En toch moest de KNVB iets doen

Nieuwsanalyse Al voor de dood van een assistent-scheidsrechter had de KNVB goed beleid om geweld tegen te gaan. Toch is er een actieplan.

Ze waren al bezig. De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) had diverse maatregelen getroffen om geweld op en rond het voetbalveld tegen te gaan. Zo werden spelers die zich misdroegen langer geschorst dan voorheen. Bij herhaaldelijk wangedrag werden hele teams uit de competitie gezet.

Dit beleid leek te slagen. Het aantal excessen in het najaar van 2012 was met 18 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder.

Todat begin december 2012 assistent-scheidsrechter Richard Nieuwenhuizen werd doodgeschopt. Toen moesten de maatregelen intensiever, zegt directeur amateurvoetbal Anton Binnenmars van de KNVB. „Dit mag niet meer gebeuren.”

Hiermee geeft de voetbalbestuurder impliciet toe dat hij, samen met andere sportbestuurders en de overheid, incidentenpolitiek bedrijft. Ongeacht of het beleid werkte, moest er iets gebeuren – maakt niet uit wat, als het maar krachtdadig is.

Onbegrijpelijk is dat niet. In de week na het incident kreeg Binnenmars veel kritiek. Wat deed de KNVB om raddraaiers op het veld aan te pakken? Waren de straffen wel zwaar genoeg? Presentator Twan Huys van Nieuwsuur onderwierp Binnenmars aan een kruisverhoor: waarom deed de KNVB niets tegen de club van de verdachten, de Amsterdamse amateurclub Nieuw Sloten?

Wekelijks spelen 3.500 amateurverenigingen in totaal 35.000 voetbalwedstrijden. Daar gaat weleens iets mis, weet ook de KNVB. Maar de 430 mensen die in dienst zijn van de bond kunnen moeilijk alle excessen zelf in de gaten houden. Respect en sportiviteit zijn ook een verantwoordelijkheid van clubs, ouders en de spelers zelf.

Het beleid werkte, maar toch moest er iets gebeuren. Daarom ging de KNVB in gesprek met de ministeries van Sport en van Veiligheid, gemeenten, sportkoepel NOC*NSF en clubs om een actieplan op te stellen. Dat werd gisteren gepresenteerd, in de kantine van sportvereniging Rooms-Katholieke Door Eendracht Omhoog (RKDEO) te Nootdorp.

De meest in het oog springende maatregel is een tijdstraf na een gele kaart. Op recreatief amateurniveau – in tegenstelling tot de competitieve topamateurs – moeten spelers voortaan tien minuten naar de kant als ze geel krijgen. Als de maatregel bevalt, krijgen ook de hogere amateurs ermee te maken.

Wereldvoetbalbond FIFA waakt over de spelregels als een leeuwin over haar jongen, maar volgens Binnenmars is de tijdstraf „geen spelregelverandering”. Een gele kaart blijft een gele kaart. De nationale voetbalbond zou zelf mogen beslissen welke straf daaraan wordt gekoppeld, in dit geval een tijdelijke verbanning. In andere sporten, zoals hockey, zijn tijdstraffen al gemeengoed.

Opvallend waren de woorden waarmee minister Schippers (Sport, VVD) het actieplan verdedigde. „Je kunt cynisch zijn en denken dat er niets te doen valt tegen geweld in het amateurvoetbal, omdat het een algemeen maatschappelijk probleem is. En toch accepteren we niet dat het gebeurt. Ik begrijp dat er enig cynisme is, maar het kan niet zo zijn dat een scheidsrechter met een gebroken kaak of neus moet bekopen dat hij een beslissing heeft genomen.”

De KNVB stelt in het actieplan dat het „buiten kijf” staat dat „betaald voetbal een voorbeeldrol inneemt”, maar sinds de dood van Nieuwenhuizen hebben de profs weinig respect getoond. Zo sloeg Erik Pieters van PSV een ruit in nadat hij van het veld was gestuurd en pakte Jeremain Lens van dezelfde club na de wedstrijd tegen Feyenoord in de catacomben van het stadion een tegenstander bij zijn shirt, om verhaal te halen.

Ook wil de KNVB „het begrip voor de arbitrage” vergroten, en „het imago en de status van scheidsrechters” verbeteren. Dit door „beter te laten zien dat arbitrage een specialisme is” en „dat de KNVB over professionele, goed getrainde, goed voorbereide en bevlogen vakmensen” beschikt. Over het verhogen van het niveau van de scheidsrechters staat er niets.