Cyprioten spreken van 'zelfmoord' en nieuwe variant van Russische roulette

De onrust op Cyprus groeit en voor de banken worden de rijen langer. Maar de bevolking ver- trouwt op Europa.

„Heb je het gehoord”, verspreidt ober Andreas (25) van café Market Place het gerucht, terwijl hij van tafel naar tafel gaat om glazen mee te nemen. „200 euro per dag nog met je Visacard.”

Andreas heeft via e-mail en Twitter vernomen dat banken de daglimieten verlagen. Vandaag is het aan de pinautomaten in de Cypriotische hoofdstad een stuk drukker dan afgelopen dagen. Toen waren de problemen op het eiland voor de meeste bewoners nog abstract en praatte ober Andreas met glazige ogen over een „derde wereldoorlog, maar dan financieel”. Nu heeft hij zijn vriend gevraagd dagelijks zoveel mogelijk uit de muur te trekken.

Bij een pinautomaat van de Laiki-bank in Latsia staat Andreas Dimitriou (71) met vijftien anderen in een rij. „Er gaan geruchten dat deze bank op omvallen staat, dus ik probeer zoveel mogelijk weg te halen.” Hij zegt dat hij 50.000 euro op zijn rekening heeft staan, maar dat hij niet meer dan 600 euro per dag kan opnemen.

Het gevoel van onrust groeit op Cyprus, ondanks nog onbevestigde berichten dat de regering inmiddels een ‘Plan B’ gereed heeft. De banken blijven tot zeker dinsdag gesloten. Iedereen gaat er voetstoots vanuit dat daarna onmiddellijk een run op de banken volgt. Hoewel het ook dan waarschijnlijk nog niet mogelijk zal zijn onbeperkt geld op te nemen of over te maken.

Ondernemers maken zich druk over het betalen van rekeningen. Bij benzinestations wordt aangedrongen op contante betalingen. De Britse regering heeft een vliegtuig vol geld gestuurd om er zeker van te zijn dat Britse militairen die op Cyprus zijn gelegerd niets tekort komen.

Op tv praten economen hun stem schor. De meeste analisten zijn negatief over de perspectieven van het land en een grotere afhankelijkheid van Rusland. „Russisch roulette”, is de favoriete term. „Zelfmoord”, valt ook vaak sinds de parlementaire afwijzing van ‘Plan A’ van dinsdagavond. „Onze politici moesten weer eens zo nodig de nationale held uithangen”, klaagt presentatrice Marilena Evagelou tijdens haar middaguitzending op radio 107.6 FM.

De afgelopen dagen zou het aantal privévliegtuigen dat op luchthaven Larnaca is geland sterk zijn toegenomen: rijke Russen die door hun Cypriotische agenten bijgepraat willen worden en die naar verluidt in hotels wachten tot de banken opengaan en ze bij hun rekeningen kunnen.

Masis Der Parthogh , hoofd van een uitgeverij voor financieel nieuws die op het punt staat een Russisch weekblad te lanceren, denkt dat het niet zo’n vaart zal lopen. Cyprus blijft aantrekkelijk, zegt hij. „Belastingen zijn laag. Rentes hoog. En ondanks het slechte imago als zwartgeldparadijs, gelden op Cyprus dezelfde regels als elders in de Europese Unie voor controle op de herkomst van bedragen boven 10.000 euro.”

Het slechte imago is volgens hem een erfenis uit de tijd dat Slobodan Miloševic in Servië aan de macht was. Toen ging veel contant geld naar Cyprus om te worden witgewassen. Een deel werd gebruikt voor de strijd in voormalig Joegoslavië. Toen dat uitkwam heeft Cyprus volgens Der Parthogh zijn les geleerd.

Cruciaal voor het welslagen van ‘Plan B’ is „met Cyprioten op de juiste patriottische manier te communiceren”, denkt Pavlos Papadakis (60), eigenaar van een winkel met lederwaren en een apotheek in Nicosia. Een goed voorbeeld is volgens hem de verklaring van aartsbisschop Chrisostomos II van Cyprus.

De bisschop stelde gisteren in een onderhoud op het presidentieel paleis alle bezittingen van de kerk ter beschikking van de staat. De machtige orthodoxe kerk bezit veel landbouwgrond, horecavastgoed en aandelen in de Hellenic Bank.

„Ik geef, jij geeft, we moeten allemaal geven”, vat Papadakis samen. Als het land moet worden gered en de toon redelijk is, valt volgens hem prima met Cyprioten te praten. Hij maakt zich niet zo druk. In zijn zaken kan gewoon worden gepind.

Papadakis ziet de EU nog altijd als een veiligheidsgordel tegen echte problemen. „Niemand kan je eruit gooien, dus waar zou ik bang voor zijn”, zegt hij tussen de tassen en portemonnees in zijn winkel. „Het is een unie. Dat betekent dat we er samen uit moeten willen komen.”