Start in de binnenbaan? 0,04 seconde nadeel

WK Schaatsen //

Vandaag beginnen in Sotsji de WK afstanden De schaatser die het dichtst bij de starter staat heeft voordeel, want hij hoort de knal het eerst De internationale schaatsunie heeft de zaak in onderzoek

Wat een geweldige ontknoping zou het zijn, morgen op de 1.000 meter mannen bij de WK afstanden op de fonkelnieuwe, olympische ijsbaan van Sotsji. De gedroomde loting voor de laatste rit? In de buitenbaan de tweevoudig olympisch kampioen uit Amerika, Shani Davis; in de binnenbaan de Nederlander Stefan Groothuis, regerend wereldkampioen op deze afstand. Wie van de twee pakt de wereldtitel? Stel dat de strijd gaat om een paar honderdsten van een seconde, zoals vaker tussen deze twee matadoren. Dan heeft Groothuis al vóór de start een probleem.

„Bij schaatswedstrijden staat de starter altijd aan de buitenkant van de baan en dus nooit op gelijke hoogte met beide schaatsers”, stelt vliegtuigdeskundige Harry Horlings. „Met als gevolg dat beide schaatsers het startschot niet gelijktijdig horen, waardoor je een ongelijke start en een onjuiste einduitslag krijgt. Het gaat erom dat de tijdmeting eerlijk is. Dat is nu beslist niet het geval.”

Dertien meter verschil

Volgens Horlings (jarenlang testvlieger bij de luchtmacht en deskundige bij het onderzoek naar de vliegramp in Faro in 1992) ontstaat door de ongelijkheid een substantieel tijdsverschil. Zeker op de duizend meter, waar beide schaatsers schuin achter elkaar starten en de ‘binnenbaan’ dus extra ver bij de starter en de ‘buitenbaan’ vandaan staat. „De afstand tussen de starter en de eerste schaatser is ongeveer dertien meter”, becijfert Horlings. „En de schuine afstand tussen de twee schaatsers is net zo groot.”

Met de geluidssnelheid van 334 meter per seconde hoort de schaatser in de buitenbaan het startschot na 0,04 seconde. Voor de schaatser in de binnenbaan duurt dat 0,08 seconde. In het denkbeeldige duel Davis - Groothuis begint de wereldkampioen van 2012 zijn race dus met een achterstand van 0,04 seconde.

Ook op de 1.500 meter, drie en vijf kilometer starten de schaatsers schuin achter elkaar en is het verschil bij de start 0,04 seconde. Op de 500 meter en tien kilometer, waar beide schaatser wel naast elkaar starten en de afstand dus kleiner is, blijft er volgens Horlings nog altijd 0,01 seconde verschil. „De finishtijd wordt tegenwoordig bepaald in duizendsten. Dus elke honderdste is een niet te verwaarlozen verschil.”

Jan Zwier, al jaren internationaal starter, geeft Horlings gedeeltelijk gelijk. „Wetenschappelijk en mathematisch klopt de stelling. Qua gevoel is het ook logisch dat er een verschil zal optreden. Maar dan bereken je het uitsluitend vanuit de positie van de starter met zijn pistool ten opzichte van de rijder in de binnen- en buitenbaan. In de praktijk is het meestal anders. Op elke baan, zeker in een hal, heb je tegenwoordig geluidsondersteuning. Het is de vraag of dit verhaal dan nog op gaat, en hoe de eventuele verschillen dan zijn.”

Horlings somt vlot een rijtje voorbeelden op van wereldbekerwedstrijden op de 1.500 meter in Hamar 2012, waar het verschil bij de start de uitslag beslissend beïnvloedde. Zo won Ireen Wüst (buiten) in 1.56,99 van Christine Nesbitt (binnen), die 1.57,03 reed. „Na aftrek van 0,04 zouden ze gelijk moeten eindigen.” Ook bij de WK afstanden in Heerenveen van vorig jaar werd de strijd om medailles op 1.000 en 1.500 meter binnen 0,04 beslecht.

De Friese starter Zwier stelde bij de WK sprint in Salt Lake City dat de uitslag van dat toernooi, bij de mannen gewonnen door Michel Mulder, niet beslissend werd beïnvloed door de ongelijke start. „Bij de WK sprint starten de deelnemers op zowel de 500 als de 1.000 meter een keer binnen en een keer buiten. Dus is het voor iedereen gelijk.”

Schaatsliefhebber Horlings benaderde na zijn bevindingen de internationale schaatsunie ISU. Volgens voorzitter Ottavio Cinquanta is de zaak in onderzoek bij de technische commissie. „Intern wordt hier al langer over gesproken”, zegt Zwier. „Binnenbrandjes heb je af en toe. Maar of je er een groot issue van moet maken? Als het echt belangrijk zou zijn, hadden ze al wat gedaan in de reglementen. Nu laten ze het aan de banen om het zelf op te lossen.”

Elke baan is anders

En op elke baan is de situatie anders, weet Zwier uit de praktijk. „In Hamar heb je twee luidsprekers, één in de buitenbaan en één in de binnenbaan. Dan is het verschil hooguit nog tien meter. In Thialf hebben we een centraal geluidssysteem, dat iedereen overal kan horen. Al ga ik aan de overkant staan schieten bij de kruising, dan horen ze het nog. In Salt Lake City heb je weer te maken met wettelijke regelingen. In de VS ligt het moeilijk om met wapens te starten. Dus heb je daar een piepsysteem. Als starter moet je dealen met de situatie.”

Horlings weet een oplossing: zet de starter op gelijke afstand van beide schaatsers op het ijs. „Een starter op het ijs wil men juist niet meer”, reageert Zwier. „Vroeger wel, denk maar aan de WK sprint van 1976, waar Jos Valentijn drie keer vals startte en werd gediskwalificeerd. Maar tegenwoordig wil men de ijsvloer zo clean mogelijk hebben, dat telt voor de schaatsers veel zwaarder. Elk korreltje zand is een probleem. Daarom denk ik dat je deze discussie over de start niet moet beginnen.”

Tot de strijd de komende dagen een keer binnen 0,04 seconde wordt beslist. Met de Winterspelen van volgend jaar in het vooruitzicht staat de ‘valse’ start dan waarschijnlijk snel op de agenda.