Precies Hazes, bijna André

Martijn Fischer speelt André Hazes in de musical ‘Hij Gelooft In Mij’. Kenners en publiek zijn enthousiast. ‘Beter dan Martijn het invult, had niet gekund’, zegt Rachel Hazes.

Woedend stormt André Hazes de volle artiestenfoyer binnen. „Er zit een vlek op mijn broek”, schreeuwt hij, „wie heeft dat gedaan?” Sommige collega’s grinniken. Maar niet de meisjes van de kleding in het DeLaMar Theater. Zij schrikken – zó kennen ze Martijn Fischer niet. Krijgt de hoofdrolspeler van de musical Hij gelooft in mij na ruim honderd voorstellingen opeens last van sterallures? Een geintje, grijnst de Hazes-vertolker. „Een paar dagen heb ik gedaan alsof ik een cursus musicalster aan het volgen was. Hoofdrolspelers gaan soms de vedette uithangen. Stakkerig gedrag. Daar wilde ik de draak mee steken.”

Vijftien jaar lang was Martijn Fischer (45) naar eigen zeggen „B-garnituur bij de A-gezelschappen”. Hij speelde bijrollen bij gesubsidieerde toneelgezelschappen als Orkater en het Ro Theater. Met televisierollen en reclamespotjes vulde hij zijn inkomen aan. Hij was vuilnisman Tonnie in tv- serie A’dam – E.V.A., klusjesman Ed in de Nuon-commercials, en voor Krasloten-spotjes vertolkte hij een besnorde synchroonzwemmer, die zich in het nijlpaardenbassin van de dierentuin voorbereidt op de Olympische Spelen. Bij de castingbureaus zat Martijn Fischer (1,73 meter en ongeveer 100 kilo) duidelijk in het kaartenbakje met ‘volkse bijdehandjes’.

Geknipt voor een rol als gezette, alcoholische volkszanger, zou je denken. Zeker als je weet dat Fischer zijn studie aan de Toneelschool bekostigde met het zingen van topveertigliedjes op bruiloften en partijen. Maar toen drie jaar geleden de audities voor het gezongen levensverhaal van André Hazes begonnen, liet Fischer die kans voorbijgaan. En producent Joop van den Ende en regisseur Ruut Weissman klopten bij hem niet aan. Ze kenden Martijn Fischer niet, zoals ook zijn latere tegenspeler, ‘echtgenote’ Chantal Janzen, nooit van hem had gehoord. Fischer: „Een paar collega’s wezen mij op de auditie. Ik dacht over die rol: ‘Ik zou het kunnen.’ Maar me aanmelden vond ik niet chic. Bovendien ging ik ervan uit, dat ze een grote naam zochten.”

Zo was het ook, vertelt Weissman. „Zeker veertig bekende zangers en acteurs hebben auditie gedaan.” Maar geen van de kandidaten wist de volksheld overtuigend neer te zetten. Ze misten acteertalent dan wel vocale kwaliteiten.

Motorcrossen

Net toen de makers besloten om het script te herschrijven en met een spelende én een zingende Hazes te gaan werken, opperde cabaretier Alex Klaasen tegen regisseur Weissman: „Heb je weleens aan Martijn Fischer gedacht?” Tegelijkertijd noemde actrice Tjitske Reidinga zijn naam in een gesprek met Joop van den Ende.

Fischer, die op het punt stond om met een schoolkameraad te gaan motorcrossen in Turkije, liet zich overhalen om vóór zijn vakantie nog langs te komen. Hij zong twee liedjes en speelde een scène met scenarioschrijver Kees Prins als Rachel, de vrouw van de volkszanger. Vertwijfeld reed de in Utrecht geboren acteur na de auditie terug naar huis. „M’n Amsterdams was heel slecht, maar verder ging het goed. Wil ik dit wel, vroeg ik me af. Zo’n grote voorstelling, met zoveel reuring voor de deur.”

Zijn belofte om terug te bellen kwam hij niet na. Maar toen belde regisseur Weissman. „Martijn, we zijn gestopt met zoeken.” Voor een groter gezelschap, inclusief producent Joop van den Ende, moest hij nogmaals auditie doen. Die test ging beroerd. Fischer: „Ik had een drukke dag achter de rug en vond het een intimiderende situatie. Bij het zingen zette ik een paar keer verkeerd in. Ik weet nog dat ik in mijn zenuwen tegen Van den Ende zei: ‘Net als Hazes heb ik een zoon van acht.’ Waarop Joop zei: ‘Nou, dát klopt dan wel.’ Toen ik die middag naar huis reed, voelde ik me opgelucht. Niks aan de hand, hield ik mezelf voor, ik ga lekker door met mijn eigen leven.”

Twee uur voor voorstelling 110 van Hij gelooft in mij loopt Martijn Fischer met een poetsdoek in de hand door de artiestenfoyer van het DeLaMar theater. „Ik heb een hekel aan troep”, zegt hij, terwijl hij de koffiemachine opwrijft. Hij groet Jules Croiset, die in De Kersentuin speelt. Met een knipoog zegt Fischer: „De goede acteurs staan vanavond in de kleine zaal.”

Een medewerker van Joop van den Ende Theaterproducties vertelt even later trots: „Martijn, vandaag 24.000 kaarten verkocht!” Ze doelt op Holland zingt Hazes, de ‘meezingconcerten’ die Van den Ende in juni in Ziggo Dome in Amsterdam organiseert. Dré Jr en Rox, de twee jongste kinderen van de zanger, zullen een keur aan artiesten ontvangen, onder wie Willeke Alberti, André van Duin én Martijn Fischer. Nooit eerder heeft hij voor een zaal met 15.000 toeschouwers opgetreden.

Nasi rames

Zijn leven is danig veranderd, zegt Fischer bij een portie nasi rames, die hij heeft meegenomen naar het theater. Hij weet nu wat het is om Bekende Nederlander te zijn. Aan de lopende band interviewaanvragen. BNN-presentator Filemon Wesselink die ongevraagd met een cameraploeg bij zijn huis wil verschijnen. En een krantje halen in de Leidsestraat, een wandelingetje van twee keer niks, kost opeens een zee van tijd omdat passanten hem aanklampen.

Martijn Fischer geniet van zijn succes. Toen duidelijk werd dat de musical honderden keren gespeeld zou moeten worden en Van den Ende voorstelde ook voor zijn rol een alternate te zoeken, reageerde de acteur afwijzend. „Hoezo een vervanger? Dit is mijn rol. Laat mij alle voorstellingen doen.”

Hij noemt zichzelf een contactjunk („Dat heb ik met Hazes gemeen”), maar om ook buiten het theater voortdurend voor ‘Dré’ te worden aangezien, dat was hij snel zat. Zijn haar, dat hij had laten groeien en zwart had geverfd, moest eraf. Na enig soebatten met regisseur Weissman speelt hij inmiddels met een pruik, een kopie van zijn eigen haar.

Joop van den Ende, ooit een paar jaar de manager van Hazes, noemt Fischer een ‘geschenk’. „Martijn heeft heel veel mee. Hij lijkt fysiek op André, is opgeleid als acteur en hij kan zingen. Een prettige collega ook. Vaak zie je dat acteurs na zo’n stap in hun carrière een air krijgen en geloven dat ze moeilijk moeten gaan doen.”

Nog enthousiaster is regisseur Ruut Weissman. „Toen Martijn implodeerde bij die tweede auditie heb ik op Joop ingepraat. Ik wist: Martijn ís het gewoon. Dezelfde ontroering in zijn fysiek, een lekkere acteur en een fijne soulstem. Toen ik na de auditie met hem in de lift stond en die oogopslag zag... Eng gewoon, precies Hazes.”

Net als tegenspeler Chantal Janzen („Martijn is een goedzak. Als je zegt dat je eten slecht is gevallen, komt hij je in de pauze Rennies brengen”) prijst Weissman ook de sociale kwaliteiten van zijn hoofdrolspeler. „Toen we afgelopen zomer met een pianist in mijn Franse zomerhuisje aan zijn rol werkten, heeft hij de verstopte afvoer gerepareerd.” Als hij met deze anekdote wordt geconfronteerd, schudt Fischer niet-begrijpend het hoofd. „Dat snap je toch niet, kerels die nog geen warteltje kunnen aandraaien?”

Martijn Fischer maakt van André Hazes geen Koefnoen en ook geen Soundmixshow, concluderen betrokkenen opgelucht. Rachel Hazes, sinds negen jaar de weduwe van de volkszanger: „Beter dan Martijn het invult, had niet gekund. Je wilt niet weten hoeveel lookalikes van Dré er rondlopen. Plastic mannen met opgeplakte bakkebaarden en een lange, leren jas. De dag na zijn overlijden stond er al zo’n griezel met een krat bier bij ons voor de deur. André was een natuurtalent. Vocaal gaat niemand het van hem winnen. Waar het bij zo’n rol om gaat, is of je het geloofwaardig kunt overbrengen. Dat lukt Martijn heel goed. Hij heeft hetzelfde gevoel voor humor en hij blijft in zijn rol dicht bij zichzelf. Hij wil geen André zijn.”

Biertje

Na afloop van voorstelling 110 drinkt Fischer in theatercafé De Smoeshaan zijn eerste echte biertje van de avond (in de vele Heinekengroene blikjes die hij in de voorstelling opentrekt zit cola light). Tygo Gernandt knijpt hem ter begroeting in zijn nek en ook andere acteurs verwelkomen hem hartelijk. „Een grote, empathische knuffelbeer. Ik ken niemand die Martijn Fischer niet mag”, zegt Roosmarijn Luyten, vijf jaar geleden Tinker Bell in een voorstelling waarin Fischer Kapitein Haak was.

Aan een paar collega’s laat ‘autogek’ Fischer een sleutel zien. „Nog nooit zo’n dikke auto gehad”, zegt hij vol trots. Bij navraag blijkt het om een tien jaar oude ‘zonnebankauto’ te gaan, een Audi A4 cabrio. „Al mijn andere auto’s waren altijd minstens twintig jaar oud.”

Zijn eerste musical, en zijn kennismaking met een commerciële producent. Fischer, zoon van een hoogleraar psychiatrie en een verpleegkundige, heeft geen idee wat hij na Hij gelooft in mij gaat doen. „Ik wil met leuke mensen op toneel lol maken, dat is mijn enige ambitie. En ik ga zeker niet als André Hazes het schnabbelcircuit in, zoals Martin Morero (de fictieve volkszanger uit de tv-serie Gooische Vrouwen) nu doet. Een klap geld voor een half uurtje optreden, maar wat zou ik daar ongelukkig van worden.”

Joop van den Ende voorspelt zijn hoofdrolspeler een mooie toekomst. „Martijn heeft bewezen dat hij een voorstelling kan dragen. Hij zal hierna voor grote rollen worden gevraagd.” Deze kans had Fischer nodig om te laten zien hoe goed hij is als acteur, zegt Ruut Weissman. Voor sommige toekomstige rollen zal hij misschien wel moeten afvallen, zegt de regisseur. „Dat kan hij, weet ik. Toen de première van Hij gelooft in mij naderde viel Martijn enorm af. Ik begon me echt zorgen te maken, we moesten zijn broek innemen. ‘Blijf nou goed eten’, zei ik, ‘bananen, broodjes worst.’ Gelukkig is die buik er nu weer.”

Afvallen voor een rol? Martijn Fischer kijkt bedenkelijk. „Ik ben een buik met handen en voeten. Zoals ik nu ben voel ik me goed.” En dan met een lach: „Tien kilo eraf, daar trek ik de grens.”

De musical ‘Hij gelooft in mij’ is onlangs met vier maanden verlengd en is nu tot en met eind december te zien in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Inl: delamar.nl