‘Wij willen een serieuze omwenteling’

De Brakke Grond heeft hard geknokt om te voorkomen dat het gebouw wordt verkocht door de Vlaamse regering.

Met succes.

Piet Menu is opgelucht. De Franse regering verplicht het Maison Descartes in Amsterdam te verhuizen van de Herengracht naar een anonieme kantorenwijk. De Nederlandse regering sluit het Institut Néerlandais in Parijs. Maar de Vlaamse regering besloot vorige week zijn Brakke Grond in het centrum van Amsterdam open te houden. „We kunnen weer zonder reserves plannen gaan maken.”

Ook voor het Vlaamse Cultuurhuis in het hart van Amsterdam leek het even de verkeerde kant op te gaan, kort nadat Menu vorig jaar was aangetreden als directeur. Een visitatiecommissie adviseerde verkoop van het pand aan de Nes met de karakteristieke rode zaal, waar ooit het programma van Sonja Barend werd opgenomen. Het zou te duur zijn.

Een vergissing, merkte Menu al snel. „Zij dachten dat een ingrijpende verbouwing nodig was, die mijn voorganger had voorgesteld. Maar die heb ik geschrapt. En zij meenden dat huren bij anderen goedkoper zou zijn. Maar daarbij rekenden ze op een generositeit tussen culturerele instellingen in Nederland. Die is er niet meer nu iedereen het moeilijk heeft door bezuinigingen. Ze waren ook vergeten welke inkomsten wij hier hebben door verhuur en ons café-restaurant.”

Menu investeerde veel tijd in het overtuigen van Vlaamse parlementariërs dat de kosten van het gebouw meevallen. „Bovendien hebben we met veel kunstenaars gesproken. Dat leidde tot een nieuw enthousiasme, nieuwe ideeën en steun.”

De Vlaamse regering wil vernieuwing voor de anderhalve miljoen subsidie en die krijgt ze. De Brakke Grond moet meer samenwerken en meer buiten Amsterdam organiseren. Dat is geen probleem voor Menu. Zelf gaf hij in een tienpuntenplan aan dat ook te willen. „De Vlaamse regering vraagt om een serieuze omwenteling. En dat is het, maar het voelt niet als opgelegd.”

Waarom een eigen gebouw?

„Je hebt zelf iets aan te bieden als je een samenwerking aangaat, het geldt als ruilwaarde. Anders vragen partners als je iets wilt programmeren al snel wat je aan financiële middelen inbrengt. Maar zoveel geld hebben we nu ook weer niet.”

Wat is die samenwerking?

„We zullen bijvoorbeeld meer musea samenbrengen. Wij hebben geen curator in huis, maar kunnen wel een curator van een Nederlands museum vragen uit de collectie van een Vlaams museum een tentoonstelling voor ons op te zetten. Zo kunnen ze elkaar beter leren kennen. ”

Gaan jullie zelf programmeren buiten Amsterdam?

„Nee, dat niet. Maar wel samenwerken met podia. Zo gaan we een aantal projecten buiten Amsterdam doen, met onderwerpen die in Vlaanderen leven. Rond de Eerste Wereldoorlog, over psychiatrie en over absurdisme. Daarvoor bestaan goede programma’s in Vlaanderen. We kunnen Nederlandse podia en tentoonstellingsruimten helpen daar iets mee te doen. We moeten vooral een netwerkorganisatie zijn.”

Dus niet zelf allemaal toneel- of dansgroepen hierheen halen?

„Groepen als NT Gent, De Koe of STAN die al veel in Nederland spelen, kunnen we hooguit helpen in meer plaatsen te spelen. Nieuw is dat we samen met De Buren rugzakjes aan Nederlandse of Vlaamse theatermakers aanbieden die in het buurland hebben gestudeerd. Daarmee kunnen ze een netwerk in hun eigen land opbouwen.”

Is dit allemaal nieuw?

„Ik ga de oude Brakke Grond niet afvallen. Veel hiervan gebeurde al. Maar we gaan meer consequenties aan samenwerking verbinden.”

Heeft u het gevoel meer onder een vergrootglas te komen?

„Zeker. Ons tienpuntenplan moeten we nu omvormen tot een beleidsplan. Dat moeten we waarmaken.”