Boek van de week: ‘De dode arm’ van Allard Schröder

Allard Schröder schreef met De dode arm een meesterstuk over gestolde tijd, zo constateert Elsbeth Etty vandaag in de bijlage Boeken. “Ook al behandelt De dode arm de tweede helft van de twintigste eeuw, in zekere zin mag het boek toch tijdloos heten, omdat de tijd hier wordt verbeeld door één van de beste schrijvers

Allard Schröder schreef met De dode arm een meesterstuk over gestolde tijd, zo constateert Elsbeth Etty vandaag in de bijlage Boeken.

“Ook al behandelt De dode arm de tweede helft van de twintigste eeuw, in zekere zin mag het boek toch tijdloos heten, omdat de tijd hier wordt verbeeld door één van de beste schrijvers van de generatie die er de hoofdrol in vervult. Dit meesterstuk in het oeuvre van Allard Schröder doet denken aan Oek de Jongs Pier en oceaan: dezelfde episode en vergelijkbare mythen, maar volstrekt tegengesteld qua stijl en uitvoering. Beide romans zijn monumenten van een gestolde tijd waarin je eindeloos kunt ronddwalen op zoek naar… ja , naar wat eigenlijk? Ik vermoed: naar ons eigen beeld in het water van een dode arm of een woeste oceaan waarin alles vervormt tot fictie.”

Zo eindigt Elsbeth Etty vandaag haar recensie van Allard Schröders De dode arm. De volledige bespreking is hier te lezen.

Verder in de bijlage Boeken: Michel Krielaars is laaiend enthousiast over de door Van Oorschot uitgebrachte toneelteksten van Anton Tsjechov (‘Eindelijk kun je zien dat ook in zijn vroege, Monty Python-achtige kluchten al een groot talent doorschemert.’), een interview met Roberto Calasso, die een boek over de ‘vrijwillige exhibitionist’ Charles Baudelaire schreef, de column van Arjen Fortuin over Van Dis en Maarten Biesheuvel, een bespreking van Anton Dautzenbergs woedende boekje over de staat van de Nederlandse letteren en een grote recensie van het nieuwe boek van Frans de Waal.