‘Toneel is naakter en spannender dan televisie’

Robert Alberdingk Thijm maakte naam als schrijver van televisieseries als Waltz en A’dam – E.V.A. Nu heeft hij een toneelstuk geschreven. „Ik was een beetje bang voor het prestige dat aan toneel kleeft.”

Robert Alberdingk Thijm Foto Bram Budel

In de openingsscène van Motregenvariaties mijmert Mirthe Kamp over haar nieuwe trenchcoat. „Wij zeiden gewoon: ‘Regenjas.’ Wisten wij veel.” Ze verbaast zich over de kleur, door de verkoopster aangeduid als ‘camel’. Camel? Ah, beige. En ze dicht, ter plekke, over haar beige regenjas: „Ze zeiden dat van alle korrels/ zand in de Sahara/geen één gelijk een ander was/Toch vormen zij/ in die oneindig rijke verscheidenheid/ samen slechts één kleur: Bei-ge/ Het geluid van een geit/ De kleur van mijn jas.”

Kamp wordt gespeeld door Olga Zuiderhoek, en is geschapen door Robert Alberdingk Thijm (47), die naam maakte als scenarioschrijver van gelauwerde tv-series als De Daltons, Dunya en Desie, Waltz en A’dam – E.V.A. Motregenvariaties is zijn eerste toneelstuk. „Zo’n hele monoloog over een trenchcoat, op toneel kan dat gewoon!”

Vanwaar de behoefte om, na al uw tv-succes, nu toneel te gaan schrijven?

„Ik heb me er tijdens mijn studie al een keer aan gewaagd, maar dat mislukte. Ik had toen niet het gevoel dat ik grip had op de materie, en vond die eenheid van tijd, plaats en handeling ingewikkeld. En ik was een beetje bang voor het prestige dat aan toneel kleeft. Bang voor het oordeel: wie denk je wel dat je bent, dat je zomaar toneel durft te schrijven? Ik ben als schrijver begonnen met sitcoms, en voel me nog steeds comfortabel in genres waar niet te veel prestige bij komt kijken. Dan zijn niet alle ogen op mij gericht.

„Maar ik hou wel erg van toneel, ik ga graag en het ontroert me bijna altijd. Toen ik na een voorstelling een keer in gesprek kwam met Olga, heeft zij mij gevraagd een stuk voor haar en Ria Eimers te schrijven. Zij dacht: die jongen heeft gevoel voor drama. Om hen ben ik overstag gegaan; bij het schrijven hoorde ik meteen hun stemmen in mijn hoofd.”

Het verzoek van Zuiderhoek en Eimers was een stuk over twee actrices op leeftijd, van wie de één is mislukt en de ander het helemaal heeft gemaakt. Alberdingk Thijm bedacht een „over the top-soap-plot”: de mislukte actrice wordt opgeroepen voor een rolletje in een serie, en begint in een soapachtige intrige te geloven rondom haar overleden echtgenoot en de diva, haar rivale. Alberdingk Thijm: „Maar dat werd te veel een gimmick.”

Toen heeft u dichteressen van ze gemaakt. Waarom?

„Ik wilde dat ze deel uitmaakten van een gesloten circuit, dat het allerbelangrijkste op de wereld lijkt als je erin zit, maar er voor de buitenwereld nauwelijks toe doet. Zoals de tafeltenniscompetitie van Reykjavik belangrijk lijkt als je in de IJslandse pingpongwereld zit.

„Daarnaast zocht ik naar een manier om het publiek in het hoofd van Mirthe te laten kruipen. Op tv kan dat makkelijker: kies een laag camerastandpunt en je beleeft alles vanuit het perspectief van een zesjarige jongen. Bij het schrijven van Motregenvariaties ontdekte ik: als ik Mirthe te pas en te onpas een paar regels laat dichten, word je als toeschouwer sneller deel van háár universum. Toneel biedt een grotere vrijheid om een wereld te creëren met taal. Terwijl bij tv toch vaak geldt: hoe minder er gezegd wordt, hoe beter.”

Van de bevriende regisseur Casper Vandeputte kreeg Alberdingk Thijm het advies zich meer te concentreren op de ontmoeting tussen personage en publiek. Vandaar de monologue intérieur over de trenchcoat, en de dichtregels tussendoor. Halverwege laat Alberdingk Thijm Mirthe, rechtstreeks naar de zaal, haar gedicht Kind van Mist voordragen. Met als laatste regels, vrij naar Neeltje Maria Min: „Wie mij mist die mag mij weten/Voor anderen heb ik nooit bestaan/Zo kan ik nooit worden vergeten/ Van wat ik was, is niets gegaan.”

Dichtersambities?

„Voor de laatste aflevering van A’dam – E.V.A heb ik al eens een paar korte gedichten geschreven, en dat beviel. Ik ben een liefhebber, en dit was een uitgelezen kans om er eens mee te experimenteren. Ik heb er echt mijn best op gedaan. Natuurlijk kun je ook denken: ik maak er heel slechte poëzie van, en dan is dat de grap, maar dat vond ik te laf, te makkelijk.

„Hoewel, het gedicht Phèdres Tranen van succesdichteres Sacha van Loon (Eimers) heb ik wel wat aangezet.” Hij citeert zijn stuk: „Een beetje Griekse mythologie, een toefje Freud: ‘Medea’s Maagdenvlies’, dat werk.” Lachend: „Zo ging dat in de jaren zeventig echt!”

Er spreekt cultuurpessimisme uit uw stuk. ‘Niemand leest nog’, zegt Mirthe.

„Dat is voornamelijk Mirthe, hoor, die dat vindt. Al kan ik soms wel wat somber zijn: hoeveel mensen lezen er nog poëzie? De wereld wordt steeds groter en het publiek is mondiaal, en alles wordt daarop afgestemd en afgerekend. Daardoor is de vanzelfsprekende aandacht die er altijd was voor waardevolle genres als poëzie sterk afgenomen. Hoe vaak zit er een dichter in De Wereld Draait Door om over zijn werk te vertellen, en niet over voetbal? Ik voel wel weemoed dat dat voorbij is.”

Bent u hier ernstiger dan in uw tv-werk?

„Ja, dat is een kant van mij die ik er soms ook graag even uitlaat. En omdat het theater is, en live voor je ogen gebeurt, komt de materie denk ik ook wel scherper binnen. De impact varieert natuurlijk per keer; alles hangt af van de actrices. Bij tv kun je nog wel om een slecht humeur heen filmen. Toneel is naakter, en daardoor veel spannender.”

In Motregenvariaties trouwt Mirthe met recensent Alex, de ‘hogepriester van de poëziekritiek’. Het is geen ongelukkig huwelijk, maar haar angst voor zijn oordeel weerhoudt haar ervan ooit nog te publiceren – pas na zijn dood durft ze te hopen op een comeback.

U haalt in het stuk herhaaldelijk uit naar het beroep van recensent. Rancune?

„Welnee. Ik heb in mijn leven genoeg goede kritieken gehad om te weten dat je ze moet relativeren. Heel vroeg in mijn carrière ben ik een keer onwaarschijnlijk te grazen genomen door Boudewijn Büch in Nieuwe Revu. Hij schreef dat ik maar beter zelfmoord kon plegen. Sindsdien weet ik: recensies zeggen ook ongelofelijk veel over de recensent zelf.

„Wat ik vooral heb willen zeggen met het stuk, is hoe belangrijk erkenning is voor mensen. Dat is als zuurstof: het krijgen van erkenning betekent dat je er mag zijn. Jezelf creatief kunnen uiten is enorm belangrijk, en als dat op de een of andere manier gefrustreerd raakt, is dat ontzettend zonde. Dat is met Mirthe gebeurd; het oordeel dat ze zo vreest, daar woont ze mee samen. Daardoor is ze in haar creativiteit gekneusd geraakt. Maar ik wil ook laten zien dat ze dat vooral zichzelf aandoet.”

Gaat u nu vaker schrijven voor toneel?

„Ik vond het heel erg leuk om te doen, maar je weet nooit hoe het loopt. Eerst de recensies maar eens afwachten.”

Motregenvariaties door Robert Alberdingk Thijm. Première 24/3, Bellevue, Amsterdam. Inl: theaterbellevue.nl