De zaak-Yunus: eerst de context, dan pas de feiten

Yunus, midden, met zijn broers en ouders in januari 2013. Foto ANP

Een gebroken arm en een opgezwollen hoofd.

Dat waren de aanwijzingen dat de baby Yunus was mishandeld, en reden voor Jeugdzorg om het kind weg te halen bij de biologische ouders.

Negen jaar later werd het kind de inzet van een diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije, en een heuse Kulturkampf in de media over islamitische versus moderne waarden. Waarom zou een kind niet mogen worden opgevoed door twee vrouwen? Waar bemoeien die Turken zich mee? En waarom zijn er zo weinig islamitische pleeggezinnen?

Premier Rutte kwam er gisteren openlijk over in aanvaring met de Turkse premier Erdogan.

In Elsevier concludeerde columnist Syp Wynia dat Turkije niet in de Europese Unie hoort, door de Turkse ophef over de zaak-Yunus en de kwestie rond antisemitische uitlatingen van Turkse scholieren in Arnhem.

Wat deze affaires gemeen hebben, is de totale waardenbotsing.

Alleen, veel meer feiten over de gang van zaken rond het kind kwam je niet te weten, behalve die gebroken arm en het feit dat de ouders uit de ouderlijke macht waren gezet.

Maar hoe was het zo ver gekomen?

Vera Bergkamp, D66-Kamerlid en oud-voorzitter van het COC, zei vorige week vrijdag in Nieuwsuur:

De afgelopen jaren was het ook geen enkel probleem dat dit kind werd ondergebracht bij twee moeders. En nu opeens is het een item geworden.’’

Maar Ayhan Tonca, oud-voorzitter van het Inspraakorgaan Turken, sprak dat in dezelfde uitzending tegen:

Voor de ouders, de omgeving van de ouders, ook binnen de gemeenschap, is het acht jaar eigenlijk een rel, maar daar was nooit oor en oog voor.

Bergkamp, in repliek:

Maar ik maak wel bezwaar dat u zegt dat het acht jaar lang een rel is geweest. Het is altijd moeilijk als een kind uit huis wordt geplaatst, voor de ouders, maar de afgelopen jaren was het absoluut geen probleem dat het ging om twee vrouwen.

En Tonca weer:

Nee, dat was altijd een probleem, voor de ouders was het altijd een probleem. Destijds hebben de ouders, en organisaties in Den Haag waar de ouders wonen, al aangegeven dat dit niet in het belang van het kind was.

Op Tonca’s opmerking dat het verschil in culturele achtergrond relevant is, omdat het - aanvankelijk - de bedoeling was dat het kind op den duur zou terugkeren naar de ouders, kwam eigenlijk alleen de verzekering dat het allemaal zorgvuldig was gegaan.

Einde item.

Maar hoe zat het? Was dit nu een oprisping van die ouders, na negen jaar, of een slepende kwestie? Ook andere media, inclusief de kranten, boden vooralsnog weinig uitsluitsel.

Nu is dat ook lastig meteen uit te zoeken. Jeugdzorg doet geen uitspraken over individuele gevallen. Rechterlijke uitspraken over Yunus zijn geanonimiseerd en dus niet zomaar terug te vinden. Het kan dus heel goed gebeuren dat feiten maar langzaam, en beetje voor beetje, boven water komen. Maar werd het ook geprobeerd?

Diezelfde vrijdag, 15 maart, zaten de vice-voorzitter van Jeugdzorg Nederland Mark Bent en de Turks-Nederlandse advocaat Yazar Özdemir bij Pauw en Witteman. Pauw opende het item met ,,een opsomming van wat wij nu weten’’. Volgde een fragment uit het NOS Journaal met de intro: ,,Waar bemoeit Turkije zich mee?’’

Daarna gaf Bent in algemene termen uitleg. Over het geval-Yunus zelf bleef hij bondig: het was een ,,crisisplaatsing’’ geweest, had hij begrepen, maar dat was het zo’n beetje. Ook benadrukte hij dat de pleegouders ,,open stonden’’ voor de Turkse cultuur.

Pas afgelopen donderdag, ruim een week nadat de rel in volle hevigheid was uitgebroken, werd er meer duidelijk.

De opiniesite Joop.nl onthulde een vonnis uit 2007, waarin werd bepaald dat de broers van Yunus terug moesten naar de ouders. Naar Yunus moest nader onderzoek worden gedaan. Jeugdzorg had volgens de rechter niet aannemelijk kunnen maken dat het kind was mishandeld, en ook niet dat de ouders ongeschikt waren om het kind op te voeden.

Uit dat vonnis:

Het hof acht het, gelet op de inhoud van alle overgelegde deskundigenrapporten niet aannemelijk dat de ouders de minderjarige, dan wel de twee andere kinderen in het verleden hebben mishandeld en/of een zodanig onveilige situatie hebben gecreëerd dat mishandeling heeft kunnen plaatsvinden.

En over de ongeschiktheid van de biologische ouders:

Het hof stelt vast dat Jeugdzorg deze stelling niet onderbouwt met recente onderzoeksgegevens, hoewel de noodzaak tot onderbouwing al meerdere malen aan de orde was gesteld door de kinderrechter.

Een pijnlijke tik op de vingers voor Jeugdzorg dus, in elk geval procedureel. De hele uitspraak is hier na te lezen.

Het nadere onderzoek liet daarna zo lang op zich wachten dat de rechter in een nieuwe procedure in 2010 bepaalde dat Yunus bij zijn pleegouders moest blijven, omdat hij zich inmiddels aan hen had gehecht. De biologische ouders werden van het ouderlijk gezag ontheven.

De site concludeert:

De moeder van Yunus verloor haar kind dus niet als gevolg van mishandeling of onbekwaamheid, maar gewoon als gevolg van bureaucratie.

Dat was ook weer voorbarig, want die uitspraak uit 2007 was er maar één in een lange reeks, waarin Jeugdzorg uiteindelijk gelijk kreeg.

Maar na die onthulling kwamen in elk geval meer details los over het jarenlange juridische touwtrekken om het kind. Jeugdzorg gaf een feitenrelaas vrij, met een samenvatting van de rechtsgang rond het kind. Daaruit bleek onder meer dat er opnieuw twijfels waren gerezen over de ouders, en dat hun hoger beroep tegen de rechterlijke uitspraak uit 2010 was afgewezen. In januari 2012 bevestigde het hof dat ,,aan alle wettelijke vereisten voor een ontheffing van het gezag over de minderjarige is voldaan”.

Jeugdzorg gaf ook nog deze reactie:

Bureau Jeugdzorg benadrukt dat het wel een onderzoek wilde doen naar mogelijke terugplaatsing, maar dat de ouders van Yunus niet mee wilden werken. Dat in 2007 niet aangetoond kon worden dat de ouders van Yunus niet in staat waren om hem op te voeden, komt ook doordat ze weigerden mee te werken aan een onderzoek.

Nu kwamen ook de kranten met feitelijke reconstructies van de hele zaak.

Kortom. De kwestie-Yunus woedde al negen jaar als een veenbrand. En ontvlamde in de Nederlandse media tot een opinie-oorlog, toen de concrete gang van zaken rond het kind, de ouders en Jeugdzorg nog maar heel summier bekend was. Eerst de context, dan pas de feiten.

Des te opmerkeljker, omdat in het verleden gedetailleerd - en kritisch - is geschreven over dossiers van Jeugdzorg, bijvoorbeeld in dit stuk in NRC Handelsblad. Daarin wordt de instantie bekritiseerd omdat kinderen te snel uit huis zouden worden geplaatst.

Waarom werd er nu dan zo snel overgeschakeld op duiding en achtergrond?

Dat komt allereerst door de Turkse politici en media die van Yunus een symbool hebben gemaakt. Het was de voorzitter van de parlementaire commissie voor mensenrechten in Turkije die de naam Yunus het eerst, half februari, in de Nederlandse media bracht.

Maar er spelen denk ik ook twee andere factoren mee.

De journalistieke neiging om uit te zoomen in plaats van in te zoomen. Dat zie je met name op televisie, waar het nieuws dat ‘iedereen al kent’ zo snel mogelijk wordt becommentarieerd. En wat iedereen al wist, was: dat de Turken boos waren op Nederland omdat een islamitisch kind terecht was gekomen bij lesbische pleegouders.

Niets mis met al die duiding, op zichzelf. Over het verschil tussen Nederlandse en Turkse normen en waarden, jeugdzorg in beide landen, en de rol van culturele factoren bij uithuisplaatsing, valt heel veel interessants te zeggen. En dat gebeurde ook. Alleen, je wilt er graag ook de basale feiten bij, die de aanleiding vormden tot alle ophef.

Ten tweede: die duiding draait al helemaal op volle toeren zodra het gaat om integratie, moslims en moderne Nederlandse waarden. Dat is de erfenis van het tijdperk-Fortuyn. Culturele factoren zijn vaak dominant in het debat over integratie van met name niet-westerse allochtonen. Het is ‘de cultuur’, dus dan weet je het wel.

Maar nee, soms weet je het dan nog lang niet.