Erdogan omhelst de Turken in het buitenland

De Turkse premier Erdogan bezoekt vandaag Nederland Hij is populair onder Turkse migranten De kwestie-Yunus betekent voor hen: deze premier geeft om ons

De Turkse premier die vandaag Nederland bezoekt is een emopoliticus, een straatvechter uit de achterbuurt van Istanbul, Kasimpasa. Maar achter de opwellingen van Recep Tayyip Erdogan gaat een geoliede machine schuil. De affaire rondom het Turkse jongetje Yunus is geen toeval. Daar is in Ankara zorgvuldig over nagedacht.

De regeringspartij AKP spendeert jaarlijks miljoenen lira aan bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het imago van de partij. Die machine werkt. De partij werd in 2011 met meer dan vijftig procent van de stemmen voor de derde keer op een rij de grootste. Toen de premier vorig jaar even in de problemen dreigde te raken na een bombardement op Koerdische smokkelaars, leidde hij de aandacht af door in heetst van het debat plotseling abortus te vergelijken met genocide. De Turkse media vergaten het bombardement, spraken weken over de abortuswet, die uiteindelijk ongewijzigd bleef. Ankara kent de wetten van de media.

Aan de vooravond van het bezoek van Erdogan aan Nederland werd de affaire rond Yunus hoog opgespeeld door zijn rechterhand, vicepremier en theoloog Bekir Bozdag. Hij beloofde alles in het werk te stellen om de duizenden Turkse pleegkinderen die bij christelijke pleeggezinnen in Nederland, België en Duitsland zijn ondergebracht, terug te brengen bij hun biologische ouders. De voorzitter van de parlementscommissie voor mensenrechten sprak over ongewenste assimilatie aan een andere cultuur. „Het gaat niet alleen om Yunus”, onderstreepte hij in gesprek met deze krant. En ook niet alleen om Nederland.

Het lot van de Turkse emigranten ligt Erdogan na aan het hart. Wat hij erover zegt, doet hij onbevreesd voor de reacties in Europa. Erdogan spreekt geen andere taal dan Turks, zijn agenda is enkel Turks. Op bezoek in Duitsland in februari 2008 noemde hij assimilatie van Turken aan de Europese cultuur „een schending van mensenrechten”. Dit idee komt voort uit de diep verankerde overtuiging dat de Turkse staat vader is van alle Turken, zelfs als ze niet binnen de landsgrenzen zijn geboren. „Ne mutlu Türküm diyene”, reciteren de kinderen bij aanvang van de schooldag de woorden van de grondlegger van de republiek, Atatürk. „Hoe gelukkig is hij die kan zeggen dat hij Turk is.”

Turkse jongens, eerste, tweede of derde generatie migrant, blijven dienstplichtig voor het Turkse leger. Ze kunnen hun 15 maanden in het leger slechts afkopen als ze 10.000 euro betalen. Het ministerie van Religieuze Zaken, Diyanet, bemoeit zich eveneens rechtstreeks met het bestuur van Turkse moskeeën in Nederland en andere landen. Waar je ook wordt geboren, Turk blijf je, tot na de dood. „Het vaderland eerst”, staat in de bergen geschreven.

De AKP van Erdogan is populair onder de Turkse migranten in Europa. Zij kwamen in de jaren vijftig, zestig en zeventig van het Turkse platteland naar de Europese stad. Het conservatisme van de regeringspartij, de nadruk op de normen en waarden van het verlaten huis vormen hun veilige deken. Sinds de partij in 2002 aan de macht kwam steeg haar populariteit onder Turken in het buitenland van 32 procent naar 56 procent in 2007 tot 61 procent in 2011. De AKP probeert de kieswet te veranderen zodat de Turken in het buitenland kunnen stemmen en niet langer naar Turkije hoeven terug te reizen bij verkiezingen.

Het Nederlandse model van pleegzorg is Turkije vreemd. Problemen in de familie worden doorgaans binnen de familie opgelost. Turkse islamitische websites als dinimizislam.com (‘onze religie is islam’) wijzen op een passage in de Koran, Ahzab 4. Daar staat: „Het is een zonde iemand vader of moeder te noemen, als die niet je biologische ouder is.” Bij een vreemdeling in huis verblijven, is haram (onrein, verboden), zegt de website.

De stichting ‘Umut Yildizi’ (de Ster van Hoop) begon in november actief met de ondersteuning van Turkse ouders in Nederland wier kinderen uit huis werden geplaatst. Zij namen contact op met de moeder van het jongetje Yunus, dat uit huis werd geplaatst toen hij vijf maanden oud was. Yunus is nu negen. Turkse ambtenaren hebben de moeder in de afgelopen weken bezocht, bevestigt het Turkse ministerie van Familiezaken.

Datzelfde ministerie geeft toe dat er in Turkije zelf nauwelijks pleeggezinnen te vinden zijn. De echtgenote van Erdogan, Emine, trekt zich het lot van de verwaarloosde en mishandelde kinderen van Turkije persoonlijk aan. In december werd ze de voorvrouw van een project van het ministerie van Familiezaken dat pleegzorg wil opzetten „volgens Europees model”. Dat lijkt in tegenspraak met alle Turkse ophef die wordt gemaakt over de Nederlandse pleegzorg. Hoe kun je een model dat voorbeeld is zo kritiseren?

Maar voor Erdogans potentiële kiezers in Europa is in een paar dagen tijd één boodschap luid en duidelijk overgekomen. Hoe ze in Europa ook over Turken denken, deze premier geeft om ons. Daar heeft Erdogan zelf nog geen woord over de kwestie-Yunus voor hoeven zeggen.