De underground bloeit

Vanavond zijn in de Melkweg in Amsterdam 20 Nederlandse underground acts te horen. Niet hun muziek, maar hun mentaliteit hebben ze gemeen.

De Nederlandse underground maakt op dit moment een bloeiperiode door: met grote muzikale variatie, vruchtbare samenwerkingen, en bedrijvige muzikanten. „Ik zie een nieuwe lichting bands die muzikaal van elkaar verschillen, maar op dezelfde, ondernemende manier te werk gaan: men begint een eigen platenlabel, organiseert een eigen concertavond en ontwerpt elkaars artwork”, zegt Leon Caren, oprichter van Subbacultcha!, een tweemanszaak die sinds 2004 concerten organiseert. Onder de naam Subbacultcha! zijn Caren en compagnon Bas Morsch verantwoordelijk voor zo’n 100 optredens per jaar van Amerikaanse, Engelse en Scandinavische bands, in zalen in de Randstad en België.

Subbacultcha! heeft nu een festival georganiseerd voor Nederlandse bands, onder de naam The Sound of the Dutch Underground, vanavond in de Melkweg. Twintig acts laten er hun uiteenlopende stijlen horen: verhalende elektronica van Lemontrip, hectische gitaar-droedels van Wolvon, ruis-pop van Nouveau Vélo. ‘Dutch underground’ slaat dan ook niet op een stijl, het is eerder een houding.

Een van de muzikanten op het Subbacultcha!-festival, is zanger/liedjesschrijver Gerrit van der Scheer (27). Met zijn band Herrek maakte hij de vorige maand verschenen debuut-cd Waktu Dulu, maar Van der Scheer is al sinds 2007 actief in allerlei bands. Toen hij studeerde aan de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden, zat hij in het elektronische gezelschap Adept, vervolgens in het noise-gezelschap Bonne Aparte. In de nieuwe gedaante van Herrek (zo wordt ‘Gerrit’ in Indonesië uitgesproken) maakte hij negen verstilde liedjes. De muzikale vergezichten van Waktu Dulu (‘Vroeger’) verwijzen naar Van der Scheers jeugd in Indonesië waar zijn vader missionaris was.

De prachtige nummers zijn langzaam zonder sloom te zijn, als felle paarden die door teugels worden bedwongen. Van der Scheer verweefde percussie en zacht twinkelende gitaar tot een organisch klinkende stroom die aanzwelt en weer terugvalt. Omfloerste keyboardklanken stijgen als luchtbellen naar de oppervlakte, terwijl de zangpartijen op voorzichtige manier een gestolde herinnering tot leven wekken.

Van der Scheer liet zich voor deze nieuwe liedjes leiden door zijn herinneringen aan Indonesië, zoals hij bij eerdere cd’s koos voor thema’s als ‘psalmen’ of ‘keihard’. „Ik werk graag met een kader, anders heb ik te veel mogelijkheden”, zegt hij. „Bij Bonne Aparte nam ik de vraag ‘wat is hard’ als leidraad voor een cd. Van alle trommels klinkt de snaredrum het hardst, dus er werd voortdurend geroffeld; woorden zijn op hun hardst als er veel s-klanken in voorkomen, mijn gitaar stond in het rood. Het resultaat was hard en lelijk.

„Daarna heb ik een cd gemaakt met als uitgangspunt Openbaringen:12, een Lord of the Rings-achtig deel van de Bijbel, gebaseerd op de Geneefse psalmen. Als Herrek wilde ik me vervolgens nog genuanceerder uitdrukken.”

Koerier

De nieuwe cd is goed ontvangen, door pers en publiek. Maar over eventuele financiële verdiensten zegt Van der Scheer: „Ik wil niet leven van mijn muziek. Naast de band werk ik als koerier en dat bevalt me prima. Alleen maar muziek maken en daar een zeker bedrag mee moeten opbrengen, zou een te grote druk op me leggen.

„Ik kies mijn muzikanten daar ook op uit, we hebben dezelfde ideeën. Het gaat ons niet om een carrière, het gaat om de wilskracht dit te doen.” Met vrienden en vroegere collega’s van Adept en Bonne Aparte, die nu spelen in de elektronische wave-band Eklin, begon Van der Scheer in Rotterdam een eigen platenlabel, Samling Records (Fries voor ‘verzameling’). „Daarop brengen we muziek uit van geestverwanten. Ook daarvoor geldt: een undergroundstatus is geen doel op zich, ik zie wel hoe het uitpakt. Bij alles wat ik doe vind ik relaties met mijn medemensen het belangrijkst.”

Instrumentenbouwer Yuri Landman verdient wél een inkomen met zijn undergroundmuziek. Landman bouwt experimentele instrumenten, samengesteld uit ijzeren L- en H-profielen uit de Bouwmarkt, uit cirkelzagen of met gitaar-achtige constructies. Onder de naam Bismuth, samen met Arnold van de Velde, speelt hij muziek op zijn eigen creaties. Het resultaat is in de verte verwant met bands als Sonic Youth en My Bloody Valentine: lawaai met een kern van dromerigheid.

Landman maakt al lang muziek. „Maar ben ik nu veertig en heb twee kinderen. Ik kan het me niet meer permitteren om elke week op te treden in een kraakhol voor gratis drinken en een benzinevergoeding. Daarom heb ik een praktische toepassing van mijn niche ontwikkeld.” Landman organiseert workshops voor instrumentenbouwers tijdens festivals en culturele manifestaties, in binnen- en buitenland. In vier uur maken de deelnemers een eigen instrument, en treden er als orkest mee op.

„Op een gegeven moment kreeg ik van allerlei kanten het verzoek om mijn zelfgemaakte instrumenten te presenteren. Het is te duur om met al die mensen rond te reizen, dus besloot ik als Bismuth, samen met Arnold, de mogelijkheden te laten horen. Zo zijn onze optredens nu tegelijk ook demonstraties, waardoor het onder cultuureducatie valt en we er toch iets mee verdienen. Soms doen we nog een optreden in een kraakhol, als uitje.”

Volgens concertorganisator Leon Caren, zelf drummer in het duo The Moi Non Plus, is de positie van undergroundbands de afgelopen tien jaar veranderd. „Dankzij blogs en fan-sites hebben muzikanten nu veel meer manieren om een publiek te bereiken. Zo is er een eigen circuit ontstaan, buiten het zicht van de gevestigde radio en media”, zegt hij. „Op sommige festivals zie je het resultaat. Bijvoorbeeld op Primavera, in Barcelona, spelen allerlei bands die niet op de radio gedraaid worden maar waar wel zo’n 1.000 mensen op af komen. Je kunt tegenwoordig heel gericht je publiek zoeken. ‘Ontoegankelijk’ hoeft niet afstotelijk te zijn, integendeel, je kunt er een redelijke zaal mee vullen.”