Merkel wil geen verbod op extreem-rechts

De Duitse regering ziet af van een poging de extreem-rechtse partij NPD te laten verbieden. Beschamend, klinkt het uit SPD- en Joodse hoek.

Een jiddisch orkestje speelt in de Otto Wels-zaal, de fractiekamer van de sociaal-democratische SPD in de Duitse Bondsdag. De melancholische klezmer contrasteert met de verontwaardiging onder leden van de partijtop, die vooraan zitten in de met scholieren gevulde zaal.

Eigenlijk wilden de sociaal-democraten op hun jaarlijkse lentereceptie, gisteren, uitgebreid stilstaan bij de historische redevoering van toenmalige fractievoorzitter Otto Wels. Ondanks dreiging van de nazi’s sprak deze zich op 23 maart 1933 uit tegen de wet, het Ermächtigungsgesetz, die Adolf Hitler formeel de bevoegdheid gaf een einde te maken aan de democratische republiek van Weimar.

Maar de actualiteit dringt zich op: gisteren besloot de regering af te zien van een poging om, via het Constitutionele Hof in Karlsruhe, de extreemrechtse NPD te laten verbieden. Volgens de SPD is deze partij, die zetels heeft in regionale parlementen van Saksen en Mecklenburg-Vorpommern, nationaal-socialistisch.

Fractievoorzitter Frank-Walter Steinmeier noemt het „beschamend” dat de regering „het verbod uit de weg gaat”. Hij legt een verband tussen de NPD en de moorden tussen 2000 tot 2006 op vooral Turkse restauranthouders door een extreemrechtse terreurcel die zich National Sozialistische Untergrund (NSU) noemt. „De NSU-moorden hebben ons duidelijk gemaakt dat wij ons ook nu moeten verzetten tegen rechts. Dat de democratie niet voor eeuwig is gegarandeerd.”

De regering van bondskanselier Angela Merkel (CDU) heeft na maanden intern beraad laten weten dat rechts-extremisme politiek moet worden bestreden. En dus niet juridisch. In december besloten de vertegenwoordigers van de deelstaten in de senaat, de Bondsraad, wél tot het indienen van een aanvraag tot verbod van de NPD. Naar verwachting zal dat in juni gebeuren.

De kwestie splijt het politieke landschap, juist door de koppeling met de donkerste hoofdstukken uit de Duitse geschiedenis. De liberale FDP-ministers in de bondsregering hebben zich maandag al als één blok uitgesproken tegen de gang naar het Constitutionele Hof. Een dergelijke procedure is tien jaar geleden al eens „jammerlijk” mislukt, zo roepen ze in herinnering.

De FDP vreest dat een nieuwe verwerping van de zaak door het hof in Karlsruhe de NDP alleen maar sterker zal maken. En mocht het hof dit keer de NPD wél verbieden, dan valt niet uit te sluiten, volgens de liberalen, dat een beroep bij het Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg positief uitvalt voor de NPD.

De Groenen in de Bondsdag, die samen optrekken met de SPD naar de verkiezingen in september, steunen in deze kwestie de regering. Ze verwachten dat de Bondsdag, die ook een NPD-verbod overweegt, hier na de beslissing van Merkel van zal afzien. Een woordvoerder van de Groenen noemde het „niet slim” van de SPD om de regering een gebrek aan vastberadenheid te verwijten in de strijd tegen extreem-rechts. „Het gaat hierbij ten slotte niet om een antifascistische proeve van moed.”

Binnen de regering hebben de Beierse christen-democraten (CSU) onder leiding van Horst Seehofer zich tevoren wel uitgesproken voor het partijverbod. Maar de CSU is niet eenstemmig: CSU-minister Hans-Peter Friedrich (Binnenlandse Zaken), die in eerste instantie verantwoordelijk is, vindt een partijverbod contraproductief.

Inmiddels laat de NPD op haar website weten dat de verbodsprocedure verworden is tot een „derderangs theater”. „Het front is verbrokkelt en men kruipt in zijn schulp. Wie tussen de regels doorleest ziet dat de aanvragers niet meer zeker zijn van hun zaak.” Buiten de politieke arena heeft de vice-voorzitter van de Centrale Joodse Raad, Charlotte Knobloch, de opstelling van de regering een „rampzalige verzaking van de publieke zaak” genoemd.

In de fractiezaal van de SPD draagt acteur Ulrich Matthes, Goebbels in de film Der Untergang, de rede van Otto Wels voor. „Wij groeten de vervolgden (...) Hun moed om voor hun overtuiging uit te komen, hun ongebroken optimisme garanderen een lichtere toekomst.”