Eindelijk mag ik het zeggen: waardeloze kutgod

Ik vind God een lul. Die hele schepping deugt voor geen meter. Heb je ooit weleens een vogel zien vliegen? Dat ziet er toch niet uit? Amechtig geflapper aan weerszijden van een soort mislukte, dikke rups. Of de vlinders. De vlinders zijn een cliché voor zondagsdichteressen, dat zijn ze. En als ze niet oppassen, veroorzaken ze met hun vleugelslag een orkaan aan de andere kant van de wereld. Dat lijkt me op zich al reden genoeg om die hele vlinders te verbieden. Met hun geile roltongetjes. Of een bloem. Ook zoiets. Gewoon met al je geslachtdelen de lucht in, weet je wel. En maar meuren. Viespeuken zijn het, dat kan ik je wel vertellen. En het weer laat ook nogal te wensen over. Lachen hoor, God, dat u in al uw goedertierenheid natte sneeuw en motregen hebt geschapen. En we zijn u dankbaar dat we daar maanden achtereen van mogen genieten. Lul. En dan nog zoiets. Nog even een klein dingetje, nu we het er toch over hebben. Waarom moet iedereen die ik lief vind eigenlijk dood? Wat is dat in hemelsnaam voor wreed spel? Wees maar blij dat u niet bestaat, God, want anders zou ik u dagvaarden voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag wegens misdaden tegen de mensheid en de menselijkheid en ik zou met niets minder genoegen nemen dan de doodstraf. En die zou ik desgewenst volgaarne in hoogsteigen persoon voltrekken. Right between the eyes. Dan zullen we nog weleens zien wie hier nou zogenaamd onsterfelijk zit te wezen. Kutgod.

Zo. Dat moest ik even kwijt. Dit had ik al veel eerder willen zeggen, maar nu mag het eindelijk. Eergisteren hebben de regeringspartijen VVD en PvdA verklaard dat ze voor een initiatiefwet zullen stemmen van D66 en de SP om het verbod op smadelijke godslastering te schrappen uit het Wetboek van Strafrecht.

Ik heb dat verbod nooit begrepen. Waarom zou je het strafbaar stellen om God te beledigen? Alsof God niet voor zichzelf kan opkomen. Het is van tweeën één: of God straft zelf met een mediageniek blikseminslagje of hij moet in bescherming genomen worden omdat hij daartoe niet in staat is, maar dan is het een waardeloze flutgod van likmevestje en dan kan dat ook maar beter gezegd worden.

Maar het gaat om de gelovigen, zeggen ze dan. Die mag je niet kwetsen in hun diepste overtuiging. Het moet niet gekker worden. Ik ben ervan overtuigd dat Elvis Presley in leven is. Wie dat ontkent, kwetst mij in mijn allerdiepste wezen. Waarom moeten mensen die in God geloven wel worden beschermd en bestaat er geen wet tegen smadelijke Elvislastering?

Maar als de bliksem inslaat in het Torentje, neem ik mijn woorden terug.

Ilja Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman La Superba. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek en actualiteit.