bureaus jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming spreekt. Dullaert maakt zich grote zorgen over de voorgenomen overdracht van jeugdzorg aan de gemeenten in 2015, omdat de continuïteit en kwaliteit onvoldoende is gegarandeerd. „Gemeenten hebben nu niet de kennis in huis om de huidige problemen op te lossen.”

Advocaat Reinier Feining ziet in zijn dagelijkse praktijk dat waarheidsvinding, ofwel deugdelijke onderbouwing van ingrijpende beslissingen, geen belangrijke rol speelt bij jeugdbescherming. Het ‘veiligheidsdenken’ overheerst. „Bij een niet-pluisgevoel wordt zo snel mogelijk het kind veiliggesteld. Zeker bij jonge kinderen. Hoe jonger, hoe haastiger ze handelen.”

Bijvoorbeeld als een maatschappelijk werker bij de moeder een psychische stoornis vermoedt, omdat ze slordig is met afspraken. „Niet een psychiater of een psycholoog, maar iemand met een lagere opleiding. En die moeder moet dan bewijzen dat ze géén borderliner is.”

Het is een keuze, zegt Feiner – snel ingrijpen om risico’s te beperken. „Maar dan moet jeugdzorg onmiddellijk daarna onderzoeken of de vermoedens over de ouders wel kloppen, en met welke hulp dat kind weer naar huis kan.” En dat onderzoek komt te vaak niet van de grond, zegt hij. Omdat er wachtlijsten zijn bij onderzoeksinstituten bijvoorbeeld.

Die vertraging in de procedure vergroot het risico dat kinderen niet terug kunnen naar de biologische ouders, zegt Feiner. „Ook al beslist de rechter uiteindelijk dat het prima ouders zijn, dan nog kan hij oordelen dat terugplaatsing niet in het belang is van het kind. Omdat dat inmiddels aan zijn pleegouders is gehecht. Als een kind langer dan anderhalf jaar uit huis is, wordt het steeds moeilijker.”

Het klopt dat waarheidsvinding in de jeugdbescherming anders is dan in het strafrecht, zegt Jan-Dirk Sprokkereef, vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland. „Het gaat om een afweging van belangen, zonder dat je helemaal zeker weet of wat er gezegd wordt waar is.”

Het is belangrijk dat jeugdzorg heel precies vastlegt wat de feiten zijn, zegt Sprokkereef. „Dus dat moeder zégt dat vader een stoornis heeft. Dat is het feit dat wij vastleggen. Of hij die stoornis ook heeft, kunnen wij niet onderzoeken als de vader niet meewerkt. En zijn medische gegevens zijn beschermd. Die nuance, welk feit wij nu precies beschrijven, kan tot misverstanden leiden bij ouders.”

Hoe je die feiten dan weegt, is aan de rechter, zegt Sprokkereef. Hij zegt dat Jeugdzorg Nederland graag meewerkt aan het onderzoek van Dullaert. Ook de Raad voor de Kinderbescherming laat weten graag mee te werken naar onderzoek over dit „belangrijke onderwerp”.