Nu ook nog de Koerden in eigen land

Turkije en de PKK //

De gevangen PKK-leider Öcalan gaat vandaag oproepen tot een wapenstilstand Deze keer zou het echt kunnen gebeuren

Gevechtsvliegtuigen rijten de hemel open boven Diyarbakir. In alle maanden van vredesonderhandelingen tussen de Turkse staat en de leider van de verboden Koerdische afscheidingsbeweging PKK, Abdullah Öcalan, zijn de bombardementen nooit gestopt. Praten en bombarderen gaan in dit land hand en hand.

Telkens als Abdullah Demirbas de motoren van de straaljagers over zijn huis hoort bulderen, zinkt zijn hoofd tussen zijn schouders. Zijn kind verblijft ergens op de route naar de kampen van de PKK in het noorden van Irak. Al vier jaar heeft hij niets van Baran gehoord, 21 is hij nu. Hij belt nooit, bang zijn vader in problemen te brengen. Nog meer problemen.

Abdullah Demirbas heeft nog een zoon. Mehmet is 26. Hij doceert Turks op een middelbare school in het Koerdische zuidoosten. Over twee maanden moet Mehmet het Turkse leger in. Ook voor Koerdische jongemannen geldt die dienstplicht.

Wij sterven iedere dag

Dit is de nachtmerrie van zijn vader: dat zijn zoons elkaar ooit, daar in de bergen zullen treffen. Als soldaten van twee vijandelijke legers. Kind tegen kind. „Ze komen uit hetzelfde land, hetzelfde huis, hetzelfde bed. Dit is wat deze oorlog met ons doet”, zegt Demirbas. „Een normaal mens sterft eens in zijn leven. Wij sterven iedere dag.” Elke keer als de straaljager overvliegt.

Nooit in de 29 jaar van strijd tussen de PKK en de Turkse staat was de hoop zo groot dat aan de nachtmerries van Abdullah Demirbas en dit land een einde komt als vandaag, op 21 maart, het begin van het Koerdische lentefeest Newroz. Dit is de dag van de langverwachte verklaring van de gevangen leider van de PKK Öcalan, die vanaf gevangeniseiland Imrali zal oproepen tot een wapenstilstand en terugtrekking van de PKK van Turks grondgebied.

Het is niet de eerste keer dat Öcalan oproept tot het neerleggen van de wapens. Het is ook niet de eerste keer dat de Turkse geheime dienst met de PKK praat. Nieuw is dat de regering van premier Tayyip Erdogan de gesprekken met de man die in de Turkse pers jaren als „de babymoordenaar” werd aangeduid nu openlijk toegeeft. „Wij praten niet met terroristen”, is niet langer de lijn.

Die vooruitgang maakt Abdullah Demirbas voorzichtig optimistisch, maar niet minder wantrouwig. Behalve vader van twee zoons en twee dochters is hij ook burgemeester van de gemeente Sur, in de agglomeratie van Diyarbakir. Hij is lid van de BDP, de politieke arm van de PKK. „Een oorlog wordt niet alleen met wapens gevochten”, zegt hij.

Hij tartte de Turkse staat keer op keer, sinds hij burgermeester werd in 2004. Hij wilde dat alle bevolkingsgroepen in zijn gemeente de publicaties van de burgemeester in hun eigen taal konden lezen, in Arabisch, Armeens, Hebreeuws en Koerdisch. Hij werd aangeklaagd. „De rechter zei dat het een misdrijf was om de letters X, W en Q te gebruiken.” Die letters bestaan niet in het Turks. „Toen zei ik: dan heeft u zojuist ook een misdrijf begaan.”

Die democratie werkt niet

Toen Demirbas in 2007 zes maanden celstraf moest uitzitten wegens steun aan een terroristische organisatie, knapte er iets bij zoon Baran. „Hij zei: zie je nou dat die democratische weg van jou niet werkt.” Hij vertrok naar de bergen. Demirbas weet: de gemiddelde levensverwachting van een PKK-strijder in de bergen is zeven jaar. De overlevingskansen van zijn zoon slinken iedere dag. Zijn oudere broer Mehmet zucht. „Misschien ben ik minder moedig dan hij is.” Boven de bank waarop hij samen met zijn vader naar het nieuws kijkt, hangt het portret van zijn broer, tegen een achtergrond van dromerig witte wolken en bergen. Zulke portretten vullen de muren van veel Koerdische families in dit deel van het land. Van kinderen die weggingen en nooit meer terugkwamen.

Veel Koerden kiezen een andere weg dan de strijd. Het gros van de 15 miljoen Koerden in dit land trok weg van het platteland en ging op in het Turkse leven in de grote stad. De meesten spreken hun taal niet. Velen keerden zich af van de PKK. Zij hoeven ook geen federatie, zoals in buurland Irak waar de Koerden een grote mate van zelfbestuur kregen. Het land moet niet verdeeld worden, vinden zij net als veel Turken.

Erdogan de vredesstichter

Dat is het slappe koord waarop premier Erdogan loopt op deze 21 maart. De Koerden tevreden stellen, zonder dat de Turkse nationalisten het vertrouwen in hem verliezen. En voorkomen dat Öcalan de show steelt, terwijl hij, Erdogan, als vredestichter de geschiedenis wil ingaan. Misschien koos hij er daarom wel voor om juist op deze dag in Nederland te zijn, zodat hij in eigen land niet hoeft te reageren op de verklaring van Öcalan. De vredesonderhandelingen moeten hoe dan ook doorgaan. „Voor deze vrede ben ik bereid de gifbeker te drinken”, zei hij.

Volgens de Koerdische burgemeester Demirbas is daarvan nog te weinig gebleken. Met de belofte van een wapenstilstand door Öcalan, is er nog geen vrede in Turkije.

„Ik wil geloven dat de regering echt een oplossing wil. Maar dan moet ze ook iets laten zien. We willen een grondwet waarin deze republiek een land wordt voor iedereen. We willen aanpassing van de terreurwetgeving, waarmee duizenden zijn vastgezet. En we willen een waarheidscommissie die uitzoekt wat er hier in de afgelopen dertig jaar is gebeurd. Hoop? Ik heb meer hoop dan gisteren. Dat is vooruitgang.”