denken@nrc.nl

Voelt Dijsselbloem zich wel Europeaan?

vraagt A.J.Geselschap uit Leiden

Eergisteren vroeg een NOS-verslaggever aan Dijsselbloem of hij zich kon voorstellen dat burgers zich zorgen maken over hun spaargeld gezien de commotie in Cyprus. ‘Nee, dat kan ik me niet voorstellen’, zei hij. Volgens hem geldt in Cyprus een andere situatie. Ik kon mijn oren niet geloven. Hoe denkt Dijsselbloem dat de burger dan wel aankijkt tegen de 1,75 miljard die wordt ‘geroofd’ bij de woningbouwverenigingen? Let wel, een gat dat nu klaarblijkelijk moet worden gedicht door een inkomensafhankelijke huurverhoging. Dit is niets anders dan indirecte belasting, dwingend gericht op de vaak jongere generatie om een huis te kopen. Verder zit het debacle rond inkomensafhankelijke zorgpremie nog vers in het geheugen. En wat te denken over het verhogen van de eigen bijdrage bij de AWBZ, waarbij veel ouderen hun vermogen proberen ‘weg te sluizen’? Ik vel nu geen oordeel over deze maatregelen, maar hoop dat bij veel mensen dit kwartje zal vallen: blijkbaar voelt de Nederlandse burger zich meer Europeaan dan Dijsselbloem zich kan voorstellen. Immers Cyprioten zijn net als wij EU-burgers: wij allen vallen onder Brussels toezicht. Alle goede bedoelingen ten spijt: de kloof tussen burger en politiek was nog nooit zo groot.

Hoe zit het met de rechten van het lichaam?

Tom Herrenberg uit Eindhoven

In ‘Stop met besnijden!’ in nrc.next van dinsdag wordt een beeld gegeven van de medische gevolgen van jongensbesnijdenis. Hoewel medische argumenten belangrijk zijn, gaat het ook om de manier waarop we tegen de vrijheid van godsdienst aankijken. Wie kan zich op dat grondrecht beroepen? Vanzelfsprekend de gelovige zelf. Maar kan dat recht van die ene ook anderen treffen? Omvat de vrijheid van godsdienst van persoon A bijvoorbeeld het snijden in het lichaam van B, de zoon van A? Dat lijkt mij al minder evident. Bovendien gaat het ook om de godsdienstvrijheid van B. Ligt het niet voor de hand om niet door lichamelijke ingrepen vooruit te lopen op de vraag of het kind zich bij een geloof – en zo ja bij welk – wil aansluiten? Moet het niet zo zijn dat de bovengrens van opvoedkundige beïnvloeding dient te liggen bij onomkeerbare ingrepen in het lichaam, medische uitzonderingen daargelaten? Onze grondwet bevat niet alleen de vrijheid van godsdienst als grondrecht, maar ook het recht op onaantastbaarheid van het lichaam.