Betere wereld begint bij een slim artikel

Nieuw fenomeen op internet: collectieven van twintigers maken bladen met cultuurkritiek. Op zoek naar echtheid en diepgang in snelle tijden.

Samen schrijven. Typeles op de École primaire technique, 1970. Foto Rue des Archives/Hollandse Hoogte

Het vooroordeel over de twintiger van nu: verwend, narcistisch en zonder idealen.

Deze generatie, geboren tussen pakweg 1980 en 1990, wordt wel aangeduid als de ‘Generatie Ik’. Botsend met dit beeld is een trend van de laatste vijf jaar: jongeren die zich als collectief bundelen in online opiniemagazines. Geen posts met reclame en links naar kattenfilmpjes op YouTube, maar cultuurkritiek en filosofische essays.

Vanwaar deze behoefte? De oprichters van de collectieven – in Nederland ongeveer zeven in de laatste vijf jaar – spreken allen over een ‘gebrek’ aan intellectuele verdieping voor twintigers. Ze zijn het gefragmenteerde en oppervlakkige media-aanbod zat en besloten dit gemis zelf op te vullen.

In manifesten op hun websites reflecteren de collectieven, met professioneel uitziende vormgeving en namen als Moderne Hippies, Thought Catalog en deFusie, opvallend veel aan de tijdsgeest met uitspraken als „We leven in een overhaaste samenleving, waarbij de noodzaak van ambacht en echtheid lijkt te verdwijnen” en „De trillingen van de tijd behoeven een seismograaf, (…) wij willen verlichten in een tijd waarin wij rondjes lopen.”

Volgens Chris Julien (30), hoofdredacteur bij online magazine SSBA Salon dat bestaat uit dertig redacteuren, is er bij twintigers „behoefte aan verdieping als tegenreactie op de fragmentarische ‘snackcultuur’ van veel beeld en weinig tekst in geschreven media.”

Het verlichten van de magazinelezers gebeurt in stukken die dagelijks worden geplaatst met daarin maatschappelijk geëngageerde onderwerpen, variërend van ‘filantropisch belastingheffen’ en ‘kledingmerk Allah’ tot tips voor culturele evenementen in de Randstad. Gemeenschappelijke factor is dat de stukken subjectief zijn geschreven, vanuit de beleving en expertise van de auteur.

Wie zijn die auteurs? Thomas Muntz (25), politiek filosoof en hoofdredacteur van opiniemagazine deFusie (zevenkoppige redactie met circa honderd gastauteurs) zegt dat zijn auteurs studenten en jonge wetenschappers zijn die „een aan obsessie-grenzende kennis over een bepaald onderwerp bezitten. Ik geef onze auteurs de tijd om een artikel te schrijven dat verdiepend is voor de lezer.” Julien beaamt dit: „De beste content komt van mensen die ik de ruimte geef om te schrijven over de niche waar ze zelf interesse voor hebben.”

Toch betekent dit kennis verdiepende aspect niet dat alleen typische hoge cultuur-onderwerpen aan bod komen. De meeste magazines zijn ‘nobrow’ en bespreken net zo goed realitytelevisie als internationale betrekkingen.

Online magazine Moderne Hippies, gemaakt door een zevenkoppig collectief en bedoeld voor hoog opgeleide jonge vrouwen, plaatst reisverslagen en stukken over mode met een idealistische achtergrond.

„Er zit een verborgen boodschap van wereldverbetering in onze stukken”, zegt hoofdredacteur Marte van Liere (25). De modetips zijn duurzaam van aard.

Maar wat maakt de makers van deze online magazines, afgezien van het hoge aantal redacteuren, tot een collectief? Rond de bladen hangt een groepsgevoel, zeggen de hoofdredacteuren.

Offline bijeenkomsten spelen een grote rol bij dit gevoel, want de tijdschriften organiseren evenementen waar lezers en redacteuren op afkomen. Zo zijn er filosofietalkshows (deFusie), workshops en barbecues (Moderne Hippies) en exposities (SSBA Salon).

Dit groepsgevoel is belangrijk omdat de online collectieven nauwelijks tot geen geld verdienen en de redacteuren stukken schrijven op vrijwillige basis. „Het loon zit in de handeling zelf. Als auteur voeg je kennis toe”, zegt Thomas Muntz. Volgens Marte van Liere van Moderne Hippies is „de wederdienst een plaatsje op het web”.

De keuze om online te publiceren is logisch, de productiekosten beperken zich immers tot de kosten voor de domeinnaam, hooguit een paar honderd euro per jaar. De meeste succesvolle online opiniecollectieven zijn ontstaan sinds het uitbreken van de wereldwijde financiële crisis in 2008, ook in het buitenland.

Zo werd The New Inquiry in 2009 in New York opgezet door een groep ‘underemployed but overeducated’ afgestudeerden en worden zij nu als online tijdschrift, met meer dan dertig gastredacteuren, serieus genomen.

Veruit het populairste Amerikaanse opiniecollectief gemaakt door twintigers is Thought Catalog, een magazine met essays over populaire cultuur, dat in 2009 werd opgezet door een student en inmiddels 2,5 miljoen keer per maand wordt bekeken.

De in Nederland opgerichte collectieven verwachten niet serieus te verdienen aan de blogs, die qua bezoekersaantallen schommelen tussen de 4000 en 30.000 unieke bezoekers per maand.

Maar financieel gewin is dan ook niet waar de redacteuren op uit zijn. „Het geld is verdampt”, zegt Thomas Muntz. „Twintigers vragen zich af: waar doe ik het nog voor als ik er helemaal geen geld mee verdien? Hierdoor is de motivatie sterker geworden om betekenis toe te voegen aan de wereld.”