Treinroof toont wanhoop banlieue

Zaterdag overvielen zo’n twintig jongeren een regionale trein bij Parijs, zo werd pas later bekend. Ze komen uit de voorstad Grigny. ‘Hier heb je pech’.

Net als een stem omroept dat station Grigny Centre nadert, zwaaien de deuren van de treincoupé open. Mevrouw Matoub kan een gemene glimlach niet onderdrukken als drie strak voor zich uit kijkende agenten de coupé binnenmarcheren. „Alsof dit iets gaat helpen”, zegt ze als de dienders het volgende treinstel betreden. „Nu is de politie een paar dagen zichtbaar, maar volgende week zijn we hier weer gewoon aan het gespuis overgeleverd.”

Op dit station, een half uur ten zuiden van Parijs, viel zaterdagavond een groep van zo’n twintig jongeren een treincoupé binnen, trok aan de noodrem, spoot traangas in het rond en beroofde een handvol passagiers. Het nieuws kwam vreemd genoeg pas enkele dagen later naar buiten: ondanks alle media is de banlieue nog altijd lichtjaren van Parijs verwijderd.

Volgens sommige bronnen was het zaterdag al de derde keer in korte tijd dat in Grigny een trein van het regionale RER-netwerk op soortgelijke wijze overvallen werd. Hoewel beveiligingscamera’s de overval hebben geregistreerd is vooralsnog niemand aangehouden. Vier mensen hebben aangifte gedaan van diefstal van telefoons, handtassen en kleine geldbedragen.

De treinroof „als in het wilde westen”, zoals kranten schrijven, was een herinnering aan de open wond die de voorsteden van Parijs nog altijd zijn. In het najaar van 2005, enkele maanden nadat toenmalig minister Nicolas Sarkozy had gezegd de voorsteden met „de hogedrukspuit” te willen opschonen, gingen daar duizenden auto’s in de brand en vochten jongeren weken met de politie.

„Sinds links aan de macht is, toont het zich niet in staat om op het hele grondgebied de orde te waarborgen”, sneerde oud-minister Rachida Dati, een vertrouweling van Sarkozy, dinsdag over de gebeurtenissen in Grigny.

Maar minister van Binnenlandse Zaken Manuel Valls reageerde net als Sarkozy in 2005: hij liet zich zien in Grigny, sprak enkele daadkrachtige woorden en beloofde tientallen extra agenten om de veiligheid van de forenzen te bewaken. Valls kent de omgeving goed: hij was tot zijn ministerschap burgemeester van Évry, een probleemgemeente iets verderop.

In de stationshal van Grigny patrouilleren nog meer als michelinmannetjes aangeklede ordeagenten. ‘Nick la police’ (fok de politie), staat met kladletters op de stationsgevel.

„Het is een moeilijke buurt”, zegt een Afrikaanse meneer die in het afgebladderde winkelcentrum aan de overkant werkt. Hij wil niet met zijn naam in de krant „omdat dat tot represailles leidt”. „De jongeren hier zijn buitengewoon gewelddadig.”

Volgens hem wonen de verantwoordelijken voor de treinroof in ‘La Grande Borne’. Deze moeilijkste wijk van Grigny ligt in de schaduw van de Autoroute du Soleil. Pakjesbezorger UPS maakte afgelopen jaar bekend La Grande Borne niet langer te bedienen omdat bezorgers de wijk niet meer in durfden. Hier is geen politie te zien.

Hoge geluidsschermen ontnemen het zicht, maar de snelweg is permanent te horen. Op een pleintje voor aftandse jarenzeventigbouwsels trapt een groep jongeren tegen een voetbal. „Natuurlijk weten wij wie die trein beroofd hebben”, lacht een jongen die zich Abdul noemt. „Er is hier niets te doen. Als je op de zaterdagavond uit wil, dan moet je wel wat te besteden hebben.”

Hassan: „Ik wil best op eerlijke manier werken, maar als je Grigny op je cv hebt staan, dan kun je het vergeten.” De werkloosheid hier ligt stabiel op 20 tot 25 procent. „En dat heeft niets met de crisis te maken”, zegt Hassan. „De crisis is voor de rijken. Hier heb je altijd pech.”