Dijsselbloem moet doorzetten met Cyprus

Cyprus moet terug naar een bankenstelsel dat bij de omvang van dit staatje past. De grote spaarders moeten betalen, vindt Sweder van Wijnbergen. Dijsselbloem heeft gelijk. Hooguit gaat het plan nog niet ver genoeg.

Het Europese besluit de Cypriotische spaarders mee te laten betalen aan de reddingsactie voor de Cypriotische banken heeft een storm veroorzaakt. Van de verheven Financial Times tot het lokale sufferdje donderden de commentatoren van de kansel: een doodsteek voor de Europese bankunie, de eerste blunder van Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de EU-ministers van Financiën, een aanmoediging tot een bankrun.

Dijsselbloem heeft waarschijnlijk de storm niet aan zien komen. Hebben we net een majeure kredietcrisis achter de rug waarbij iedereen vindt dat gratis garanties uitdelen aan gokkende bankiers de wereld onderuit gehaald heeft, en houdt hij daarom zijn poot (een beetje) stijf, is het weer niet goed. De verleiding om gratis belastinggeld te geven aan de toch zo gehate bankiers lijkt niet uit te roeien. Ondertussen worden de ongebruikelijke omstandigheden in Cyprus door iedereen verwaarloosd. Doe je dat niet dan lijkt zijn plan eerder niet ver genoeg te gaan. Waarom moet Jan Modaal uit Nederland Russische belastingontduikers uit de wind houden?

De Cypriotische banken zijn een apart clubje. Alleen depositofinanciering, geen obligaties, geen kapitaalmarktfinanciering. Dus het eerste kritiekpunt (waarom werden de senior obligatiehouders gevrijwaard?) snijdt geen hout: die zijn er namelijk helemaal niet. Tot voor kort werd honderd procent van de leningportefeuille door deposito’s gefinancierd, nu is dat ongeveer 85 procent volgens de Financial Times; de ECB doet de rest. Verder behelst het voorstel geen spaardersheffing maar een conversie in aandelen van nog geen 10 procent van de spaartegoeden. Dit gaat om 5,8 miljard euro terwijl er maar 550 miljoen aan aandelen uitstaat, dus aandeelhouders worden meedogenloos verwaterd. Het verwijt dat zij ontzien worden klopt ook niet.

Sowieso valt die heffing eigenlijk wel mee: banken in Cyprus geven piramidespelachtige rentes, vijf jaar vast levert 10 procent (!) op een eurorekening volgens de Financial Times. Dus waarom die krokodillentranen over de arme spaarders? De ‘heffing’ komt voor die groep neer op een jaar rente. Spaarders daar willen wel de risicopremie maar niet het risico. Die spaarders zitten overigens heel anders in elkaar dan hier. Bij de DSB-bank maakten de honderdduizend-plus deposito’s nog geen twee procent van het totaal uit, in Cyprus is dat meer dan de helft van het totaal van 70 miljard euro. Die grote deposito’s komen voornamelijk van belasting ontduikende Russen en vluchtkapitaal uit Griekenland. Die moeten 9,9 procent inleveren, de kleinere spaarders 6,25 procent, dus een of twee jaar rente – om meer gaat het niet. Het is dan ook geen verrassing dat de voorspelde besmetting naar Italië en Spanje uitgebleven is.

Natuurlijk is het beter om meer bij de grote en minder bij kleine spaarders te halen, dat was ook het voorstel van Duitsland, maar dat is geblokkeerd door Cyprus zelf. Daar hecht men zo aan schimmige Russische zaken dat de politiek zelfs een hoofdelijke omslag in Cyprus voorstelt, daarmee nog lagere inkomens in het vangnet halend, alles om puissant rijke Russen niet voor het hoofd te stoten.

De Cypriotische rol in het internationale zwartgeldcircuit heeft een banksysteem opgeleverd van IJslandse proporties (een balanstotaal van negen keer het nationaal product van Cyprus). De geboden percentages op spaargeld geven aan dat er veel risico genomen wordt aan de activakant, anders zijn dit soort percentages niet te betalen in de huidige kapitaalmarkt. Dit is dus precies het soort banksysteem waar we mondiaal vanaf proberen te komen. En dat de rekening primair bij aandeelhouders en crediteuren gelegd wordt, is zoals het hoort: zij hebben de risicopremie jarenlang geïncasseerd, de EU doet niets anders dan ze confronteren met de andere kant van de medaille: een risicopremie is OK als je dat risico dan ook echt draagt. Ook in slechte tijden.

Maar is dit de doodsteek voor de prille Europese bankenunie; wat blijft er over van Europese garanties voor kleine spaarders? Die bankenunie moet er wel komen maar is er nog niet en die Europese garanties hebben nooit bestaan. Europese regels verplichten individuele landen een ‘adequaat gefinancierd’ systeem van depositogarantie op te tuigen, maar ze verplichten overheden niet het onder alle omstandigheden aan te vullen. En er is zeker geen Europese verplichting tot hulp als nationale overheden een excessief gegroeid banksysteem niet meer aan kunnen. Hulp mag maar hoeft niet.

Als Dijsselbloem wel Europese garanties had afgegeven aan spaarders hadden we een Europees depositogarantiesysteem gekregen, maar zonder de erbij horende controles en interventiemogelijkheden. Maar die zijn essentieel om het niet te laten ontaarden in een goklicentie voor bankiers met alle neerwaartse risico’s voor de Europese belastingbetaler. Zonder enige afdwingbare verplichting wat betreft risicomijdend gedrag tegenover de garanties zijn we beter af zonder Europese bankenunie. Een goede graag, maar een slechte liever niet.

Hoe verder in Cyprus? Een redelijke route zou zijn een afsplitsing van een good bank, gefinancierd door de kleine depositohouders en met voldoende activa uit de boedel om de nieuwe kleine bank voor Cypriotische spaarders goed gekapitaliseerd te laten beginnen. De rekening komt dan waar hij hoort: bij de grotere crediteuren. Daar hoeft überhaupt geen Europees geld bij. De helft van de 70 miljard aan deposito’s is in de honderdduizend-plus categorie, dus daar zit voldoende loss absorption capacity om die 17 miljard kapitaalsbehoefte te leveren.

Dat betekent natuurlijk wel het einde van de Cypriotische rol in de international fiscale vluchtroutes, maar is dat erg? Cyprus moet terug naar een bij de omvang en aard van de Cypriotische economie passend banksysteem. De verliezen van het terugschalen kunnen zo gelegd worden bij de grote crediteuren die jarenlang hoge rentes en belastingvoordelen genoten hebben en daar nu de keerzijde van zien. En wij worden niet zonder adequate voorbereiding een Europees garantiestelsel ingetrokken zonder de daarbij horende remmen op risicozoekend gedrag.

Dijsselbloems plan gaat hooguit niet ver genoeg.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.