OM wil oude zaak rond dood platenproducer herzien

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad gevraagd te kijken of de strafzaak moet worden heropend tegen een man die dertig jaar geleden werd veroordeeld wegens doodslag.

Het OM is van oordeel dat er „sprake is van feiten en omstandigheden die twijfels kunnen doen ontstaan of Martien H. daadwerkelijk Bart van de Laar om het leven heeft gebracht”. Op 16 augustus 1984 is Martien H. door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot twee jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf en tbr (het toenmalige tbs) wegens doodslag in 1981 op platenproducer Van de Laar in Hilversum. H. heeft hiervoor tot 1991 vastgezeten.

H. is destijds veroordeeld op basis van zijn eigen verklaring in combinatie met gegevens die verkregen zijn uit onderzoek van de plaats van het delict. Er zijn geen getuigenverklaringen en er is geen technisch bewijs dat H. de doodslag op Van de Laar heeft gepleegd.

De bekentenis van H. vertoont volgens het OM hiaten en onvolkomenheden. Het vermoedelijke tijdstip van de doodslag lijkt niet overeen te komen met de door H. genoemde tijdsaanduiding. Later uitgevoerd onderzoek wijst erop dat H. de in zijn bekennende verklaringen naar voren gebrachte daderkennis kan hebben ontleend aan artikelen in de media. H. heeft destijds zijn bekentenis bij de politie na enkele maanden ingetrokken en is sindsdien altijd blijven ontkennen. Hij zou in de war zijn geweest ten tijde van de bekentenis.

Na de onherroepelijke veroordeling van H. is ook nieuwe informatie aan het licht gekomen, die er volgens justitie op kan wijzen dat niet H, maar een ander Van de Laar heeft omgebracht. Rond 2003 heeft het OM nieuwe informatie ontvangen, waarna de zaak opnieuw is geanalyseerd. Recentelijk heeft het OM van H.’s huidige advocaat, Geert-Jan Knoops, aanvullende nieuwe informatie gekregen. Het betreft onder andere verklaringen van een getuige en analyses door deskundigen van het reeds beschikbare onderzoeksmateriaal. „Het geheel aan nieuwe feiten en analyses tezamen kan volgens het OM thans een ander licht werpen op de zaak waardoor sprake zou kunnen zijn van een zogeheten novum: nieuwe feiten die ten tijde van de behandeling nog niet bekend waren.” Een novum kan de Hoge Raad aanleiding geven om een veroordeling in een strafzaak te herzien.

Het gaat mogelijk om de zesde gerechtelijke dwaling sinds 2000.