Scholen voor de leiders van de toekomst

Een MBA biedt misschien geen garantie op een topbaan, maar een goede baan en netwerk levert het zeker op. „Het zegt iets als je bent toegelaten tot London Business School. Werkgevers weten dat.” Het kost alleen wel wat: vaak meer dan een halve ton.

Wouter van der Gaag (34) besloot drie jaar geleden het roer om te gooien. Na zes jaar in de advocatuur dacht hij: als ik nog iets anders wil, dan moet het nu. „Ik zag mezelf niet nog dertig jaar hetzelfde werk doen. De directe mogelijkheden om iets compleet anders te gaan doen, bleken niet zo groot, dus kwam ik uit bij een MBA.”

Na een zorgvuldige vergelijking koos hij voor de tweejarige opleiding aan de London Business School, vooral vanwege het goede netwerk en de kwaliteit van de school. „Tenzij je per se in Amerika aan de slag wil, kun je beter kiezen voor een Europese opleiding. Die heeft een wat breder, internationaler netwerk. En London Business School was in de rankings de beste.”

De opleiding bracht hem wat hij had gehoopt: een nieuwe baan in een nieuwe sector. Sinds zijn stage afgelopen zomer werkt hij in Londen bij investeringsbank Morgan Stanley – iets wat hem zonder MBA waarschijnlijk niet was gelukt, denkt hijzelf.

MBA staat voor Master of Business Administration. Begin vorige eeuw introduceerde het Amerikaanse Dartmouth College deze specialistische managementopleiding om tegemoet te komen aan de vraag van sterk groeiende bedrijven als General Electric en Ford. De tweejarige opleiding combineerde financiële en bedrijfskundige theorie met praktische vraagstukken waarmee managers in het bedrijfsleven werden geconfronteerd.

Al snel volgden universiteiten als Harvard en Chicago met vergelijkbare programma’s. In Europa was het Franse opleidingsinstituut INSEAD in 1957 de eerste die een MBA aanbood. Nederland volgde pas in 1966, met de Rotterdam School of Management.

Inmiddels bestaan er honderden opleidingen wereldwijd. Zaterdag wordt in Amsterdam de QS MBA Fair gehouden, waarop veel MBA-scholen zich presenteren (zie: topmba.com). De meeste MBA’s duren twee jaar, maar er zijn ook verkorte versies en zelfs deeltijd-MBA’s.

De achtergrond van de studenten is heel divers: van concertpianisten en olympische sporters, tot militairen en zakenmensen. Scholen selecteren bewust op deze diversiteit, blijkt uit een rondgang langs diverse opleidingen, omdat dit in de klas een interessante dynamiek oplevert.

Juist vanwege de verschillende achtergronden begint de opleiding met een aantal basisvakken op het gebied van accounting, financiën en personeelsmanagement. Het tweede deel bestaat uit keuzevakken en stages. Hoewel sommige een speciale focus hebben, zoals ondernemerschap of de financiële sector, bieden de opleidingen inhoudelijk in grote lijnen hetzelfde. Dat maakt de keuze niet makkelijk.

„Je moet je afvragen: wat wil ik bereiken met deze MBA? En welke MBA biedt daarvoor de beste mogelijkheden?”, zegt Frederike Karthaus van Executive Search bureau Ebbinge & Company. „Een opleiding in Nederland trekt minder mensen en het netwerk is minder interessant dan dat van een top-MBA. Een MBA in Rotterdam heeft toch minder allure en uitstraling, terwijl de inhoud net zo goed kan zijn.”

De reputatie van een MBA is volgens Karthaus belangrijk als je de top wilt bereiken. „Het zegt iets als je bent toegelaten tot London Business School of INSEAD. Werkgevers weten dat.” In sectoren als ‘corporate development’, ‘investment banking’ en ‘private equity’ wordt eigenlijk alleen een MBA aan een van de topscholen als onderscheidend gezien.

Zeker voor deelnemers die al een bedrijfskundige achtergrond hebben, is netwerken het voornaamste doel. Anderen doen een MBA om zich om te scholen of om na te denken over een volgende stap.

Lennart Crain (33) gebruikte zijn twee jaar aan Columbia Business School in New York om tot de conclusie te komen dat hij eigenlijk ontzettend leuk werk had. Na 3,5 jaar als advocaat bij Houthoff Buruma, wilde hij het bedrijfsleven in – althans dat dacht hij. „Al snel kwam ik erachter dat het in theorie heel interessant was, maar dat alles wat ik écht leuk vond, samenkwam in de advocatuur.”

Nog tijdens zijn opleiding tekende Crain bij advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek. Mede dankzij zijn MBA, denkt hij. „Ik werd meteen uitgenodigd voor een gesprek, terwijl er in die tijd weinig mensen werden aangenomen.”

Werkgevers zien nog steeds de toegevoegde waarde van een goed aangeschreven MBA, maar zijn minder geneigd de opleiding te betalen. Behalve in de consultancysector, waar het gebruikelijk is dat werknemers een MBA mogen doen als beloning voor een paar jaar hard werken. „Het is minder standaard dan vroeger”, zegt Karthaus. „Er zijn nog wel bedrijven die een lening overnemen of het collegegeld vergoeden, maar alleen bij de echte top.”

Wouter van der Gaag was een van die gelukkigen. Hij had zijn MBA met spaargeld betaald, maar kreeg een deel terug van Morgan Stanley. Uiteindelijk vielen de kosten hem mee. „Je kunt ook aardig bijverdienen tijdens de MBA”, zegt hij. „De stages worden goed betaald. De vergoeding verschilt per sector, maar ligt tussen de 1.250 en 1.500 euro per week.”

Een hoger salaris is volgens Karthaus geen gegeven. Zeker als je van branche verandert, is een MBA meer een toegangskaart dan een reden om je meer te betalen. Toch is het een belangrijk lokmiddel voor studenten.

London Business School publiceert elk jaar een overzicht van bedrijven waar studenten terecht zijn gekomen, inclusief twee pagina’s aan salaris- en bonusinformatie. Niet onbelangrijk, want na de MBA wacht vaak een torenhoge schuld. Zo kost een MBA aan London Business School 57.500 pond (ruim 67.000 euro) en betaal je voor INSEAD 59.500 euro.

Laetitia Royaards (35) was toegelaten tot INSEAD – een opleiding van tien maanden in het Franse Fontainebleau en Singapore – maar kreeg vlak voor vertrek geen lening. „Ik had een kleine beurs van de school zelf en de rest wilde ik lenen bij de bank.”

Dat leek te lukken, totdat de bank er ineens op terugkwam. „Ik kreeg te horen dat een lening voor een nieuwe auto geen probleem was geweest, maar dat een lening voor een opleiding moeilijker lag”, zegt ze verontwaardigd. Uiteindelijk stonden vrienden van haar ouders garant en kon ze toch beginnen.

Royaards werkte bij diverse mediabedrijfjes en ging naar INSEAD voor de internationale contacten. Ze volgde veel keuzevakken voor ondernemers, met als doel een eigen bedrijf. Maar eerst moet de MBA worden terugverdiend.

De baan was snel binnen: Royaards werkt voor de Zweedse broadcaster MTG in Londen en Afrika. „Mijn baas had zelf INSEAD gedaan en de school benaderd of er iemand was met een media-achtergrond. Zo kwamen ze bij mij uit.”

Het contact met toekomstige werkgevers is intensief. Bedrijven presenteren zich op de scholen en sponsoren borrels en evenementen. Royaards: „INSEAD maakt van elke klas een cv-boek en verstuurt dat naar bedrijven. Die benaderen je al tijdens de opleiding. De meesten hebben daardoor al voor het einde van het jaar een baan.”

London Business School, INSEAD en Columbia Business School schrijven alle drie in hun jaarlijkse employment report dat 92 procent van hun studenten binnen drie maanden een baan heeft, tegenover een gemiddelde wereldwijd van 82 procent. Bij Harvard (de nummer 1 MBA) is dat zelfs 95 procent, zeggen ze.

Ondanks de goede vooruitzichten durven toch minder mensen hun baan op te geven en zich in de schulden te steken. Wereldwijd kregen fulltime MBA-opleidingen in 2012 20 procent minder aanmeldingen, blijkt uit cijfers van de Graduate Management Admission Council – verantwoordelijk voor de GMAT-test die onderdeel uitmaakt van de selectieprocedure.

Bij London Business School is het aantal aanmeldingen ook behoorlijk teruggelopen. Maar zorgen zijn er niet. „We krijgen nog steeds meer aanmeldingen dan we kunnen plaatsen en de kwaliteit van de kandidaten blijft hoog”, zegt Oliver Ashby van de afdeling toelating. „Vorig jaar hadden we de grootste klas ooit: 406 MBA-studenten met 62 verschillende nationaliteiten.”

De klas van Lennart Crain bij Columbia Business School bestond destijds uit duizend studenten. „Ik zat daar echt in crisistijd, van 2008 tot 2010. Veel van mijn medestudenten wilden aan het werk in de financiële sector, terwijl daar juist de klappen vielen. Daardoor hebben sommigen wel wat langer op een baan moeten wachten.”

Karthaus waarschuwt dat studenten realistisch moeten blijven. „Tijdens zo’n opleiding word je echt geplugd als ‘future leader’, als top van de arbeidsmarkt. Dat hoort bij de vibe van de opleiding, maar blijf nuchter kijken naar de mogelijkheden na je MBA. Verwacht niet dat iedereen voor je in de rij staat.”