Ode aan Hans Memling

Arthur Japin door Franciscus & Franciscus Foto Flatland Gallery

Wat heeft Arthur Japin toch een buitengewoon middeleeuwse gelaatstrekken. Wie dat nog niet was opgevallen, kan terecht in de Flatland Gallery. Daar hangt een fotoportret van Japin met Vlaams primitieve blik, in een donkere bontmantel en met inkt aan de vingers poserend tegen een kerkelijke architectuur. Contemplatief kijkt de romanschrijver en mediapersoonlijkheid in de verte, alsof hij zich zometeen terugtrekt uit dit wereldse om in afzondering met ganzenveer verder te schrijven aan mystieke ideeën.

Dit mooie portret is de beste uit de serie After Memling van het duo Franciscus & Franciscus: een samenwerking van schilder Frans Franciscus en zijn partner en ontwerper Rienus Gündel Franciscus. Samen brengen ze een ode aan de virtuoze Vlaamse kunstenaar Hans Memling, die in de vijftiende eeuw zelfs een bontmantel als deze letterlijk haarscherp had kunnen weergeven. Met zijn ingewikkelde details en levensechte stofuitdrukkingen waren zijn schilderijen ongekend realistisch, iets wat aards was en dus bijna zondig, wat hij goed maakte met de devote uitstraling van zijn geportretteerden.

Die moeilijk te schilderen details kiezen ook Franciscus en Franciscus, zoals een veertje of glaswerk dat ze hun geportretteerden laten vasthouden. Waarna het duo vervolgens expres vals speelt: door de éénharige penselen van vroeger toch maar te vervangen door een hypermoderne fotocamera.

Daar zit een zekere ironie in, die aansluit bij het geschilderde oeuvre van Frans Franciscus, ook te zien bij Flatland – voorheen in Utrecht en nu in Amsterdam gevestigd. Daarin vertaalt hij weelderige oude schilderstradities naar een dramatisch realisme. Franciscus schilderde de Maagd Maria met twee jongetjes – Johannes de Doper en het Christuskind – in Duitse kleding onder een hemel met gevechtsvliegtuigen. Op een ander doek is een zondvloed te zien waar een zwarte man zich vastgrijpt aan een boom, vergeefs, om in zee te storten samen met de blanken die zich aan hem vasthouden, broekzakken uitpuilend van goud.

Franciscus leent uit beeldtradities en folklore die ooit zijn ontwikkeld om boodschappen – religieus of politiek – in te prenten bij kijkers. Nu die noodzaak weg is, pakken zulke beeldcitaten ironisch uit. Die beeldgrapjes geven deze schilderijen een niet zelden wat eendimensionale schoonheid. Dat geldt ook voor de andere Memling-foto’s. Ze zijn perfect gestileerd, maar het blijft buitenkant, oppervlakte. Niet zoals bij Memling, die een nieuwe wereld openbaarde waarin mensen zich tot het aardse paradijs durfden te verhouden en tegelijk het hogere zochten, die schone oppervlaktes ontstijgend.