In het theater van schijn en wezen

In de komedie ‘To be or not to be’ van Het Zuidelijk Toneel zetten steracteurs hun kunsten in tijdens de oorlog.

Het spel van schijn en wezen, met echt en onecht in To be or not to be ligt regisseur Gijs de Lange wel. „Als ik zelf naar het theater ga, vind ik het een aangenaam gevoel dat ik niet weet of de acteur het meent of niet wat hij zegt. Dat ik denk van wel, en dan opschrik: o nee, toch niet. Die puzzel houdt me alert als kijker. Dat leidt niet per se af. Normaal heb je ook allerlei gedachtes terwijl je zit te kijken.”

In de film van Ernst Lubitisch uit 1942, die ten grondslag ligt aan de komedie van Het Zuidelijk Toneel – vrijdag in Tilburg in première, mag een Pools toneelgezelschap voor de oorlog geen parodie op Hitler meer spelen, omdat het staatshoofd van een buurland wordt beledigd.

Als het eenmaal oorlog is, zetten de steracteurs hun kunsten in; eerst om het contact tussen een Poolse dubbelspion en de lokale Gestapo te frustreren en vervolgens om het land te kunnen ontvluchten.

De steracteurs van Het Zuidelijk Toneel zijn Frank Lammers, Waldemar Torenstra, Han Römer en Ellen ten Damme – die zich ook als zangeres mag uitleven – en Raoul Heertje en Viggo Waas. In dit toneel over toneel stappen de cabaretiers ook nog eens uit hun rol, zogenaamd als zichzelf, om commentaar te geven op wat de groep doet, gemeend of niet. En dat alles in een bonte mix van serieus toneel, musical, stand-up en klucht.

Het is interessant om zo bezig te zijn wat echt en onecht is in het theater, zegt Raoul Heertje. „Als iemand uit zijn rol stapt, dan wordt want hij daarna zegt opeens ervaren als eerlijk en gemeend. Terwijl dat ook bedacht is. Wie van rol wisselt, ondergraaft wat hij tot dan toe heeft gezegd. Begint opnieuw. Toch gooi je het gevoel dat je als acteur overbracht niet in één keer weg. Als kijker beleef je dat proces mee.”